FRNL
Home›Artikels›Herleiden in de lagere school: de herleidingstabel uitgelegd
6e leerjaar · 4 min lezen

Herleiden in de lagere school: de herleidingstabel uitgelegd

Herleiden is een maat omzetten van de ene eenheid naar de andere: meter naar centimeter, kilogram naar gram, liter naar centiliter. Het komt in elk leerjaar terug en is op toetsen en de Vlaamse toetsen een vaste waarde. Met een herleidingstabel en een paar regels wordt het een stuk eenvoudiger. In dit artikel lees je hoe herleiden werkt, voor lengte, gewicht, inhoud, oppervlakte, volume en tijd.

De herleidingstabel voor lengte

De eenheden van lengte: km – hm – dam – m – dm – cm – mm. Elke eenheid is 10 keer groter dan de volgende. Naar een kleinere eenheid vermenigvuldig je met 10, naar een grotere deel je door 10.

  • 3,5 m = 35 dm = 350 cm = 3 500 mm.
  • 2 400 m = 24 hm = 2,4 km.

Met een tabel gaat het nog makkelijker: zet het cijfer van de eenheden (voor de komma) in de kolom van de eenheid, schrijf de andere cijfers ernaast en lees af in de gevraagde kolom, met nullen erbij waar nodig.

Gewicht en inhoud

Gewicht en inhoud werken op dezelfde manier, met × 10 per eenheid.

  • Gewicht: kg – hg – dag – g – dg – cg – mg. 1 kg = 1 000 g. Ook de ton: 1 t = 1 000 kg.
  • Inhoud: kl – hl – dal – l – dl – cl – ml. 1 l = 100 cl = 1 000 ml.

Oppervlakte: × 100

Bij oppervlakte is elke eenheid 100 keer groter: 1 m² = 100 dm² = 10 000 cm². Je verschuift de komma dus 2 plaatsen per eenheid. Speciale eenheden: 1 are (a) = 100 m², 1 hectare (ha) = 10 000 m². Het werkblad de oppervlakte oefent dit.

Volume: × 1 000

Bij volume is elke eenheid 1 000 keer groter: 1 m³ = 1 000 dm³ en 1 dm³ = 1 000 cm³. Het handigste verband: 1 dm³ = 1 liter. Een aquarium van 60 dm³ bevat dus 60 liter. Oefen met herleidingen en volume (6e leerjaar).

Tijd: niet per 10!

Tijd is een uitzondering: 1 uur = 60 minuten, 1 minuut = 60 seconden, 1 dag = 24 uur. 1,5 uur is dus 1 uur 30 minuten, niet 1 uur 50 minuten. Meer hierover in tijdsduur berekenen.

Probeer het zelf

1. 2,75 m = ? cm

275 cm.

2. 4 500 g = ? kg

4,5 kg.

3. 3 m² = ? dm²

300 dm²: × 100.

4. Een doos van 5 dm × 4 dm × 3 dm: hoeveel liter?

60 liter: 60 dm³ = 60 l.

Veelgemaakte fouten

  • Verkeerde richting: naar een kleinere eenheid wordt het getal groter, niet kleiner.
  • Oppervlakte en volume als lengte: 1 m² is niet 10 dm², maar 100 dm².
  • Tijd per 10 of 100: een uur heeft 60 minuten.
  • Eenheden optellen: 2 m + 30 cm is niet 32, maar 2,30 m of 230 cm.

Een herleidingstabel maken

Laat je kind zelf een herleidingstabel tekenen op een stevig kaartje. Teken zeven kolommen en schrijf bovenaan km, hm, dam, m, dm, cm, mm. Op een tweede rij komen de gewichten (kg tot mg) en op een derde rij de inhouden (kl tot ml). Bij een herleiding zet je kind het getal in de tabel: het laatste cijfer van het gehele deel komt in de kolom van de eenheid. Daarna leest het af in de gevraagde kolom, en vult het aan met nullen. Een zelfgemaakte tabel onthoudt een kind veel beter dan een gekopieerde.

Herleiden in het dagelijkse leven

  • Koken: een recept vraagt 250 g bloem en 2 dl melk. Hoeveel kg en hoeveel cl is dat?
  • Winkelen: wat is goedkoper, 1,5 l frisdrank voor 1,80 euro of 33 cl voor 0,50 euro?
  • Onderweg: het bord zegt 2 500 m tot de afrit. Hoeveel km is dat?
  • Knutselen: een lint van 1,20 m in stukjes van 15 cm. Hoeveel stukjes?

Een leerlijn per leerjaar

  • 2e en 3e leerjaar: m en cm, kg en g, l en cl.
  • 4e leerjaar: alle lengtematen, tijdsduur en geld.
  • 5e leerjaar: oppervlakte (m², cm², are, hectare).
  • 6e leerjaar: volume (m³, dm³, cm³) en het verband met inhoud.

Herhaal elk jaar even de herleidingen van de vorige jaren: ze komen terug in elke toets, ook in de Vlaamse toetsen van het 6e leerjaar.

Tips voor thuis

  • Meet echt: met een meetlint, een weegschaal en een maatbeker.
  • Hang de tabel op of maak een kaartje voor in de pennenzak.
  • Schat eerst: een deur is ongeveer 2 m, een pak melk 1 l, een appel ongeveer 150 g.
  • Gebruik recepten: dl, cl en g kom je daar voortdurend tegen.

Veelgestelde vragen

Wat is herleiden?

Een maat omzetten naar een andere eenheid, bijvoorbeeld 3,5 m naar 350 cm of 2 kg naar 2 000 g.

Hoe gebruik je een herleidingstabel?

Schrijf de eenheden naast elkaar, zet het getal in de tabel met het laatste cijfer van het gehele deel in de juiste kolom en lees het af in de gevraagde eenheid.

Waarom is herleiden bij oppervlakte anders?

Bij oppervlakte is elke eenheid 100 keer groter dan de volgende (m² = 100 dm²). Je verschuift de komma dus 2 plaatsen per eenheid.

Hoeveel liter is 1 dm³?

Precies 1 liter. En 1 m³ is 1 000 liter.