Oefeningen wiskunde 3e leerjaar: maaltafels, getallen tot 1000 en cijferen
Het 3e leerjaar is een belangrijk jaar voor wiskunde. De getallen gaan tot 1000, je kind leert cijferend aftrekken en vooral: de maaltafels. Wie de tafels goed kent, heeft het de volgende jaren veel makkelijker bij delen, breuken en vraagstukken. Hier vind je het overzicht van de leerstof, de gratis werkbladen en tips om thuis te oefenen.
Wat leert je kind in het 3e leerjaar?
- Getallen en rekenen: getallen tot 1000 splitsen in honderdtallen, tientallen en eenheden; alle maaltafels; cijferend optellen en aftrekken met lenen.
- Meten: rekenen met geld (euro en cent, teruggeven), gewicht in gram en kilogram.
- Meetkunde: ruimtefiguren herkennen en vlakken, ribben en hoekpunten tellen.
- Gegevensverwerking: een staafdiagram lezen, tabellen met dubbele ingang.
De 8 thema’s met gratis werkbladen
- De maaltafels: de tafel van vermenigvuldiging en handige trucjes.
- De getallen tot 1000: splitsen, vergelijken, de getallenlijn.
- Cijferend aftrekken: met en zonder lenen.
- Rekenen met geld: betalen en teruggeven.
- Gewicht: 1 kg = 1 000 g.
- Ruimtefiguren: kubus, balk, cilinder, bol, kegel en piramide.
- Een grafiek lezen: het staafdiagram.
- Tabellen met dubbele ingang.
Alle thema’s staan samen op de pagina wiskunde 3e leerjaar.
De maaltafels: de grote uitdaging
De maaltafels leer je niet in één week. Een goede volgorde is:
- De tafels van 1, 2, 5 en 10: die zijn het makkelijkst.
- De tafels van 3 en 4.
- De tafels van 6, 7, 8 en 9.
Een paar trucjes helpen enorm:
- Omwisselen: 4 × 7 is hetzelfde als 7 × 4. Zo moet je veel minder van buiten leren.
- Verder rekenen: ken je 5 × 7 = 35, dan is 6 × 7 gewoon 35 + 7 = 42.
- Dubbelen: de tafel van 4 is het dubbel van de tafel van 2. 4 × 8 = 2 × 16 = 32.
- De tafel van 9: 9 × 6 = 60 − 6 = 54.
Oefen elke dag vijf minuten. Wissel af tussen het werkblad maaltafels, het online spel maaltafels en de quiz hoofdrekenen op niveau 2 en 3.
Cijferend aftrekken: lenen zonder fouten
Bij een som als 542 − 127 kan je 2 − 7 niet uitrekenen. Dan leen je 1 tiental: de 4 tientallen worden 3, en de 2 eenheden worden 12. 12 − 7 = 5. Veel fouten ontstaan omdat kinderen het kleinste cijfer van het grootste aftrekken (7 − 2 in plaats van 12 − 7). Laat je kind daarom elke kolom hardop uitspreken. En laat altijd controleren met een optelling: 415 + 127 = 542.
Geld en gewicht: oefen in de winkel
Geld en gewicht zijn ideaal om in het dagelijkse leven te oefenen. Laat je kind in de supermarkt de prijzen optellen, of uitrekenen hoeveel je terugkrijgt van 10 euro. Weeg samen fruit af: hoeveel appels zijn ongeveer 1 kg? Zo krijgt je kind een gevoel voor hoeveelheden, en dat helpt om foute antwoorden zelf op te merken.
Grafieken en tabellen
In het 3e leerjaar leren kinderen informatie halen uit een staafdiagram en een tabel met dubbele ingang. De vraag is telkens: welke rij, welke kolom, welke staaf? Maak samen een grafiek van iets wat je kind interesseert, zoals het lievelingsfruit van het gezin of het aantal doelpunten van zijn ploeg.
Veelgemaakte fouten
- Nullen vergeten: 509 schrijven als 59. Laat het getal leggen in een tabel H-T-E.
- Verkeerd lenen bij cijferend aftrekken.
- De eenheid vergeten: « 250 » in plaats van « 250 g ».
- Tafels gokken in plaats van verder rekenen vanaf een tafel die je wel kent.
Een weekplanning voor de maaltafels
De maaltafels vragen veel herhaling. Zo kan een week eruitzien, telkens tien minuten:
- Maandag: één nieuwe tafel leren met blokjes en het werkblad niveau 1.
- Dinsdag: de tafel opzeggen in volgorde en daarna door elkaar.
- Woensdag: het online spel maaltafels.
- Donderdag: de nieuwe tafel mengen met tafels die je kind al kent.
- Vrijdag: de quiz hoofdrekenen op niveau 2.
Houd een overzicht bij van de tafels die al goed zitten. Kinderen zijn trots als ze zien hoe hun lijst langer wordt.
Ruimtefiguren rond je huis
Ruimtefiguren zijn overal: een doos is een balk, een blik is een cilinder, een bal is een bol, een ijshoorntje is een kegel. Ga samen op zoek in de keuken en tel de vlakken, ribben en hoekpunten van een doos. Bouw een kubus met rietjes en klei, of vouw een doosje open zodat je kind het netwerk ziet. Zo begrijpt het waarom een kubus 6 vlakken, 12 ribben en 8 hoekpunten heeft, zonder het gewoon van buiten te leren. Het werkblad ruimtefiguren zet alles op een rij.
Online spelletjes voor het 3e leerjaar
Bij alle acht thema’s hoort een gratis online spel met tien vragen, sterren en meteen de verbetering. De beste score wordt bewaard, zodat je kind zichzelf kan verbeteren.
Wil je de basis herhalen? Bekijk oefeningen 2e leerjaar. Vooruitkijken kan met oefeningen 4e leerjaar.
Veelgestelde vragen
Wat leert een kind in wiskunde in het 3e leerjaar?
De getallen tot 1000, alle maaltafels, cijferend optellen en aftrekken, rekenen met geld, gewicht in g en kg, ruimtefiguren en grafieken lezen.
Hoe leert mijn kind de maaltafels het snelst?
Elke dag kort oefenen, eerst de makkelijke tafels (2, 5, 10), dan de andere. Gebruik ook trucjes, zoals 6 × 7 = 5 × 7 + 7.
Wat is lenen bij cijferend aftrekken?
Als het bovenste cijfer te klein is, neem je 1 tiental (of honderdtal) van de kolom ernaast en zet je het om in 10 eenheden.
Zijn de werkbladen gratis?
Ja, de lessen, werkbladen en oplossingen zijn gratis als PDF, zonder inschrijving.
