FRNL
Home›Artikels›Klok leren lezen: zo leer je je kind het uur aflezen
2e leerjaar · 5 min lezen

Klok leren lezen: zo leer je je kind het uur aflezen

Klok lezen is een vaardigheid die kinderen elke dag nodig hebben: wanneer begint de school, hoe laat is het speeltijd, hoe lang duurt het nog tot het eten? Toch is het voor veel kinderen moeilijk, zeker in het Nederlands met uitdrukkingen als « half drie » en « vijf voor half vier ». In dit artikel leggen we stap voor stap uit hoe je je kind leert klok lezen, met tips en oefeningen.

Stap 1: de klok leren kennen

Een klok heeft de getallen 1 tot 12 en twee wijzers. De kleine wijzer toont het uur. De grote wijzer toont de minuten. Laat je kind met een speelgoedklok of een zelfgemaakte klok van karton de wijzers zelf draaien. Zo ziet het dat de grote wijzer veel sneller draait dan de kleine.

Stap 2: het volle uur

Staat de grote wijzer op de 12, dan is het een vol uur. De kleine wijzer zegt welk uur: op de 3 is het 3 uur, op de 8 is het 8 uur. Oefen dit eerst goed voor je verdergaat.

Stap 3: half

Staat de grote wijzer op de 6, dan is het half. In het Nederlands zeg je dan het volgende uur: 2.30 u is « half drie ». Leg uit: het is half op weg naar drie uur. De kleine wijzer staat dan precies tussen de 2 en de 3.

Stap 4: kwart over en kwart voor

  • Grote wijzer op de 3: kwart over. 5.15 u = kwart over vijf.
  • Grote wijzer op de 9: kwart voor. 9.45 u = kwart voor tien.

Een kwartier is 15 minuten, een vierde van een uur. Teken een klok en kleur de vier kwarten in een andere kleur: dan ziet je kind waarom het zo heet.

Stap 5: de minuten

Elke stap van de grote wijzer van het ene getal naar het volgende is 5 minuten. Laat je kind tellen per 5: 5, 10, 15, 20… In Vlaanderen zeggen we bijvoorbeeld « tien over drie » (3.10 u), « vijf voor half vier » (3.25 u) en « vijf over half vier » (3.35 u). Oefen deze uitdrukkingen veel: ze zijn het moeilijkste deel.

Stap 6: de digitale klok en 24 uur

Op een digitale klok staat het uur in cijfers: 14.30. Een dag heeft 24 uur. 3 uur in de namiddag is ook 15 uur. Laat je kind de twee klokken vergelijken: 14.30 op de digitale klok is half drie in de namiddag op de wijzerklok.

Probeer het zelf

1. De grote wijzer staat op de 12, de kleine op de 7. Hoe laat is het?

7 uur.

2. Hoe zeg je 4.30 u?

Half vijf. We zeggen het volgende uur.

3. Hoe zeg je 8.45 u?

Kwart voor negen.

4. De film begint om 14.15 u en duurt 1 uur 30 minuten. Hoe laat is hij gedaan?

15.45 u, dat is kwart voor vier.

Tips voor thuis

  • Hang een wijzerklok in de kamer van je kind of in de keuken, op ooghoogte.
  • Vraag geregeld het uur: « hoe laat is het nu? », « hoe lang nog tot het eten? ».
  • Gebruik vaste momenten: om 7 uur opstaan, om half negen naar school, om 6 uur eten.
  • Maak een dagschema met kleine klokjes erbij.
  • Speel: met het online spel klok lezen en de quiz « klok lezen » in de quiz.

Werkbladen

Het werkblad klok lezen (2e leerjaar) heeft een les, drie niveaus oefeningen en de oplossingen in PDF. Voor het rekenen met tijd is er in het 4e leerjaar het werkblad tijdsduur berekenen.

Een klok knutselen

Een zelfgemaakte klok helpt veel. Neem een papieren bord, schrijf de getallen 1 tot 12 en maak twee wijzers van karton: een korte en een lange. Bevestig ze in het midden met een splitpen. Laat je kind de wijzers zetten op uren die het kent: het uur van opstaan, van school, van het avondeten. Schrijf aan de buitenkant ook de minuten per 5 (5, 10, 15…), zodat je kind ze leert koppelen aan de getallen.

Een leerlijn per leerjaar

  • 1e leerjaar: het volle uur en half.
  • 2e leerjaar: kwart over, kwart voor en de minuten per 5.
  • 3e leerjaar: alle minuten, de digitale klok en de 24-uurnotatie.
  • 4e leerjaar: rekenen met tijd, zoals de duur van een film of een treinrit.

Ga pas naar de volgende stap als de vorige vlot gaat. Klok lezen leer je niet in één week: het is een kwestie van elke dag een paar keer kijken en zeggen hoe laat het is.

Veelgemaakte fouten

  • De wijzers verwisselen: herhaal « het uur is kort, de minuten zijn lang ».
  • Bij half het verkeerde uur zeggen: 2.30 u is half drie, niet half twee.
  • Minuten tellen per 1 in plaats van per 5: oefen eerst de tafel van 5.
  • Bij tijdsduur met 100 rekenen: een uur heeft 60 minuten, niet 100.

Veelgestelde vragen

Op welke leeftijd leert een kind klok lezen?

Het volle uur en half meestal in het 1e en 2e leerjaar (6 tot 8 jaar). Kwart over, kwart voor en de minuten volgen in het 2e en 3e leerjaar.

Waarom zeggen we half drie voor 2.30 u?

In het Nederlands verwijst « half » naar het volgende uur: het is half op weg naar drie uur. Dat is voor veel kinderen in het begin verwarrend.

Wat is het verschil tussen de kleine en de grote wijzer?

De kleine wijzer toont het uur, de grote wijzer de minuten. Een handig ezelsbruggetje: het uur is kort, de minuten zijn lang.

Moet mijn kind eerst de analoge of de digitale klok leren?

Beide zijn nuttig. De analoge klok toont beter hoe de tijd verloopt; de digitale klok is makkelijker te lezen. Leer ze bij voorkeur samen.