FRNL
Home›Artikels›Oefeningen wiskunde 1e leerjaar: zo oefen je thuis met je kind
1e leerjaar · 5 min lezen

Oefeningen wiskunde 1e leerjaar: zo oefen je thuis met je kind

In het 1e leerjaar zet je kind de eerste echte stappen in de wiskunde. Het leert getallen lezen en schrijven, tellen tot 20, optellen en aftrekken. Veel ouders willen daar thuis bij helpen, maar weten niet goed waar te beginnen. Op deze pagina lees je wat je kind dit jaar leert, welke werkbladen je gratis kunt afdrukken en hoe je thuis op een leuke manier oefent.

Wat leert je kind in het 1e leerjaar?

De leerstof wiskunde is verdeeld over vier domeinen. In het 1e leerjaar ziet dat er zo uit:

  • Getallen en rekenen: tellen tot 20, getallen splitsen, optellen en aftrekken tot 10 en daarna tot 20, de dubbels en de vriendjes van 10.
  • Meten: lengtes vergelijken en meten met een lat in centimeter, de dagen van de week en de maanden.
  • Meetkunde: vormen herkennen (vierkant, rechthoek, driehoek, cirkel) en zich oriënteren met woorden als links, rechts, voor en achter.
  • Gegevensverwerking: eenvoudige tabellen lezen en vergelijken.

De 8 thema’s met gratis werkbladen

Voor elk thema vind je een les, drie werkbladen van niveau 1 tot 3 en de oplossingen, allemaal als PDF om af te drukken:

Alle thema’s staan ook samen op de pagina wiskunde 1e leerjaar.

Zo gebruik je de drie niveaus

Elk werkblad bestaat in drie niveaus. Zo kan je kind op zijn eigen tempo werken:

  • Niveau 1 is om de leerstof te ontdekken, met korte en eenvoudige opdrachten.
  • Niveau 2 is om te oefenen. De opdrachten zijn iets moeilijker.
  • Niveau 3 is om verder te gaan, met kleine vraagstukken en uitdagingen.

Begin altijd met de les. Lees ze samen en laat je kind de voorbeelden uitleggen in zijn eigen woorden. Lukt niveau 1 goed, ga dan pas verder. Het is helemaal niet erg als je kind een tijd bij niveau 1 blijft.

Tips om thuis te oefenen

Kort en vaak

Een kind van zes jaar kan zich niet lang concentreren. Tien minuten per dag levert veel meer op dan een uur op zaterdag. Kies een vast moment, bijvoorbeeld na het vieruurtje.

Werk met echte voorwerpen

Kinderen in het 1e leerjaar leren het best met hun handen. Tel knopen, blokjes of snoepjes. Maak pakjes van 10 met elastiekjes. Leg 7 lepels op tafel en neem er 3 weg: zo wordt een aftrekking iets wat je kind echt ziet.

Reken in het dagelijkse leven

Er zijn elke dag kansen om te rekenen: de trappen tellen, het aantal borden op tafel, de dagen tot een verjaardag. Vraag ook: « Wie heeft er meer? » of « Hoeveel zijn er nog over? ». Zo oefent je kind zonder dat het voelt als huiswerk.

Prijs de inspanning

Zeg niet alleen « goed zo » als het antwoord juist is, maar ook « knap dat je het zelf geprobeerd hebt ». Een kind dat fouten durft te maken, leert sneller.

Online spelletjes voor het 1e leerjaar

Elk thema heeft ook een gratis online spel met tien vragen. Je kind verdient een ster per juist antwoord en ziet meteen de verbetering. De spelletjes werken op een tablet, een gsm en een computer. Een goede routine: het werkblad op de ene dag, het spel op de volgende dag. Voor wat extra hoofdrekenen is er de quiz hoofdrekenen, niveau 1.

Veelgemaakte fouten in het 1e leerjaar

  • Cijfers omdraaien: 12 schrijven als 21. Dat is normaal in het begin. Laat je kind het getal hardop lezen en het tiental tonen met blokjes.
  • Bij 1 beginnen tellen op de getallenlijn in plaats van te springen. Toon dat je bij het eerste getal vertrekt en dan springt.
  • Niet bij 0 beginnen met de lat. Laat je kind de 0 eerst aanduiden met een stip.
  • Links en rechts verwarren. Een armbandje of een stip op de rechterhand helpt.

Een voorbeeld van een oefenweek

Hoe ziet dat er in de praktijk uit? Hier is een week rond het thema optellen tot 20, telkens tien tot vijftien minuten:

  • Maandag: samen de les van eenvoudige optellingen lezen. Leg de vriendjes van 10 met blokjes of knopen.
  • Dinsdag: het werkblad niveau 1. Verbeter samen met de oplossingen.
  • Woensdag: het online spel van het thema. Tel samen de sterren.
  • Donderdag: het werkblad niveau 2, of een rekenspel aan tafel met twee dobbelstenen: gooi en tel op.
  • Vrijdag: een vrije dag, of niveau 3 als je kind zin heeft in een uitdaging.

De week erna kies je een ander thema, bijvoorbeeld meten of de dagen van de week. Kom geregeld terug naar het tellen en optellen: korte herhaling zorgt ervoor dat het blijft hangen.

Rekenen met dobbelstenen, kaarten en de keuken

Je hebt geen dure materialen nodig. Met een paar eenvoudige dingen kan je thuis veel oefenen:

  • Dobbelstenen: gooi twee dobbelstenen en tel de ogen op. Wie het eerst 20 punten heeft, wint.
  • Speelkaarten: neem de kaarten van 1 tot 10. Trek een kaart en zoek het vriendje van 10.
  • In de keuken: tel samen de eieren, verdeel koekjes, zet 4 borden en 4 glazen klaar.
  • Onderweg: tel de rode auto’s, lees de huisnummers, zoek welk nummer erna komt.

Zo leert je kind dat getallen overal zijn, en dat rekenen nuttig en leuk is.

Wanneer extra hulp vragen?

Elk kind leert op zijn eigen tempo. Merk je na enkele maanden dat je kind nog altijd geen hoeveelheden tot 5 herkent zonder te tellen, of dat het erg gefrustreerd raakt bij rekenen, praat er dan over met de juf of meester. Samen kunnen jullie bekijken of er extra ondersteuning nodig is.

Klaar voor het volgende jaar? Bekijk dan de oefeningen wiskunde voor het 2e leerjaar.

Veelgestelde vragen

Wat leert een kind in wiskunde in het 1e leerjaar?

Tellen en getallen tot 20, splitsen, optellen en aftrekken tot 20, meten met een lat, vormen herkennen, de dagen en maanden en eenvoudige tabellen lezen.

Zijn de werkbladen gratis?

Ja. Alle lessen, oefeningen en oplossingen zijn gratis te downloaden als PDF, zonder inschrijving.

Hoe lang moet een kind van 6 jaar oefenen?

Tien tot vijftien minuten per keer is genoeg. Liever elke dag kort dan één keer per week lang.

Moet mijn kind al vlot kunnen rekenen tot 20?

Nee, dat leert het in de loop van het schooljaar. Begin met de getallen tot 10 en bouw stap voor stap op.