Naar de inhoud
FRNL
Home›Artikels›Inhoudsmaten met een kind met dyscalculie

Wiskunde begrijpen · Praktische gids

Inhoudsmaten met een kind met dyscalculie

Voor een kind met dyscalculie zijn cl, dl en ml vaak lege woorden. Door over te gieten, te meten en te steunen op bekende recipiënten wordt inhoud concreet en makkelijk te vergelijken.

Tekstgrootte
Ook in het FransLire en français
Mathia, de mascotte van ProfMathia

Begrijpen. Proberen. Uitleggen.

Bijgewerkt op 1 november 2026 · 6 minuten lezen

Waarom inhoud moeilijk is

Inhoudsmaten hebben namen die op elkaar lijken (deciliter, centiliter, milliliter) en afkortingen die je makkelijk verwart (dl, cl, ml). Voor een kind met dyscalculie, dat vaak een wankel gevoel voor grootheden heeft, is het moeilijk om zich voor te stellen hoeveel 25 cl of 750 ml is. Herleidingen voegen daar nog rekenwerk aan toe. De sleutel is vertrekken van ervaring: gieten, vergelijken, meten, vóór je met getallen werkt.

Signalen om op te letten

  • Je kind denkt dat een hoog, smal glas altijd meer bevat dan een breed glas.
  • Het verwart cl en ml.
  • Het kan een hoeveelheid niet schatten (een blikje van 3 l?).
  • Het raakt verloren in de herleidingstabel.
  • Het rekent met verschillende maten.

Stap 1: overgieten

Met water, flessen en glazen van verschillende vormen giet je kind over en vergelijkt het: “Hoeveel kleine glazen om deze fles te vullen?” Het ontdekt dat een hoog recipiënt niet altijd meer bevat. Zulke ervaringen, boven de gootsteen of in de tuin, bouwen het begrip inhoud veel beter op dan een geschreven oefening.

Stap 2: referentierecipiënten

Kies een paar bekende recipiënten als vaste referentie: de fles van 1 l, het blikje van 33 cl, het glas van 20 cl, de koffielepel van 5 ml. Neem er foto’s van met hun inhoud en hang ze op. Komt je kind in een vraagstuk een inhoud tegen, dan vergelijkt het die met de referenties: “25 cl, dat is iets meer dan een glas.”

Stap 3: de maatbeker

Een maatbeker met schaalverdeling toont het verband tussen de maten: het streepje 100 ml is ook 10 cl en 1 dl. Je kind giet 250 ml melk voor een recept en leest dezelfde hoeveelheid af in cl (25 cl). Kies een maatbeker met goed leesbare streepjes en niet te veel verdelingen.

Stap 4: een gekleurde tabel met één kolom per maat

Maak voor herleidingen een tabel met één kolom per maat (hl, dal, l, dl, cl, ml), elk in een andere kleur, met de l duidelijk in de verf gezet. Je kind zet het cijfer van de eenheden in de beginkolom en leest af in de eindkolom. Een geheugenkaartje herinnert eraan: 1 l = 100 cl = 1 000 ml.

Stap 5: altijd dezelfde maat

Voor elke berekening markeert je kind de inhouden in de opgave en controleert het of ze in dezelfde maat staan. Zo niet, dan herleidt het eerst, met de tabel. Die vaste routine voorkomt de meest gemaakte fouten bij vraagstukken met inhoud.

Aangepaste oefeningen

  1. Giet over: hoeveel glazen van 20 cl om de fles van 1 l te vullen?
  2. Met de foto’s: bevat een blikje meer of minder dan een glas?
  3. Met de gekleurde tabel: 2 l = … cl.
  4. Hoeveel koffielepels (5 ml) in 50 ml?

Oplossingen. 1. 5 glazen. 2. Meer (33 cl tegenover 20 cl). 3. 200 cl. 4. 10 lepels.

Weinig opgaven, met materiaal of foto’s voor je.

Werkbladen aanpassen

  • Foto’s van echte recipiënten naast de getallen.
  • De gekleurde tabel op het blad.
  • Eén herleiding per regel.
  • Korte opgaven, één gegeven per zin.
  • Het geheugenkaartje 1 l = 100 cl = 1 000 ml in een hoekje.

Een vaste oefensessie van tien minuten

Drie minuten overgieten of meten met de maatbeker; drie minuten vergelijken met de referentierecipiënten; twee minuten één herleiding met de gekleurde tabel; twee minuten zeggen wat je geleerd hebt. De opbouw blijft telkens dezelfde, wat je kind geruststelt.

Aanpassingen in de klas

Je kind kan zijn gekleurde tabel, geheugenkaartje en referentiefoto’s houden, de rekenmachine gebruiken bij vraagstukken, meer tijd krijgen en vereenvoudigde opgaven. Bij een toets kun je de juiste herleiding en de aanpak waarderen, ook als een berekening een fout bevat. Lees ook aanpassingen bij toetsen.

Wat kunnen ouders doen?

Kook samen en meet de vloeistoffen af, lees in de supermarkt de etiketten van flessen, vergelijk inhouden. Laat je kind met een karaf van een liter glazen vullen voor het hele gezin en tellen hoeveel het er schonk. Zulke eenvoudige handelingen verankeren de maten.

Wanneer hulp vragen?

Blijft vergelijken van hoeveelheden erg moeilijk ondanks het werken met materiaal, bespreek dat dan met de leerkracht of logopedist: werken aan gevoel voor grootheden kan nuttig zijn.

Een maatbeker aflezen

Kies een maatbeker met weinig, goed contrasterende streepjes. Laat eerst de grote streepjes (100, 200, 300 ml) aanduiden met een sticker, en pas daarna de kleine. Je kind zet de beker op tafel en brengt zijn ogen op de hoogte van de vloeistof. Lees ook de getallenlijn bij dyscalculie.

Een boekje met successen

Neem een foto van elk gelukt experiment (de fles gevuld met 5 glazen, het afgemeten recept) en kleef ze in een boekje. Je kind ziet concreet wat het kan, en dat geeft vertrouwen voor het volgende.

Samengevat

Overgieten, steunen op bekende recipiënten, meten met de maatbeker en dan herleiden met een gekleurde tabel: die stappen maken inhoud concreet voor een kind met dyscalculie.

Spelletjes zonder stress

Het barspel (glazen van 20 cl schenken met een karaf van een liter), een overgietwedstrijd of een memory waarin je een recipiënt koppelt aan zijn inhoud oefenen de maten op een speelse manier. Het bad en het zwembad zijn ook prachtige proefplaatsen.

Nog aangepaste oefeningen

  1. Met het geheugenkaartje: 1 l = … cl.
  2. Met de foto’s: rangschik van klein naar groot: lepel, glas, blikje, fles.
  3. Hoeveel blikjes van 33 cl gaan er ongeveer in een fles van 1 l?

Oplossingen. 1. 100 cl. 2. Lepel, glas, blikje, fles. 3. Ongeveer 3.

Houd het materiaal binnen handbereik.

Wanneer hulp vragen?

Blijft vergelijken van hoeveelheden moeilijk ondanks het materiaal, vraag dan advies aan de leerkracht of logopedist.

Per leerjaar

In het 3e en 4e leerjaar ligt de nadruk op overgieten en de liter; in het 5e leerjaar komen cl en ml erbij met de maatbeker; in het 6e leerjaar volgen herleidingen en het verband met dm³, altijd met de gekleurde tabel. Je gaat in het tempo van je kind, en het materiaal mag blijven zolang het nodig is.

Samenwerken met school

Deel de referentiefoto’s en de gekleurde tabel die je thuis gebruikt met de leerkracht: dezelfde hulpmiddelen in de klas terugvinden stelt je kind gerust. Wordt het begeleid door een logopedist, dan kan die met deze hulpmiddelen ook aan gevoel voor grootheden werken.

Wist je dat?

Er bestaan ook doorzichtige maatbekers met streepjes in reliëf: je kind kan de streepjes met zijn vinger voelen, wat helpt bij visuele moeilijkheden. Siroopspuitjes met een verdeling in ml zijn een ander nauwkeurig en handig hulpmiddel voor kleine hoeveelheden.

Tot slot

Ga in het tempo van je kind: één goed begrepen maat is meer waard dan verschillende die maar half zitten. De referentierecipiënten blijven lang nuttig, ook in het secundair.

Meer lezen

Lees ook inhoudsmaten: de aanpak, oppervlaktematen bij dyscalculie en visuele oefeningen.

Veelgestelde vragen

Hoe maak je cl en ml concreet?

Door water over te gieten en referentierecipiënten te gebruiken: blikje van 33 cl, glas van 20 cl, lepel van 5 ml.

Bevat een hoger glas meer?

Niet altijd: door over te gieten ziet je kind het zelf.

Mag de herleidingstabel gebruikt worden?

Ja, dat is een gangbare aanpassing, zeker in een gekleurde versie.

Hoeveel ml is 1 liter?

1 000 ml.

Hoe vermijd je fouten in vraagstukken?

Door altijd na te gaan of alle inhouden in dezelfde maat staan voor je rekent.