Naar de inhoud
FRNL
Home›Artikels›Wiskunde in het 6e leerjaar: wat leert je kind?

Wiskunde begrijpen · Praktische gids

Wiskunde in het 6e leerjaar: wat leert je kind?

Procenten, evenredigheid, volume en de eindtoets: in het 6e leerjaar komt alles samen. Een overzicht van wat je kind dit laatste jaar leert.

Ook in het FransLire en français
Mathia, de mascotte van ProfMathia

Begrijpen. Proberen. Uitleggen.

Bijgewerkt op 31 oktober 2026 · 6 minuten lezen

De grote doelen van het jaar

Het 6e leerjaar is het laatste jaar van de lagere school. Alle leerstof komt samen en wordt uitgebreid met procenten, evenredigheid, volume en de cirkel. Kinderen leren vraagstukken met meerdere stappen oplossen en hun redenering opschrijven. Veel scholen nemen deel aan een eindtoets. Tegelijk bereidt het 6e leerjaar voor op de overstap naar het secundair onderwijs.

De precieze leerstof verschilt licht per school en per leerplan of methode. Gebruik dit overzicht als richtlijn en vraag de leerkracht naar de jaarplanning van de klas.

Getallen

Grote getallen en kommagetallen. Breuken: vergelijken, vereenvoudigen, optellen en aftrekken. Procenten en het verband met breuken en kommagetallen. Een eerste kennismaking met negatieve getallen, bijvoorbeeld bij temperaturen.

Bewerkingen

De vier bewerkingen met kommagetallen. Procenten berekenen, kortingen en toenames. Evenredigheid en de verhoudingstabel. De volgorde van bewerkingen. Schatten en de rekenmachine verstandig gebruiken. Vraagstukken met meerdere stappen.

Meten en metend rekenen

Herleidingen van lengte, gewicht, inhoud, oppervlakte en volume. Volume van een kubus en een balk. Het verband tussen dm³ en liter. Schaal op kaarten en plannen. Bruto, netto en tarra.

Meetkunde

De cirkel: straal, diameter, omtrek. De oppervlakte van een driehoek. Constructies met lat, geodriehoek en passer. Eigenschappen van figuren.

Gegevensverwerking

Tabellen en grafieken lezen en interpreteren: staaf-, lijn- en cirkeldiagrammen. Het gemiddelde.

Hoe verloopt het schooljaar?

September tot december: herhaling, breuken en kommagetallen, procenten. Januari tot maart: evenredigheid, herleidingen, volume, de cirkel. April tot juni: vraagstukken, oefentoetsen, de eindtoets, voorbereiding op het secundair.

Wat kan je thuis doen?

Laat je kind kortingen berekenen, recepten aanpassen, kaarten met een schaal lezen en het budget van een uitstap plannen. Oefen met oude toetsen. Werk aan zelfstandigheid en planning. Lees ook eindtoets wiskunde 6e leerjaar, wiskunde samenvatting 6e leerjaar en van lager naar secundair.

Signalen om op te letten

Heeft je kind nog veel moeite met breuken, kommagetallen of de maaltafels? Lukken vraagstukken met meerdere stappen niet? Bespreek het tijdig met de leerkracht, zodat er voor de eindtoets en de overstap naar het secundair nog gericht geoefend kan worden.

Weet je kind dit al? Tien vragen

  1. Hoeveel is 25 % van 80?
  2. Een trui kost 40 euro met 15 % korting. Hoeveel betaal je?
  3. Hoeveel is 3,6 × 2,5?
  4. Hoeveel is 1/2 + 1/3?
  5. 3 schriften kosten 4,50 euro. Hoeveel kosten er 8?
  6. Herleid 2,5 m² naar dm².
  7. Wat is het volume van een balk van 6 × 4 × 3 cm?
  8. Een cirkel heeft een straal van 5 cm. Hoe groot is de diameter?
  9. Bereken 5 + 3 × 4.
  10. Op een kaart met schaal 1 : 100 000 is een weg 4 cm. Hoe lang is de weg?

Oplossingen. 1. 20. 2. 34 euro. 3. 9. 4. 5/6. 5. 12 euro. 6. 250 dm². 7. 72 cm³. 8. 10 cm. 9. 17. 10. 4 km.

Deze vragen geven een idee van wat op het einde van het jaar verwacht wordt. Ze vervangen geen evaluatie van de leerkracht.

Van het vorige naar dit leerjaar

In het 5e leerjaar werden kommagetallen, breuken en oppervlakte uitgebreid. In het 6e leerjaar komen procenten, evenredigheid en volume erbij, en wordt alles gecombineerd in vraagstukken. Het is ook het jaar van herhaling en synthese: alles wat in de lagere school geleerd werd, moet nu samen gebruikt kunnen worden.

Veelgemaakte fouten in het 6e leerjaar

  • De korting geven in plaats van de nieuwe prijs.
  • 5 % schrijven als 0,5.
  • Bij oppervlakte en volume de verkeerde factor gebruiken bij herleidingen.
  • De volgorde van bewerkingen niet respecteren.
  • Bij vraagstukken het antwoord niet controleren.

Een oefenweek als voorbeeld

Maandag: kortingen berekenen met een folder. Dinsdag: een recept aanpassen voor meer personen. Woensdag: een strategiespel of raadsel. Donderdag: een deel van een oude toets. Vrijdag: een kaart met schaal lezen en een afstand berekenen. Telkens vijftien tot twintig minuten.

Nog acht vragen

  1. Hoeveel is 10 % van 450?
  2. Schrijf 3/5 als procent.
  3. Hoeveel is 0,4 × 0,3?
  4. Hoeveel is 2/3 + 1/6?
  5. 5 kg kost 12 euro. Hoeveel kost 2 kg?
  6. Hoeveel liter is 2,5 dm³?
  7. Hoeveel graden zijn de hoeken van een driehoek samen?
  8. Bereken (8 + 4) × 3.

Oplossingen. 1. 45. 2. 60 %. 3. 0,12. 4. 5/6. 5. 4,80 euro. 6. 2,5 l. 7. 180°. 8. 36.

Handig materiaal voor thuis

  • Een herleidingstabel voor alle grootheden.
  • Een passer, geodriehoek en lat.
  • Een rekenmachine voor wanneer die toegelaten is.
  • Folders en kaarten met een schaal.
  • Oude toetsen om te oefenen.
  • Een eigen samenvatting of foutenschrift.

Wiskunde in het dagelijks leven

Laat je kind kortingen berekenen, de schaal op een wandelkaart gebruiken, een recept aanpassen voor meer personen of het budget van een uitstap opmaken. Vergelijk prijzen per liter of per kilo. Bekijk samen grafieken in de krant. Zo wordt de leerstof van het 6e leerjaar heel praktisch, en oefent je kind de vaardigheden die op de eindtoets gevraagd worden.

Samenwerken met de leerkracht

Vraag de leerkracht welke eindtoets de school gebruikt, hoe de voorbereiding in de klas verloopt en welke domeinen voor je kind nog aandacht vragen. Bespreek ook de overstap naar het secundair en de doorgave van eventuele aanpassingen.

Uitdaging voor sterke rekenaars

Sterke rekenaars kunnen zich al verdiepen in negatieve getallen, eenvoudige vergelijkingen of logische puzzels. Laat ze ook complexe vraagstukken oplossen en hun redenering uitleggen: dat is een echte uitdaging en een goede voorbereiding op het secundair.

Een typisch vraagstuk

Een fiets kost 320 euro. In de solden krijg je 25 % korting, en daarna nog eens 10 euro korting met een bon. Hoeveel betaal je? 25 % van 320 = 80 euro, dus 240 euro. Min 10 euro: 230 euro. Een typisch vraagstuk van het 6e leerjaar met meerdere stappen.

Een woord tot slot

Het 6e leerjaar is een druk jaar met de eindtoets en de overstap naar het secundair. Zorg ook voor rust en ontspanning.

Extra oefenvragen

  1. Hoeveel is 30 % van 90?
  2. Schrijf 0,125 als breuk.
  3. Hoeveel is 4,8 : 0,4?
  4. Hoeveel is 3/4 − 1/3?
  5. Herleid 1 500 cm³ naar dm³.
  6. Wat is de oppervlakte van een driehoek met basis 9 cm en hoogte 6 cm?

Oplossingen. 1. 27. 2. 1/8. 3. 12. 4. 5/12. 5. 1,5 dm³. 6. 27 cm².

Werkbladen, spelletjes en meer lezen

Bekijk de werkbladen van het 6e leerjaar, de rekenspelletjes en lees ook oefeningen wiskunde 6e leerjaar en hoofdrekenen in het 6e leerjaar.

Veelgestelde vragen

Wat is nieuw in het 6e leerjaar?

Procenten, evenredigheid, volume, de cirkel en vraagstukken met meerdere stappen.

Is er een eindtoets in het 6e leerjaar?

Veel scholen nemen deel aan een eindtoets. Vraag de school welke.

Hoe bereid ik mijn kind voor op het secundair?

Door de basis te verstevigen en te werken aan zelfstandigheid en planning.

Moet mijn kind een rekenmachine hebben?

Soms wordt een rekenmachine gebruikt, maar niet bij alle opdrachten. Volg de lijst van de school.

Wat is het belangrijkste in het 6e leerjaar?

Vlot rekenen met breuken, kommagetallen en procenten, en vraagstukken met meerdere stappen oplossen.

Hoe bereken je een korting?

Bereken het percentage van de prijs en trek het af: 25 % van 80 euro is 20 euro, de nieuwe prijs is 60 euro.