FRNL
Home›Artikels›Getallen splitsen: van splitshuisjes tot grote getallen
2e leerjaar · 5 min lezen

Getallen splitsen: van splitshuisjes tot grote getallen

Getallen splitsen is een van de belangrijkste vaardigheden van de lagere school. Wie vlot kan splitsen, kan ook vlot hoofdrekenen, cijferen en grote getallen begrijpen. Het begint in het 1e leerjaar met splitshuisjes tot 10 en gaat in het 6e leerjaar verder met getallen van miljoenen. In dit artikel lees je hoe splitsen werkt in elk leerjaar, met voorbeelden en oefeningen.

Splitsen tot 10: de splitshuisjes

Een splitshuisje heeft bovenaan een getal (het dak) en onderaan twee kamers. Samen vormen de twee kamers het getal op het dak. 6 kan je splitsen in 0 en 6, 1 en 5, 2 en 4, 3 en 3, enzovoort. Kinderen moeten de splitsingen tot 10 uiteindelijk zonder tellen kennen, net zoals later de maaltafels. Oefen met vingers, blokjes of een rekenrek.

De vriendjes van 10

De splitsingen van 10 zijn extra belangrijk: 1 en 9, 2 en 8, 3 en 7, 4 en 6, 5 en 5. Ze heten de vriendjes van 10. Je hebt ze nodig om over het tiental te rekenen: 8 + 5 = 8 + 2 + 3 = 13. Het werkblad eenvoudige optellingen oefent dit stap voor stap.

Splitsen in tientallen en eenheden

Vanaf het 2e leerjaar splitsen kinderen getallen tot 100 in tientallen (T) en eenheden (E): 47 = 4 T en 7 E = 40 + 7. Dat helpt bij het hoofdrekenen: 47 + 25 = 40 + 20 + 7 + 5 = 60 + 12 = 72. Zie het werkblad de getallen tot 100.

Grote getallen splitsen

In het 3e leerjaar komen de honderdtallen erbij: 358 = 300 + 50 + 8. In het 6e leerjaar splitsen kinderen getallen tot miljoenen, op twee manieren:

  • Additief: 24 507 = 20 000 + 4 000 + 500 + 7.
  • Multiplicatief: 5 072 = (5 × 1 000) + (7 × 10) + (2 × 1).

Het werkblad getallen splitsen (6e leerjaar) oefent dit op drie niveaus.

Splitsen bij hoofdrekenen

  • Optellen: 36 + 27 = 36 + 4 + 23 = 40 + 23 = 63.
  • Aftrekken: 52 − 7 = 52 − 2 − 5 = 50 − 5 = 45.
  • Vermenigvuldigen: 6 × 14 = 6 × 10 + 6 × 4 = 60 + 24 = 84.
  • Delen: 72 : 3 = 60 : 3 + 12 : 3 = 20 + 4 = 24.

Probeer het zelf

1. Splits 9 op drie manieren.

Bijvoorbeeld 4 en 5, 2 en 7, 1 en 8.

2. 7 + 6 = ? (splits via 10)

13: 7 + 3 = 10, en nog 3.

3. Splits 4 638 additief.

4 000 + 600 + 30 + 8.

4. 8 × 15 = ? (splits 15)

120: 8 × 10 = 80 en 8 × 5 = 40.

Tips voor thuis

  • Gebruik je handen: 10 vingers zijn de beste splitshuisjes.
  • Speel « hoeveel verstop ik? »: leg 8 knopen, verstop er een paar onder je hand. Hoeveel zitten eronder?
  • Geld: 47 euro betalen met briefjes van 10 en munten van 1 is splitsen in de praktijk.
  • Kort en vaak: elke dag twee minuten splitsingen opzeggen, net als de maaltafels.

Een leerlijn splitsen per leerjaar

  • 1e leerjaar: alle splitsingen tot 10 vlot kennen, en de vriendjes van 10 zonder tellen.
  • 2e leerjaar: splitsen tot 20 en getallen tot 100 splitsen in tientallen en eenheden.
  • 3e leerjaar: getallen tot 1000 splitsen in honderdtallen, tientallen en eenheden, en splitsen bij hoofdrekenen.
  • 4e tot 6e leerjaar: grote getallen splitsen, ook kommagetallen (3,45 = 3 + 0,4 + 0,05), en multiplicatief splitsen.

Ga pas naar de volgende stap als de vorige vlot zit. Een kind dat de splitsingen tot 10 nog moet tellen, zal later ook trager hoofdrekenen.

Spelletjes om te splitsen

  • Grijpzak: leg 10 knopen in een zakje. Je kind grijpt er een handvol uit en zegt hoeveel er nog in het zakje zitten.
  • Dobbelsteen tot 10: gooi een dobbelsteen. Je kind zegt zo snel mogelijk het vriendje van 10.
  • Kaartspel: zoek twee kaarten die samen 10 (of 20) maken. Wie de meeste paren vindt, wint.
  • Geld: betaal 37 euro met briefjes van 10 en munten van 1. Hoeveel briefjes? Hoeveel munten?

Splitsen en cijferen

Ook bij cijferen speelt splitsen een grote rol. Wie 47 + 38 onder elkaar zet, telt eigenlijk eerst de eenheden (7 + 8 = 15 = 1 tiental en 5 eenheden) en dan de tientallen. Het onthouden cijfer is niets anders dan een splitsing: 15 wordt 10 + 5. Een kind dat goed kan splitsen, begrijpt waarom het een 1 moet onthouden, en maakt daardoor minder fouten.

Hoe weet je dat splitsen gekend is?

Vraag je kind bijvoorbeeld: « Hoeveel is 6 en hoeveel nog tot 10? » of « Splits 74 in tientallen en eenheden. » Komt het antwoord binnen een paar seconden, zonder te tellen, dan is de splitsing gekend. Duurt het lang, oefen dan nog een paar dagen met concreet materiaal en korte spelletjes. Herhaal ook na een vakantie even, want splitsingen worden snel vergeten als je ze niet gebruikt.

Splitsen en dyscalculie

Kinderen met dyscalculie hebben vaak extra moeite met splitsen, omdat ze getallen moeilijk als een geheel van delen zien. Concreet materiaal, een rekenrek en veel herhaling helpen. Aangepaste werkbladen vind je bij DYS en wiskunde, en meer uitleg in dyscalculie oefeningen.

Veelgestelde vragen

Wat is getallen splitsen?

Een getal opdelen in twee of meer delen. 7 kan je splitsen in 5 en 2, of in 4 en 3. 47 kan je splitsen in 40 en 7.

Wat zijn splitshuisjes?

Een tekening van een huisje met bovenaan een getal en onderaan twee vakjes. In die vakjes staan twee getallen die samen het getal bovenaan vormen.

Waarom is splitsen belangrijk?

Splitsen is de basis van hoofdrekenen. Om 8 + 5 te rekenen, splits je 5 in 2 en 3: 8 + 2 = 10, en 10 + 3 = 13.

In welk leerjaar leer je splitsen?

Splitsen tot 10 in het 1e leerjaar, tot 20 en 100 in het 2e leerjaar, grote getallen in het 3e tot 6e leerjaar.