FRNL
Home›Artikels›Vlaamse toetsen wiskunde 4e leerjaar: zo bereid je je kind voor
4e leerjaar · 5 min lezen

Vlaamse toetsen wiskunde 4e leerjaar: zo bereid je je kind voor

In het 4e leerjaar leggen leerlingen in Vlaanderen een Vlaamse toets af voor Nederlands en wiskunde. Veel ouders vragen zich af wat er precies getoetst wordt en of ze thuis iets moeten doen. Goed nieuws: je hoeft niet te « blokken ». Regelmatig oefenen met de leerstof van het 3e en 4e leerjaar is de beste voorbereiding. Op deze pagina lees je wat er aan bod komt en vind je een gratis oefentoets met oplossingen.

AaDYS-versie van de oefentoets →

Wat is de Vlaamse toets?

De Vlaamse toetsen zijn externe toetsen die door de Vlaamse overheid worden georganiseerd. Ze gaan na of leerlingen de basisdoelen halen voor Nederlands en wiskunde. Alle scholen nemen ze op hetzelfde moment af. De toets is geen examen waarvoor je kind kan zakken: de resultaten geven de school en jou als ouder een beeld van waar je kind staat, en waar extra oefening nodig is. De school laat je weten wanneer de toets plaatsvindt.

Wat wordt getoetst in wiskunde?

De toets volgt de basisleerstof van de eerste vier leerjaren. Je kunt die indelen in vier domeinen:

  • Getallen en bewerkingen: getallen tot 10 000, hoofdrekenen, de maaltafels, delen met rest, cijferend optellen, aftrekken en vermenigvuldigen, eenvoudige breuken.
  • Meten: lengte, gewicht, inhoud, geld, de klok en tijdsduur, de omtrek.
  • Meetkunde: vlakke figuren en ruimtefiguren, rechte hoeken, symmetrie.
  • Gegevensverwerking: tabellen en staafdiagrammen lezen.

De werkbladen om mee te oefenen

Alle thema’s van het 4e leerjaar hebben een les, drie niveaus en de oplossingen in PDF:

Herhaal ook de basis van het 3e leerjaar: de maaltafels, cijferend aftrekken, rekenen met geld en gewicht.

Oefentoets wiskunde 4e leerjaar (20 vragen)

Laat je kind deze vragen maken op papier, zonder rekenmachine, in ongeveer 30 minuten. Verbeter daarna samen.

Getallen en bewerkingen

  1. 6 × 8 = ?
  2. 56 : 7 = ?
  3. Reken uit: 352 + 479.
  4. Reken uit: 700 − 258.
  5. Reken uit: 46 × 3.
  6. 29 : 4 = ? rest ?
  7. Hoeveel is 1/4 van 20?
  8. Welke breuk is het grootst: 1/2, 1/3 of 1/5?

Meten

  1. 2 m = ? cm
  2. 1 kg 500 g = ? g
  3. Een film begint om 14.15 u en duurt 1 u 30 min. Hoe laat is hij gedaan?
  4. Wat is de omtrek van een rechthoek van 8 cm op 3 cm?
  5. Je koopt iets van 6,50 € en betaalt met 10 €. Hoeveel krijg je terug?

Meetkunde

  1. Hoeveel rechte hoeken heeft een rechthoek?
  2. Hoeveel vlakken heeft een kubus?
  3. Welke vierhoek heeft 4 gelijke zijden maar geen rechte hoeken?
  4. Hoeveel symmetrieassen heeft een vierkant?

Gegevensverwerking en vraagstukken

  1. In een tabel staat: maandag 12 leerlingen met de fiets, dinsdag 8, woensdag 5. Hoeveel leerlingen in totaal?
  2. Een doos bevat 24 koekjes. Je verdeelt ze over 6 kinderen. Hoeveel krijgt elk kind?
  3. Een schrift kost 2 €. Hoeveel kosten 7 schriften?

Oplossingen van de oefentoets

  1. 48
  2. 8
  3. 831
  4. 442
  5. 138
  6. 7 rest 1
  7. 5
  8. 1/2
  9. 200 cm
  10. 1 500 g
  11. 15.45 u
  12. 22 cm (2 × (8 + 3))
  13. 3,50 €
  14. 4
  15. 6
  16. de ruit
  17. 4
  18. 25 leerlingen
  19. 4 koekjes
  20. 14 €

Hoe interpreteer je het resultaat? 17 of meer juist: de basis zit goed. Tussen 12 en 16: herhaal de thema’s waar fouten in zaten. Minder dan 12: neem rustig de werkbladen van het 3e en 4e leerjaar door, één thema per week.

Tips voor de dag van de toets

  • Zorg voor een goede nachtrust en een ontbijt.
  • Maak er geen grote zaak van. Zeg dat de toets helpt om te zien wat je kind al kan.
  • Leer je kind de opgave rustig te lezen en een vraag over te slaan als die te moeilijk is, om er later op terug te komen.
  • Moedig aan om tussenstappen op te schrijven en het antwoord te controleren.

Een planning voor de laatste maand

  • Week 1: getallen tot 10 000 en de maaltafels door elkaar. Elke dag vijf minuten met de quiz.
  • Week 2: delen met rest en cijferend vermenigvuldigen, met de werkbladen van niveau 2.
  • Week 3: meten (omtrek, tijdsduur, geld) en meetkunde (vierhoeken, rechte hoeken).
  • Week 4: de oefentoets hierboven in echte omstandigheden, daarna de fouten herhalen.

Vraagstukken: de grootste uitdaging

Op de Vlaamse toets van het 4e leerjaar zijn veel vragen in de vorm van een kort verhaal. Je kind moet de tekst begrijpen, de juiste bewerking kiezen en de uitkomst controleren. Oefen dat met de redactiesommen voor het 4e leerjaar: 9 vraagstukken op drie niveaus, met de antwoorden en een uitleg. Leer je kind een vast stappenplan, zodat het bij elke vraag weet hoe te beginnen.

Wat zeggen de resultaten?

Na de toets krijgt de school een overzicht van de resultaten. Sommige scholen bespreken die ook met de ouders. Een lager resultaat op een onderdeel is geen ramp: het geeft aan waar je kind in het 5e leerjaar extra aandacht nodig heeft. Gebruik die informatie om in de zomervakantie een paar thema’s rustig te herhalen.

Online oefenen

Voor afwisseling zijn er gratis online spelletjes voor het 4e leerjaar en de quiz hoofdrekenen. Meer achtergrond over de leerstof vind je in het artikel oefeningen wiskunde 4e leerjaar, en over het laatste jaar in Vlaamse toetsen wiskunde 6e leerjaar.

Veelgestelde vragen

Wat zijn de Vlaamse toetsen?

Externe toetsen van de Vlaamse overheid die nagaan of leerlingen de basisdoelen voor Nederlands en wiskunde halen. In de lagere school gaat het om het 4e en het 6e leerjaar.

Moet mijn kind slagen voor de Vlaamse toets?

De toets is geen examen waarvoor je kind kan zakken. De resultaten geven de school en de ouders informatie over waar je kind staat.

Wanneer is de Vlaamse toets van het 4e leerjaar?

Meestal in het voorjaar. De school laat de precieze datum weten.

Hoe bereid ik mijn kind het best voor?

Regelmatig kort oefenen met de leerstof van het 3e en 4e leerjaar, vooral maaltafels, delen, breuken, meten en vraagstukken.