Naar de inhoud
FRNL
Home›Artikels›Rekenspelletjes voor het 3e en 4e leerjaar

Wiskunde begrijpen · Praktische gids

Rekenspelletjes voor het 3e en 4e leerjaar

Maaltafels, getallen tot 10 000, geld, delen en breuken: in het 3e en 4e leerjaar komt veel nieuwe leerstof. Met deze spelletjes oefent je kind ze speels.

Ook in het FransLire en français
Mathia, de mascotte van ProfMathia

Begrijpen. Proberen. Uitleggen.

Bijgewerkt op 31 oktober 2026 · 6 minuten lezen

Wat oefenen kinderen in het 3e en 4e leerjaar?

In het 3e en 4e leerjaar groeit de leerstof snel. In het 3e leerjaar staan de maaltafels centraal, samen met getallen tot 1 000, cijferend aftrekken, rekenen met geld, gewicht, ruimtefiguren en grafieken. In het 4e leerjaar komen getallen tot 10 000, delen, eenvoudige breuken, omtrek, rechte hoeken, vierhoeken, tijdsduur en staafdiagrammen aan bod. Veel van die vaardigheden vragen herhaling om vlot te worden, en spelletjes maken die herhaling aangenaam.

De online spelletjes van ProfMathia

Voor het 3e leerjaar: maaltafels, getallen tot 1000, cijferend aftrekken, rekenen met geld, gewicht, ruimtefiguren, een grafiek lezen en tabellen met dubbele ingang. Voor het 4e leerjaar: delen, eenvoudige breuken, cijferend vermenigvuldigen, omtrek, rechte hoeken, vierhoeken, tijdsduur en staafdiagram.

Voorbeeldvragen uit de spelletjes

  1. Hoeveel is 7 × 8?
  2. Welk getal ligt tussen 499 en 501?
  3. Je betaalt 3,50 euro met 5 euro. Hoeveel krijg je terug?
  4. Hoeveel gram is 2 kg?
  5. Hoeveel is 56 : 7?
  6. Welke breuk is groter: 1/3 of 1/4?
  7. Wat is de omtrek van een vierkant met zijde 6 cm?
  8. Een film begint om 14.20 uur en duurt 1 uur en 15 minuten. Wanneer eindigt hij?

Oplossingen. 1. 56. 2. 500. 3. 1,50 euro. 4. 2 000 g. 5. 8. 6. 1/3. 7. 24 cm. 8. 15.35 uur.

Een routine van tien minuten

Tien minuten per dag is een goed ritme. Begin met drie minuten maaltafels, speel daarna vijf minuten een spel over het thema van de week, en sluit af met een korte bespreking. Wissel de thema’s af: maaltafels blijven een vaste opwarming, de rest varieert met wat in de klas aan bod komt.

Tips om meer uit elk spel te halen

  • Begin zonder tijdsdruk zolang een vaardigheid nog niet vastzit.
  • Noteer foute antwoorden en oefen ze apart, bijvoorbeeld met flitskaartjes.
  • Laat je kind uitleggen hoe het rekende, vooral bij delen en breuken.
  • Combineer met een werkblad over hetzelfde thema.
  • Volg de vooruitgang met een eenvoudig lijstje per thema.

Spelletjes zonder scherm

Tafelbingo, kaartoorlog met vermenigvuldigen, een winkelspel met prijzen in euro en cent, een domino met breuken of het spel "het juiste getal" zijn ideaal voor deze leeftijd. Lees meer in gezelschapsspellen om te leren rekenen.

Maaltafels: de rode draad

In het 3e en 4e leerjaar zijn de maaltafels de rode draad. Wie ze vlot kent, heeft veel minder moeite met delen, cijferend vermenigvuldigen en breuken. Laat je kind daarom elke dag een paar minuten de tafels oefenen, in willekeurige volgorde. Gebruik het maaltafelspel, maar ook flitskaartjes en tafelbingo. Lees meer in maaltafels oefenen met online spelletjes.

Spelen in de klas

Leerkrachten kunnen de spelletjes gebruiken tijdens hoekenwerk, als differentiatie of op het digibord als klassikale opwarmer. Een leerling die snel klaar is, kiest een spel op een hoger niveau; een leerling die extra oefening nodig heeft, speelt een spel over de basis.

Wat oefent elk spel? (3e leerjaar)

  • Maaltafels: alle tafels tot 10 × 10, in willekeurige volgorde.
  • Getallen tot 1000: honderdtallen, tientallen en eenheden, ordenen en vergelijken.
  • Cijferend aftrekken: onder elkaar aftrekken, ook met lenen.
  • Rekenen met geld: bedragen in euro en cent samenstellen en wisselgeld berekenen.
  • Gewicht: gram en kilogram, wegen en vergelijken.
  • Ruimtefiguren: kubus, balk, cilinder, bol en hun kenmerken.
  • Een grafiek lezen: gegevens aflezen uit een eenvoudige grafiek.
  • Tabellen met dubbele ingang: informatie opzoeken in rijen en kolommen.

Wat oefent elk spel? (4e leerjaar)

  • Delen: delingen met en zonder rest, de deeltafels.
  • Eenvoudige breuken: breuken herkennen, benoemen en vergelijken.
  • Cijferend vermenigvuldigen: vermenigvuldigen onder elkaar.
  • Omtrek: de omtrek van figuren berekenen.
  • Rechte hoeken: rechte, scherpe en stompe hoeken herkennen.
  • Vierhoeken: vierkant, rechthoek, ruit, parallellogram en trapezium.
  • Tijdsduur: de tijd tussen twee tijdstippen berekenen.
  • Staafdiagram: een staafdiagram lezen en interpreteren.

Hoe kies je het juiste spel?

Kies een spel dat aansluit bij de leerstof van de week, of bij een thema waar je kind nog moeite mee heeft. De maaltafels verdienen een vaste plek, want ze vormen de basis voor delen, breuken en cijferend vermenigvuldigen. Een goede vuistregel: je kind beantwoordt ongeveer drie op de vier vragen juist. Ga een stap terug als het te moeilijk is, en een stap verder als het te makkelijk wordt.

Motivatie op deze leeftijd

Kinderen van acht tot tien jaar houden van uitdaging en van vooruitgang zien. Houd samen een overzicht bij van de spelletjes en de scores, en laat je kind proberen om zijn eigen record te verbeteren. Vergelijk niet met anderen. Een kleine beloning, zoals een tafeldiploma als een tafel vlot gaat, werkt motiverend.

Een week als voorbeeld (4e leerjaar)

Maandag: drie minuten maaltafels en het spel delen. Dinsdag: werkblad eenvoudige breuken en daarna het spel. Woensdag: een gezelschapsspel met geld. Donderdag: het spel tijdsduur, met een echte klok erbij. Vrijdag: het spel omtrek en een meetopdracht in huis. Zo oefent je kind afwisselend vaardigheden die in het 4e leerjaar centraal staan, met de maaltafels als vaste opwarming.

Spelletjes voor kinderen met leerproblemen

Kinderen met dyscalculie hebben baat bij spelletjes zonder tijdsdruk, met duidelijke beelden. Laat ze het niveau kiezen waarop ze de meeste vragen kunnen beantwoorden, en laat een tafelkaart toe bij spelletjes over delen of breuken. Lees meer in rekenspelletjes bij dyscalculie.

Kort samengevat

In het 3e en 4e leerjaar zijn de maaltafels de rode draad. Combineer dagelijks een korte tafeloefening met een spel over het thema van de week, en wissel af met spelletjes aan tafel.

Een week als voorbeeld (3e leerjaar)

Maandag: de tafel van de week met flitskaartjes en het maaltafelspel. Dinsdag: het spel rekenen met geld en een winkelspel. Woensdag: tafelbingo met het gezin. Donderdag: het spel getallen tot 1000. Vrijdag: het spel gewicht en samen iets afwegen in de keuken. Zo komen de maaltafels elke dag terug, afgewisseld met andere thema’s van het 3e leerjaar.

Vooruitgang zichtbaar maken

Een tafelkaart waarop je kind de gekende sommen groen kleurt, of een lijstje met de spelletjes en de scores, maakt vooruitgang zichtbaar en motiveert enorm.

Spelen in de vakantie

Ook in de vakantie zijn een paar korte spelletjes per week genoeg om de maaltafels en de andere leerstof levendig te houden.

Meer spelen en lezen

Bekijk alle rekenspelletjes en de werkbladen per leerjaar op oefeningen. Lees ook gratis rekenspelletjes online en rekenspelletjes voor het gezin.

Veelgestelde vragen

Welke rekenspelletjes zijn geschikt voor het 3e leerjaar?

Spelletjes over de maaltafels, getallen tot 1000, geld, gewicht, ruimtefiguren en grafieken.

Welke rekenspelletjes zijn geschikt voor het 4e leerjaar?

Spelletjes over delen, breuken, cijferend vermenigvuldigen, omtrek, hoeken, vierhoeken, tijdsduur en staafdiagrammen.

Hoe oefen je de maaltafels het best met spelletjes?

Kort en dagelijks, eerst zonder tijdsdruk, met aparte herhaling van de foute sommen.

Kunnen leerkrachten de spelletjes in de klas gebruiken?

Ja, bijvoorbeeld tijdens hoekenwerk of op het digibord.

Kan mijn kind met dyscalculie deze spelletjes spelen?

Ja, kies een niveau waarop het de meeste vragen kan beantwoorden en speel zonder tijdsdruk.

Moeten de maaltafels elke dag aan bod komen?

In het 3e en 4e leerjaar is een korte dagelijkse oefening van de tafels heel zinvol.

Hoe lang per dag spelen?

Tien minuten per dag is ruim voldoende, met een korte tafeloefening als opwarming.

Wat als een spel te moeilijk is?

Ga terug naar een eenvoudiger thema of een lager leerjaar en bouw opnieuw op.