Kommagetallen eenvoudig uitgelegd voor de lagere school
Kommagetallen kom je elke dag tegen: een prijs van 2,50 euro, een lengte van 1,35 m, een gewicht van 0,75 kg. In de lagere school leren kinderen ze lezen, vergelijken en ermee rekenen. Veel kinderen vinden kommagetallen verwarrend, vooral bij het vergelijken. In dit artikel leggen we kommagetallen eenvoudig uit, met voorbeelden en oefeningen.
Wat is een kommagetal?
Een kommagetal heeft een geheel deel en een decimaal deel, gescheiden door een komma. In 24,75 is 24 het gehele deel. Na de komma staan de tienden (7) en de honderdsten (5).
- 1 eenheid = 10 tienden = 100 honderdsten.
- 0,1 = 1/10 (een tiende) en 0,01 = 1/100 (een honderdste).
- 0,5 = 5/10 = de helft, 0,25 = 25/100 = een kwart.
Met geld is dat makkelijk te begrijpen: 1 euro = 100 cent, dus 2,35 euro is 2 euro en 35 cent.
Kommagetallen vergelijken
Hier maken veel kinderen een fout. Ze denken dat 0,65 groter is dan 0,7, omdat 65 groter is dan 7. De oplossing: geef beide getallen evenveel cijfers na de komma. 0,7 = 0,70, en 70 honderdsten is meer dan 65 honderdsten. Dus 0,7 > 0,65.
- Vergelijk eerst het gehele deel.
- Is dat gelijk, vergelijk dan de tienden.
- Zijn ook die gelijk, vergelijk dan de honderdsten.
Kommagetallen afronden
Afronden op een geheel getal: kijk naar de tienden. Is het cijfer 5 of meer, rond dan naar boven af. 3,6 wordt 4, 3,4 wordt 3. Afronden op tienden: kijk naar de honderdsten. 2,47 wordt 2,5.
Rekenen met kommagetallen
- Optellen en aftrekken: komma’s onder elkaar. 12,5 + 3,75 = 12,50 + 3,75 = 16,25.
- × 10, × 100, × 1 000: de komma 1, 2 of 3 plaatsen naar rechts. 3,45 × 100 = 345.
- : 10, : 100: de komma naar links. 52 : 100 = 0,52.
- Twee kommagetallen vermenigvuldigen: reken zonder komma en zet daarna evenveel cijfers na de komma als in beide getallen samen. 2,3 × 1,2: 23 × 12 = 276, dus 2,76.
Probeer het zelf
1. Wat is groter: 4,3 of 4,29?
4,3, want 4,30 > 4,29.
2. Rond 7,48 af op een geheel getal.
7, want het tiendencijfer is 4.
3. 5,6 + 2,75 = ?
8,35: 5,60 + 2,75.
4. 3 schriften van 2,45 euro. Hoeveel betaal je?
7,35 euro: 3 × 2,45.
Kommagetallen, breuken en procenten
Kommagetallen, breuken en procenten zijn drie manieren om hetzelfde te schrijven: 0,5 = 1/2 = 50 %, 0,25 = 1/4 = 25 %, 0,1 = 1/10 = 10 %. Wie dat begrijpt, kan veel sneller rekenen. Lees ook breuken en procenten berekenen.
Werkbladen en spelletjes
Oefen met de werkbladen kommagetallen (5e leerjaar) en bewerkingen met kommagetallen (6e leerjaar), telkens met les, drie niveaus en oplossingen. Voor afwisseling is er het online spel kommagetallen.
Kommagetallen op de getallenlijn
Een getallenlijn helpt om te zien waar een kommagetal ligt. Verdeel de afstand tussen 2 en 3 in tien gelijke stukjes: dat zijn de tienden 2,1 tot 2,9. Wil je honderdsten, verdeel dan één stukje opnieuw in tien. Zo ziet je kind dat 2,45 tussen 2,4 en 2,5 ligt, en dat 2,5 dichter bij 3 ligt dan 2,45. Laat je kind zelf kommagetallen op een lijn plaatsen: het is een van de beste oefeningen om ze te leren vergelijken.
Een leerlijn per leerjaar
- 4e leerjaar: tienden ontdekken, vaak via geld en meten (1,5 m, 2,50 euro).
- 5e leerjaar: tienden en honderdsten, kommagetallen vergelijken, ordenen en afronden.
- 6e leerjaar: bewerkingen met kommagetallen, het verband met breuken en procenten, en duizendsten.
Veelgemaakte fouten
- Langer is groter: 0,125 is niet groter dan 0,5. Vul aan met nullen: 0,125 en 0,500.
- Komma’s niet onder elkaar bij optellen of aftrekken.
- Verkeerde plaats van de komma bij vermenigvuldigen: tel de cijfers na de komma.
- Nullen weglaten die wel nodig zijn: 3,05 is niet hetzelfde als 3,5.
Kommagetallen en meten
Bij meten zijn kommagetallen overal. 1,35 m is 1 meter en 35 centimeter; 2,5 kg is 2 kilogram en 500 gram; 0,75 l is 75 centiliter. Leer je kind om bij elke maat te zeggen wat de cijfers na de komma betekenen. Dat helpt bij het herleiden en voorkomt fouten zoals « 1,5 uur is 1 uur 50 minuten » (het is 1 uur 30 minuten, want een uur heeft 60 minuten). Lees ook herleiden.
Tips voor thuis
- Kassatickets: laat je kind de bedragen optellen en vergelijk met het totaal.
- Meten: meet de lengte van iedereen in het gezin in meter (1,42 m) en rangschik.
- Weegschaal: lees het gewicht van fruit af in kilogram (0,75 kg).
- Schatten: vraag altijd eerst of de uitkomst ongeveer klopt.
Veelgestelde vragen
Wat is een kommagetal?
Een getal met een komma, zoals 3,25. Voor de komma staat het gehele deel (3), na de komma het decimale deel (25 honderdsten).
Hoe vergelijk je kommagetallen?
Vergelijk eerst het gehele deel, dan de tienden, dan de honderdsten. Tip: geef beide getallen evenveel cijfers na de komma: 0,7 = 0,70 > 0,65.
Hoe tel je kommagetallen op?
Zet de getallen onder elkaar met de komma’s onder elkaar, vul aan met nullen en tel op zoals gewone getallen.
In welk leerjaar leer je kommagetallen?
Meestal in het 4e leerjaar (tienden), het 5e leerjaar (honderdsten) en het 6e leerjaar (bewerkingen).
