Naar de inhoud
FRNL
Home›Artikels›Eindtoets: delers, veelvouden en deelbaarheid

Wiskunde begrijpen · Praktische gids

Eindtoets: delers, veelvouden en deelbaarheid

Een veelvoud ontstaat door vermenigvuldigen met een geheel getal. Een deler verdeelt een hoeveelheid zonder rest.

Mathia, de mascotte van ProfMathia

Begrijpen. Proberen. Uitleggen.

Bijgewerkt op 2 november 2026 · 8 minuten lezen

De twee begrippen verbinden

Vier keer zes is 24. Daarom is 24 een veelvoud van vier en van zes. Omgekeerd zijn vier en zes delers van 24.

Dezelfde relatie krijgt dus verschillende namen. Bij veelvouden kijk je naar uitkomsten van een tafel. Bij delers onderzoek je of een deling een geheel quotiënt zonder rest oplevert.

Gebruik een doos met 24 blokjes. Je kunt zes rijtjes van vier maken. Je kunt ook vier rijtjes van zes maken zonder blokjes over te houden.

Dat concrete patroon helpt om de woorden te onthouden. Een regel als 'de deler is altijd kleiner' is te onnauwkeurig. Een getal is immers ook een deler van zichzelf.

Veelvouden systematisch vinden

De niet-negatieve veelvouden van vier zijn 0, 4, 8, 12, 16 en zo verder. Je vermenigvuldigt vier met 0, 1, 2, 3 en de volgende gehele aantallen. De positieve veelvouden beginnen bij vier.

Voor ieder positief geheel getal zijn er oneindig veel zulke veelvouden. Je kunt steeds nog één keer dat getal toevoegen. De lijst houdt dus niet bij het laatste gekende tafelproduct op.

Let op de vraag of nul meetelt. Vraagt men de eerste vijf positieve veelvouden, dan begin je niet bij nul. Het woord positief geeft die beperking duidelijk aan.

Nul is een bijzonder geval wanneer je veelvouden van nul zelf bekijkt. Nul keer ieder getal blijft nul. Maak daarom algemene uitspraken over lijsten voor positieve getallen.

Delers in paren zoeken

Voor de positieve delers van 18 zoek je producten met uitkomst 18. Eén keer achttien geeft het eerste paar. Twee keer negen en drie keer zes geven de volgende paren.

De delers zijn 1, 2, 3, 6, 9 en 18. Schrijf ze in volgorde nadat je de paren hebt gevonden. Zo vermijd je vergeten of dubbel genoteerde getallen.

Bij een vierkantsgetal kan een paar hetzelfde getal bevatten. Voor 36 komt zes keer zes voor. De deler zes schrijf je in de uiteindelijke lijst maar één keer.

Een positief geheel getal heeft een eindige lijst positieve delers. Dat verschilt van de oneindige lijst veelvouden. Benoem die verschillende zoekvragen wanneer een leerling beide door elkaar haalt.

Eenvoudige kenmerken gebruiken

Een geheel getal is deelbaar door twee wanneer het laatste cijfer even is. Dat laatste cijfer is dan 0, 2, 4, 6 of 8. Zo is 246 deelbaar door twee.

Voor deelbaarheid door vijf eindigt het getal op 0 of 5. Voor deelbaarheid door tien eindigt het op 0. Deze kenmerken helpen snel een eerste keuze maken.

Bij deelbaarheid door drie tel je de cijfers op. Voor 246 is dat 2 plus 4 plus 6, dus 12. Twaalf is deelbaar door drie en daarom 246 ook.

Controleer een kenmerk met een echte deling wanneer je het leert. 246 gedeeld door drie is 82. Zo blijft het verband met 'zonder rest delen' duidelijk.

Niet ieder kenmerk werkt voor elke deler

Een even getal is niet automatisch deelbaar door vier. Tien is even, maar tien gedeeld door vier geeft een rest. Het kenmerk voor twee mag je niet zomaar uitbreiden.

Voor deelbaarheid door vier kun je de laatste twee cijfers bekijken. Vormt dat deel een getal dat deelbaar is door vier, dan is het hele getal dat ook. Zo is 316 deelbaar door vier omdat 16 dat is.

Voor deelbaarheid door negen gebruik je de som van de cijfers. Die som moet deelbaar zijn door negen. Een som die alleen door drie deelbaar is, is daarvoor onvoldoende.

Kies de kenmerken die bij de klasaanpak passen. Veel regels tegelijk leren zonder voorbeelden kan verwarren. Laat steeds uitleggen welke deler wordt onderzocht en hoe de controle werkt.

Gemeenschappelijke delers gebruiken

Je hebt 24 rode en 36 blauwe kralen. Je wilt identieke zakjes maken zonder kralen over te houden. Het aantal zakjes moet zowel 24 als 36 zonder rest delen.

Twaalf is een gemeenschappelijke deler. Je kunt twaalf zakjes maken met elk twee rode en drie blauwe kralen. Het is ook de grootste gemeenschappelijke deler van deze twee aantallen.

Vraag altijd wat maximaal moet zijn. Het grootste aantal zakjes betekent niet het grootste aantal kralen per zakje. De tekst bepaalt welke hoeveelheid je zoekt.

Gemeenschappelijke delers helpen ook bij breuken vereenvoudigen. Twaalf achttiende kun je teller en noemer door zes delen. De gelijkwaardige breuk is twee derde.

Gemeenschappelijke veelvouden gebruiken

Twee signalen klinken samen bij het begin. Het ene herhaalt om de vier minuten en het andere om de zes minuten. Je zoekt wanneer ze opnieuw samen klinken.

De positieve veelvouden van vier beginnen met 4, 8 en 12. Die van zes beginnen met 6 en 12. Na twaalf minuten vallen beide signalen opnieuw samen.

Hier zoek je het kleinste positieve gemeenschappelijke veelvoud. Nul is het beginmoment, maar niet het gevraagde volgende moment. De context verklaart waarom positief belangrijk is.

Een tijdlijn kan de herhalingen zichtbaar maken. Noteer de signalen op vaste tussenpozen. Zo zie je het verschil met een opgave over verdelen in gelijke zakjes.

Priemgetallen herkennen

Een priemgetal is een positief geheel getal met precies twee positieve delers. Dat zijn één en het getal zelf. Zeven is een voorbeeld, want alleen één en zeven delen het zonder rest.

Eén is geen priemgetal. Het heeft maar één positieve deler. Twee is wel priem en is het enige even priemgetal.

Niet ieder oneven getal is priem. Negen heeft ook drie als deler. Vijftien heeft drie en vijf als delers naast één en vijftien.

Voor officiële eindtoetsinformatie geven de school en onderwijs.vlaanderen.be de juiste uitleg. Deze voorbeelden zijn eigen oefensituaties. Gebruik begrippen en moeilijkheid die aansluiten bij het vierde of zesde leerjaar.

De vraag zelf in een verhaal zetten

Laat je kind bij een vermenigvuldiging een korte situatie bedenken. Vier keer zes kan vier zakjes met zes kralen voorstellen. Daarna kan het dezelfde situatie gebruiken om een deling uit te leggen.

Vraag welk getal een veelvoud is en welke getallen als delers optreden. De woorden worden zo gekoppeld aan een relatie die het kind zelf begrijpt. Dat helpt wanneer een losse definitie moeilijk te onthouden is.

Verander vervolgens het totaal naar een hoeveelheid die niet zonder rest past. De leerling kan onderzoeken waarom de deler dan niet meer in de lijst hoort. Een rest geeft directe informatie over deelbaarheid.

Houd de aantallen eerst klein genoeg om werkelijk te controleren. Later kunnen kenmerken en grotere getallen hetzelfde onderzoek verkorten. De betekenis blijft bij beide aanpakken gelijk.

Vijf oefeningen met oplossing

Oefening 1: positieve veelvouden opschrijven

Schrijf de eerste vijf positieve veelvouden van zes op. Leg uit waarom nul in deze vraag niet het eerste antwoord is.

Oplossing: de antwoorden zijn 6, 12, 18, 24 en 30. Nul is wel een veelvoud van zes, maar niet positief. De beperking in de vraag bepaalt dus waar de gevraagde lijst begint.

Oefening 2: alle positieve delers zoeken

Zoek de positieve delers van 18. Werk met productparen en schrijf daarna de volledige lijst in oplopende volgorde.

Oplossing: de paren zijn 1 en 18, 2 en 9, 3 en 6. De lijst wordt 1, 2, 3, 6, 9 en 18. Elk getal deelt 18 zonder rest. De paren helpen om niets te vergeten.

Oefening 3: deelbaarheid controleren

Is 246 deelbaar door drie? Gebruik de som van de cijfers en controleer daarna met een deling. Benoem wat het kenmerk voorspelt.

Oplossing: 2 plus 4 plus 6 is 12. Twaalf is deelbaar door drie, dus 246 ook. De controle geeft 246 gedeeld door 3 is 82 zonder rest. Het kenmerk gaat over deelbaarheid, niet rechtstreeks over de grootte van het quotiënt.

Oefening 4: identieke zakjes maken

Er zijn 24 rode en 36 blauwe kralen. Je maakt zoveel mogelijk identieke zakjes zonder overschot. Hoeveel zakjes maak je en wat zit in elk zakje?

Oplossing: de grootste gemeenschappelijke deler is 12. Je maakt twaalf zakjes. Elk zakje krijgt 24 gedeeld door 12, dus twee rode kralen, en 36 gedeeld door 12, dus drie blauwe kralen. Alle kralen zijn verdeeld.

Oefening 5: het volgende gezamenlijke moment

Twee signalen klinken nu tegelijk. Ze herhalen respectievelijk om de vier en zes minuten. Na hoeveel minuten klinken ze voor het eerst opnieuw samen?

Oplossing: het kleinste positieve gemeenschappelijke veelvoud van vier en zes is twaalf. Na twaalf minuten klinken beide signalen opnieuw samen. Nul beschrijft het beginmoment en beantwoordt niet de vraag naar het volgende moment.

Veelgestelde vragen

Hoe onthoud ik het verschil tussen deler en veelvoud?

Gebruik één vermenigvuldiging, bijvoorbeeld vier keer zes is 24. Vier en zes delen 24 zonder rest. Vierentwintig is dus een veelvoud van beide. De relatie zelf is betrouwbaarder dan alleen naar het grootste en kleinste getal kijken.

Is één een priemgetal?

Nee. Een priemgetal heeft precies twee positieve delers. Eén heeft alleen zichzelf als positieve deler en voldoet dus niet. Twee heeft één en twee als delers en is wel priem. De definitie helpt meer dan een lijst uit het hoofd leren.

Is nul een veelvoud?

Nul is een veelvoud van ieder geheel getal, omdat vermenigvuldigen met nul nul geeft. Vraagt een oefening positieve veelvouden, dan valt nul buiten de gevraagde lijst. Lees die beperking en benoem bij tijdsvragen ook welk moment wordt gezocht.

Mag ik een deelbaarheidskenmerk voor elke deler gebruiken?

Nee. Elk kenmerk hoort bij een bepaalde deler. Een even eindcijfer toont deelbaarheid door twee, niet automatisch door vier. Benoem eerst welke deler onderzocht wordt. Controleer nieuwe kenmerken met een deling om hun betekenis goed te begrijpen.

Hoe weet ik of een vraag delers of veelvouden vraagt?

Identieke verdelingen zonder rest wijzen vaak naar gemeenschappelijke delers. Herhalingen die weer samenvallen vragen vaak gemeenschappelijke veelvouden. Gebruik dat als denksteun, maar lees de volledige situatie. De vraag en de betekenis van de aantallen blijven bepalend.