Naar de inhoud
FRNL
Home›Artikels›Oefentoets wiskunde 6e leerjaar met oplossingen

Wiskunde begrijpen · Praktische gids

Oefentoets wiskunde 6e leerjaar met oplossingen

Hoe goed beheerst je kind de wiskunde van de lagere school? Met deze oefentoets van 25 vragen en de oplossingen zie je meteen waar het staat.

Ook in het FransLire en français
Mathia, de mascotte van ProfMathia

Begrijpen. Proberen. Uitleggen.

Bijgewerkt op 31 oktober 2026 · 6 minuten lezen

Zo gebruik je deze oefentoets

Deze oefentoets bevat 25 vragen over alle domeinen van de wiskunde van de lagere school: getallen, bewerkingen, meten, meetkunde en gegevensverwerking, met enkele vraagstukken. Laat je kind de toets maken in een rustige omgeving, met een potlood, gom, lat en geodriehoek. Een rekenmachine is niet toegelaten, behalve als je een deel bewust met rekenmachine wil oefenen. Geef ongeveer 50 minuten. Verbeter daarna samen met de oplossingen onderaan. Het doel is niet een score, maar weten wat al goed gaat en wat nog geoefend moet worden. Deze toets is een oefening en geen officiële eindtoets.

Deel 1: getallen en bewerkingen

  1. Schrijf in cijfers: vier miljoen tweehonderdvijfduizend.
  2. Rond 7 486 af op het honderdtal.
  3. Orden van klein naar groot: 0,45 – 0,5 – 0,405 – 0,54.
  4. Bereken: 4 + 6 × 3.
  5. Bereken: 125 × 8.
  6. Bereken: 3,6 × 2,5.
  7. Bereken: 7,5 : 3.
  8. Is 2 346 deelbaar door 3? Verklaar.

Deel 2: breuken en procenten

  1. Vereenvoudig 15/20.
  2. Welke is groter: 3/4 of 5/8?
  3. Bereken: 1/2 + 1/3.
  4. Bereken 3/5 van 45.
  5. Bereken 25 % van 160.
  6. Een jas kost 80 euro. Je krijgt 15 % korting. Hoeveel betaal je?
  7. Schrijf 0,35 als breuk en als procent.

Deel 3: meten

  1. Herleid 2,75 km naar m.
  2. Herleid 3 m² naar dm².
  3. Hoeveel liter is 1 500 cm³?
  4. Een film begint om 19.45 uur en duurt 1 uur en 50 minuten. Wanneer eindigt hij?
  5. Een pot weegt bruto 650 g. De lege pot weegt 150 g. Wat is het nettogewicht?

Deel 4: meetkunde

  1. Een driehoek heeft hoeken van 40° en 75°. Hoe groot is de derde hoek?
  2. Bereken de oppervlakte van een driehoek met basis 12 cm en hoogte 7 cm.
  3. Bereken het volume van een balk van 6 cm × 5 cm × 4 cm.

Deel 5: gegevens en vraagstukken

  1. Bereken het gemiddelde van 14, 18, 20 en 16.
  2. Een klas van 24 leerlingen gaat naar het zwembad. Een ticket kost 3,50 euro. De school betaalt de helft. Hoeveel betalen de ouders samen?

Oplossingen

1. 4 205 000. 2. 7 500. 3. 0,405 – 0,45 – 0,5 – 0,54. 4. 22. 5. 1 000. 6. 9. 7. 2,5. 8. Ja, want 2 + 3 + 4 + 6 = 15, en 15 is deelbaar door 3. 9. 3/4. 10. 3/4 (6/8 tegenover 5/8). 11. 5/6. 12. 27. 13. 40. 14. 68 euro (korting 12 euro). 15. 35/100 = 7/20 en 35 %. 16. 2 750 m. 17. 300 dm². 18. 1,5 l. 19. 21.35 uur. 20. 500 g. 21. 65°. 22. 42 cm². 23. 120 cm³. 24. 17. 25. 24 × 3,50 = 84 euro, de helft is 42 euro.

Puntenverdeling en interpretatie

Geef één punt per vraag, en bij vragen 8, 14 en 25 eventueel een half punt voor een juiste aanpak met een rekenfout. 21 tot 25 punten: de leerstof zit goed; blijf kort herhalen. 15 tot 20 punten: een goede basis, maar enkele domeinen vragen extra oefening. Minder dan 15 punten: kies samen met de leerkracht twee of drie prioriteiten en werk er een paar weken gericht aan. Kijk vooral per domein: waar zitten de meeste fouten?

De fouten bespreken

Bespreek elke fout met je kind. Was het een slordigheid, een leesfout of een begripsfout? Bij slordigheid helpt controleren, bij een leesfout nauwkeuriger lezen, bij een begripsfout opnieuw uitleggen met materiaal of tekeningen. Noteer de moeilijke onderwerpen en oefen ze de volgende weken met werkbladen. Maak de toets een maand later opnieuw om de vooruitgang te zien. Lees meer in veelgemaakte rekenfouten.

Kort samengevat

Maak de oefentoets rustig, verbeter samen, bekijk de resultaten per domein en kies gericht wat je verder oefent. Herhaal na een maand om de vooruitgang te zien.

Vier extra vraagstukken

  1. Een trein vertrekt om 8.47 uur en komt aan om 10.15 uur. Hoe lang duurt de rit?
  2. Op een kaart met schaal 1 : 25 000 liggen twee dorpen 8 cm uit elkaar. Hoe ver is dat in werkelijkheid?
  3. Een recept voor 4 personen vraagt 0,75 l melk. Hoeveel melk voor 6 personen?
  4. Een tuin is 15 m lang en 8 m breed. Een zak graszaad is genoeg voor 30 m². Hoeveel zakken zijn nodig?

Oplossingen. 26. 1 uur en 28 minuten. 27. 200 000 cm = 2 km. 28. 1,125 l. 29. De oppervlakte is 120 m², dus 4 zakken.

De toets herhalen

Maak de toets een maand later opnieuw, of gebruik een andere oefentoets met gelijkaardige vragen. Vergelijk de resultaten per domein. Zie je vooruitgang? Dan werkt de aanpak. Blijven dezelfde domeinen moeilijk? Bespreek dan met de leerkracht hoe je gerichter kan oefenen. Zo wordt de oefentoets een instrument om het leren op te volgen, niet alleen een momentopname.

Tips voor de toets zelf

  • Lees elke vraag rustig en volledig.
  • Begin met de vragen die je zeker kan.
  • Schrijf je berekeningen op.
  • Schat vooraf en controleer achteraf.
  • Kijk op het einde of je geen vraag vergeten bent.

Wat zegt de toets per domein?

Vragen 1 tot 8 testen getallen en bewerkingen, 9 tot 15 breuken en procenten, 16 tot 20 meten, 21 tot 23 meetkunde en 24 tot 29 gegevens en vraagstukken. Tel per domein het aantal juiste antwoorden. Een domein met minder dan de helft juist verdient extra aandacht. Kies per domein de bijhorende werkbladen of artikels: breuken, kommagetallen en procenten, meten en metend rekenen of meetkunde.

Rustig blijven

Een oefentoets is een oefening. Benadruk dat fouten nu waardevol zijn, omdat ze tonen wat je nog kan oefenen voor de echte toets. Prijs de inzet en bespreek de resultaten positief.

Vervolg na de toets

Na de bespreking kies je per zwak domein één of twee werkbladen en een spel. Werk er twee weken aan, vijftien minuten per dag. Maak daarna enkele vragen van de toets opnieuw. Zo zie je of de gerichte oefening werkt, en krijgt je kind vertrouwen voor de echte eindtoets.

Een toets als oefening in planning

Een oefentoets is ook een oefening in tijd beheren. Laat je kind na afloop vertellen bij welke vragen het te lang bleef hangen, en bespreek hoe het de volgende keer beter kan verdelen.

Meer oefenen en lezen

Oefen verder met de oefentoetsen 6e leerjaar en de werkbladen van het 6e leerjaar. Lees ook wiskunde samenvatting 6e leerjaar en eindtoets wiskunde 6e leerjaar.

Veelgestelde vragen

Is deze oefentoets een officiële eindtoets?

Nee, het is een oefentoets om te zien waar je kind staat.

Hoe lang duurt de oefentoets?

Ongeveer 50 minuten.

Mag mijn kind een rekenmachine gebruiken?

Bij deze toets niet, tenzij je bewust een deel met rekenmachine wil oefenen.

Wat doe ik met de resultaten?

Bekijk ze per domein, bespreek de fouten en kies gericht wat je verder oefent.

Hoe vaak maak je een oefentoets?

Eén keer per maand in de aanloop naar de eindtoets is ruim voldoende, met tussendoor gerichte oefening.

Hoe bespreek je de resultaten?

Per domein, positief, met aandacht voor wat goed ging en een plan voor wat beter kan.

Wat doe je na de oefentoets?

Kies per zwak domein werkbladen en een spel, oefen twee weken gericht en maak daarna enkele vragen opnieuw.