FRNL
Home›Artikels›Wiskunde examen in de lagere school: voorbereiden zonder stress
6e leerjaar · 5 min lezen

Wiskunde examen in de lagere school: voorbereiden zonder stress

In veel Vlaamse lagere scholen krijgen kinderen vanaf het 3e of 4e leerjaar examens of grote toetsen, vaak in december en in juni. Voor wiskunde is dat voor sommige kinderen spannend: er komt veel leerstof samen en er is een tijdslimiet. Met een goede planning en de juiste manier van oefenen kan je kind zich rustig voorbereiden. In dit artikel lees je wat er gevraagd wordt, hoe je een studieplanning maakt en waar je gratis oefenexamens vindt.

Wat wordt gevraagd op een wiskunde examen?

Een examen wiskunde volgt de leerstof die in de klas is gezien. Meestal komen alle domeinen aan bod:

  • Getallen en bewerkingen: hoofdrekenen, cijferen, breuken, kommagetallen en procenten.
  • Meten en metend rekenen: lengte, gewicht, inhoud, tijd, geld, omtrek, oppervlakte en volume.
  • Meetkunde: figuren, hoeken, symmetrie en ruimtefiguren.
  • Gegevensverwerking: tabellen en grafieken lezen, het gemiddelde.
  • Vraagstukken die verschillende domeinen combineren.

Vraag aan de leerkracht welke hoofdstukken op het examen komen. Veel scholen geven een overzicht of een herhalingsbundel mee.

Een studieplanning van drie weken

Voor kinderen van het 4e tot het 6e leerjaar werkt een planning van drie weken goed, met drie korte sessies per week.

  • Week 1: getallen en bewerkingen. Elke sessie tien minuten hoofdrekenen en een werkblad rond één thema, bijvoorbeeld delen of kommagetallen.
  • Week 2: meten en meetkunde. Herleidingen, omtrek en oppervlakte, hoeken en figuren. Gebruik echte meetinstrumenten.
  • Week 3: vraagstukken en een oefenexamen. Maak een volledig oefenexamen en herhaal daarna de onderdelen waar fouten in zaten.

Voor jongere kinderen (1e tot 3e leerjaar) volstaan korte herhalingen van tien minuten, bijvoorbeeld met de online spelletjes en de werkbladen van niveau 1 en 2.

Zo oefen je wiskunde het best

Wiskunde leer je niet door de les te herlezen. Je leert het door oefeningen te maken en ze te verbeteren. Drie gouden regels:

  1. Oefenen, dan verbeteren: laat je kind een werkblad maken en verbeter samen met de oplossingen. Bespreek elke fout.
  2. Fouten verzamelen: noteer fouten in een schriftje en herhaal precies die oefeningen een paar dagen later.
  3. Gemengd oefenen: op het examen komen thema’s door elkaar. Meng daarom in de laatste week oefeningen uit verschillende hoofdstukken.

Gratis oefenexamens

Voor het 4e en 6e leerjaar vind je op deze site een oefentoets van 20 vragen met oplossingen: oefentoets wiskunde 4e leerjaar en oefentoets wiskunde 6e leerjaar. Ze volgen de leerstof van de Vlaamse toetsen en zijn ook ideaal als oefenexamen voor december of juni. Voor de andere leerjaren kan je zelf een oefenexamen samenstellen: neem van elk thema van het leerjaar het werkblad van niveau 2, kies er telkens drie oefeningen uit en geef je kind 40 minuten.

De werkbladen per leerjaar

Elk leerjaar heeft acht thema’s met een les, drie niveaus oefeningen en de oplossingen in PDF:

  • 3e leerjaar: maaltafels, getallen tot 1000, geld, gewicht…
  • 4e leerjaar: delen, breuken, omtrek, tijdsduur…
  • 5e leerjaar: kommagetallen, oppervlakte, hoeken, het gemiddelde…
  • 6e leerjaar: procenten, evenredigheid, herleidingen, de cirkel…

Tips voor de examendag

  • Goed slapen en ontbijten: een uitgerust kind maakt minder slordigheidsfouten.
  • Materiaal klaarleggen: potlood, gom, lat, geodriehoek en eventueel een passer.
  • Eerst alles doorlezen en beginnen met de vragen die makkelijk lijken.
  • Tussenstappen opschrijven: ook bij een fout antwoord kan je kind punten krijgen voor de werkwijze.
  • Controleren: is de uitkomst logisch? Staat de eenheid erbij?

Omgaan met examenstress

Sommige kinderen worden erg zenuwachtig voor een examen. Dat is normaal, maar te veel stress maakt denken moeilijker. Praat rustig over het examen en zeg dat een examen toont wat je kind al kan en waar het nog kan groeien. Maak thuis een oefenexamen met een klok, zodat de situatie bekend aanvoelt. Vermijd lange studiesessies de avond ervoor: een korte herhaling en een ontspannen avond zijn beter. Blijft de stress groot, praat er dan over met de leerkracht of het CLB.

Wat vraagt een examen per leerjaar?

  • 3e leerjaar: getallen tot 1000, maaltafels, cijferend optellen en aftrekken, geld, gewicht, klok lezen en eenvoudige tabellen.
  • 4e leerjaar: getallen tot 10 000, delen met rest, cijferend vermenigvuldigen, eenvoudige breuken, omtrek, tijdsduur en het staafdiagram.
  • 5e leerjaar: kommagetallen, gelijkwaardige breuken, oppervlakte, hoeken, symmetrie, schatten en het gemiddelde.
  • 6e leerjaar: grote getallen, procenten, evenredigheid, bewerkingen met kommagetallen, herleidingen, volume, de cirkel en grafieken.

Op elk examen komen ook vraagstukken. Die tellen vaak zwaar mee, omdat ze tonen of je kind de leerstof kan toepassen. Oefen ze daarom apart, met een vast stappenplan: lezen, gegevens noteren, schatten, rekenen, antwoordzin schrijven en controleren.

Een voorbeeld van een studiedag

Op een vrije woensdagnamiddag tijdens de examenperiode kan een studiemoment er zo uitzien:

  1. Vijf minuten hoofdrekenen als opwarming, bijvoorbeeld met de quiz.
  2. Vijftien minuten een werkblad van één thema, gevolgd door verbeteren met de oplossingen.
  3. Een korte pauze met beweging.
  4. Tien minuten vraagstukken uit het foutenschriftje opnieuw maken.
  5. Afsluiten met een online spel van het thema.

Zo blijft het studeren kort, afwisselend en haalbaar, en houdt je kind de motivatie vast tot de laatste examendag.

Na het examen

Bekijk samen het verbeterde examen. Waar zitten de meeste punten verloren? Gaat het om rekenfouten, leesfouten of leerstof die nog niet begrepen is? Die analyse is het beste vertrekpunt voor de volgende periode. Gaat het om een groot deel van de leerstof, dan kan extra begeleiding helpen; lees daarvoor bijles wiskunde: wanneer en hoe?

Veelgestelde vragen

Wanneer zijn de wiskunde examens in de lagere school?

Veel scholen organiseren examens of grote toetsen voor de kerstvakantie en in juni. Sommige scholen werken alleen met kleinere toetsen doorheen het jaar. De school deelt de planning mee.

Hoe lang moet mijn kind studeren voor een wiskunde examen?

In het 1e tot 3e leerjaar volstaan korte herhalingen van tien minuten. In het 4e tot 6e leerjaar is drie weken lang drie keer per week twintig minuten een goed ritme.

Hoe oefen je wiskunde voor een examen?

Door oefeningen te maken en te verbeteren, niet door de les alleen te herlezen. Gebruik werkbladen met oplossingen en maak een oefenexamen in echte omstandigheden.

Wat als mijn kind faalangst heeft?

Oefen in kleine stappen, prijs de inspanning en maak een oefenexamen thuis, zodat de situatie bekend aanvoelt. Praat er ook over met de leerkracht.