Vlaamse toetsen wiskunde 6e leerjaar: oefentoets en voorbereiding
📅 Herhalingskalender om af te drukken

Je kan het! Maak de vragen rustig, één per één, en kijk daarna de oplossingen na 💪
Het 6e leerjaar sluit de lagere school af. Leerlingen leggen dan een Vlaamse toets af voor Nederlands en wiskunde, en veel scholen nemen daarnaast nog een eigen eindtoets af, zoals de OVSG-toets of de IDP (Interdiocesane Proeven). Al die toetsen kijken of de leerstof van zes jaar lager onderwijs goed zit. Hier lees je wat er getoetst wordt en vind je een oefentoets van 20 vragen met oplossingen.
AaDYS-versie van deze oefentoets →
Wat wordt getoetst in wiskunde?
- Getallen en bewerkingen: grote getallen, kommagetallen, breuken, procenten, hoofdrekenen en cijferen.
- Meten: herleidingen van lengte, gewicht en inhoud, oppervlakte en volume, tijd en geld.
- Meetkunde: vlakke figuren, de cirkel, hoeken, symmetrie en ruimtefiguren.
- Gegevensverwerking: tabellen, grafieken en het gemiddelde.
- Vraagstukken die verschillende domeinen combineren, zoals evenredigheid en procenten.
De werkbladen om mee te oefenen
- Procenten en evenredigheid
- Bewerkingen met kommagetallen en getallen splitsen
- Herleidingen en volume en de oppervlakte van een driehoek
- De cirkel en tabellen en grafieken
Herhaal ook de belangrijkste thema’s van het 5e leerjaar: kommagetallen, gelijkwaardige breuken, oppervlakte en het gemiddelde.
Oefentoets wiskunde 6e leerjaar (20 vragen)
Laat je kind de vragen maken op papier, zonder rekenmachine, in ongeveer 40 minuten.
Getallen en bewerkingen
- Schrijf in cijfers: twee miljoen vijfhonderdduizend dertig.
- Rond 47 856 af op een honderdtal.
- Reken uit: 3,45 × 100.
- Reken uit: 12,5 + 3,75.
- Reken uit: 2,5 × 1,2.
- Vereenvoudig 12/18.
- Hoeveel is 3/4 van 48?
- Hoeveel is 20 % van 80?
Meten
- 3,2 km = ? m
- 1,5 l = ? cl
- Wat is het volume van een balk van 5 cm × 4 cm × 3 cm?
- Wat is de oppervlakte van een driehoek met basis 10 cm en hoogte 6 cm?
- Een trein vertrekt om 9.47 u en komt aan om 11.15 u. Hoelang duurt de rit?
Meetkunde
- Een cirkel heeft een straal van 4 cm. Wat is de diameter?
- Wat is de omtrek van een cirkel met een diameter van 10 cm? (π ≈ 3,14)
- Twee hoeken van een driehoek zijn 50° en 60°. Hoe groot is de derde hoek?
- Hoeveel ribben heeft een balk?
Gegevensverwerking en vraagstukken
- Wat is het gemiddelde van 12, 15, 9 en 14?
- 3 kg appels kost 4,50 €. Hoeveel kost 5 kg?
- Een fiets kost 250 €. In de solden krijg je 20 % korting. Wat is de nieuwe prijs?
Oplossingen van de oefentoets
- 2 500 030
- 47 900
- 345
- 16,25
- 3
- 2/3
- 36
- 16
- 3 200 m
- 150 cl
- 60 cm³
- 30 cm²
- 1 u 28 min
- 8 cm
- 31,4 cm
- 70°
- 12
- 12,5
- 7,50 €
- 200 €
Hoe interpreteer je het resultaat? 17 of meer juist: je kind is goed voorbereid. Tussen 12 en 16: werk gericht aan de onderdelen met fouten. Minder dan 12: begin tijdig met herhalen, en neem gerust de werkbladen van het 5e leerjaar erbij.
Een stappenplan voor vraagstukken
- Lees de opgave twee keer en onderstreep wat gevraagd wordt.
- Noteer de gegevens die je nodig hebt.
- Schat de uitkomst.
- Reken uit en schrijf een antwoordzin met de eenheid.
- Controleer of de uitkomst logisch is.
Een planning van zes weken
- Week 1: grote getallen, afronden en hoofdrekenen.
- Week 2: kommagetallen en breuken, met kommagetallen en breuken.
- Week 3: procenten en evenredigheid, met procenten berekenen.
- Week 4: herleiden, oppervlakte en volume, met herleiden.
- Week 5: meetkunde en grafieken.
- Week 6: de oefentoets in echte omstandigheden en de fouten herhalen.
Vraagstukken in meerdere stappen
In het 6e leerjaar zijn de meeste vraagstukken samengesteld: je moet twee of drie berekeningen na elkaar maken, zoals eerst een korting berekenen en daarna het wisselgeld. Oefen dat met de redactiesommen voor het 6e leerjaar. Laat je kind elke tussenstap opschrijven: zo krijgt het ook punten voor de werkwijze, en vindt het zijn fouten makkelijker terug.
Na de toets: op weg naar het secundair
Na de Vlaamse toets en de eindtoetsen begint het laatste deel van het schooljaar. Dat is een goed moment om de basis nog eens te verstevigen voor het secundair: de maaltafels, breuken, kommagetallen en procenten. In het eerste middelbaar bouwt de leerstof daarop verder, en een kind dat die basis vlot beheerst, start met vertrouwen.
Tips voor de laatste weken
- Oefen elke dag tien minuten hoofdrekenen, bijvoorbeeld met de quiz hoofdrekenen.
- Maak één keer per week een oefentoets in echte omstandigheden: stil, met een klok, zonder hulp.
- Houd een schriftje bij met de fouten en bekijk het voor de toets nog eens.
- Zorg voor rust en genoeg slaap. Een uitgerust kind maakt minder slordigheidsfouten.
Meer over de leerstof lees je in oefeningen wiskunde 6e leerjaar. Voor het 4e leerjaar is er een aparte oefentoets Vlaamse toetsen 4e leerjaar.
Veelgestelde vragen
Welke toetsen zijn er in het 6e leerjaar?
Leerlingen in het 6e leerjaar leggen een Vlaamse toets af voor Nederlands en wiskunde. Daarnaast nemen veel scholen nog een eigen eindtoets af, zoals de OVSG-toets of de IDP.
Krijgt mijn kind een getuigschrift op basis van de toets?
De school beslist over het getuigschrift basisonderwijs. De toets is een van de informatiebronnen; vraag aan de school hoe zij de resultaten gebruiken.
Wat wordt getoetst in wiskunde?
De leerstof van de hele lagere school: getallen en bewerkingen, kommagetallen, breuken, procenten, meten en herleiden, meetkunde, gegevensverwerking en vraagstukken.
Mag mijn kind een rekenmachine gebruiken?
Dat hangt van het onderdeel af. Oefen zeker ook zonder rekenmachine: hoofdrekenen is een belangrijk deel van elke eindtoets.
