Naar de inhoud
FRNL
Home›Artikels›Rekenspelletjes voor het hele gezin, zonder materiaal

Wiskunde begrijpen · Praktische gids

Rekenspelletjes voor het hele gezin, zonder materiaal

In de auto, aan tafel of in de wachtzaal: met deze spelletjes oefent je kind hoofdrekenen terwijl het hele gezin plezier heeft.

Ook in het FransLire en français
Mathia, de mascotte van ProfMathia

Begrijpen. Proberen. Uitleggen.

Bijgewerkt op 31 oktober 2026 · 6 minuten lezen

Waarom samen rekenspelletjes spelen?

Hoofdrekenen wordt het best geoefend in korte, frequente momenten. Spelletjes zijn daar perfect voor: ze duren maar een paar minuten, kunnen overal en voelen niet als huiswerk. Bovendien spelen ouders, broers en zussen mee, waardoor rekenen een gezellige gezinsactiviteit wordt in plaats van een eenzame opdracht aan de keukentafel. Kinderen zien dat ook volwassenen moeten nadenken en soms een fout maken. Alle spelletjes hieronder hebben geen materiaal nodig, of hoogstens een dobbelsteen of een kaartspel.

1. Doorgeven

De eerste speler noemt een startgetal, bijvoorbeeld 5. De volgende telt er 3 bij en zegt 8, de volgende weer 3 erbij: 11, enzovoort. Wie zich vergist, begint een nieuwe ronde met een nieuw getal en een nieuwe regel. Varianten: tellen per 2, 5 of 10 voor jonge kinderen; per 7 of per 25 voor oudere; terugtellen vanaf 100 per 3. Dit spel oefent tellen in sprongen, de basis voor de maaltafels.

2. Zoem

Tel om beurten hardop vanaf 1. Bij elk getal uit de tafel van 3 (of een andere tafel) zeg je "zoem" in plaats van het getal. Wie zich vergist, ligt eruit. Moeilijker: ook "zoem" bij getallen waarin het cijfer 3 voorkomt, zoals 13 en 23. Of twee tafels tegelijk: "zoem" bij de tafel van 3 en "bzz" bij de tafel van 5.

3. Raad mijn getal

Eén speler denkt aan een getal tussen 1 en 100. De anderen stellen vragen die je met ja of nee kan beantwoorden: "Is het groter dan 50?", "Is het even?", "Zit het in de tafel van 5?". Wie het getal met de minste vragen raadt, wint. Dit spel oefent getalbegrip, even en oneven, maaltafels en logisch denken. Voor jonge kinderen gebruik je getallen tot 20.

4. Het boodschappenspel

"Ik ga naar de winkel en koop een brood van 2 euro." De volgende speler herhaalt en voegt iets toe: "Ik ga naar de winkel en koop een brood van 2 euro en melk van 1 euro: samen 3 euro." Zo groeit de lijst en de som. Wie het totaal juist zegt, mag verder. Voor oudere kinderen gebruik je prijzen met cent: 1,50 euro, 2,75 euro.

5. Het juiste getal

Een speler kiest vier getallen, bijvoorbeeld 2, 5, 6 en 10, en een doelgetal, bijvoorbeeld 22. Wie kan met de vier getallen en de vier bewerkingen het doelgetal maken? Een mogelijke oplossing: 6 × 2 + 10 = 22 (de 5 hoeft niet gebruikt te worden, afhankelijk van de afspraak). Dit spel stimuleert creatief rekenen en de volgorde van bewerkingen.

6. Nummerplaten

In de auto kies je een nummerplaat en tel je de cijfers op: 1-ABC-234 geeft 1 + 2 + 3 + 4 = 10. Wie het grootste totaal vindt, wint een punt. Varianten: de cijfers vermenigvuldigen, het grootste getal maken met de cijfers, of zoeken naar een nummerplaat met een even som.

7. De dobbelsteenrace

Gooi twee dobbelstenen en tel de ogen op. Wie het eerst 50 haalt, wint. Moeilijker: vermenigvuldig de ogen en haal 100, of trek af vanaf 100 tot nul. Met drie dobbelstenen kan je kiezen welke bewerking je doet om zo dicht mogelijk bij een doelgetal te komen.

8. Kaartoorlog met een twist

Verdeel een kaartspel (zonder de prentjes, of met boer = 11, vrouw = 12, heer = 13). Elke speler draait twee kaarten om en telt ze op (of vermenigvuldigt ze). De hoogste uitkomst wint alle kaarten. Bij gelijkspel: oorlog! Dit spel oefent automatisch de optellingen tot 20 of de maaltafels.

9. Tien in één keer

Leg kaarten van 1 tot 9 open op tafel. Om beurten mag je twee of meer kaarten nemen die samen 10 maken. Wie de meeste kaarten verzamelt, wint. Voor oudere kinderen: samen 20 of 100 (met kaarten van tientallen).

10. Schatten en raden

Hoeveel stappen tot aan de bakker? Hoeveel snoepjes in de pot? Hoe lang duurt de rit naar oma? Iedereen schat en daarna meten of tellen jullie. Wie het dichtst zat, wint. Schatten is een belangrijke vaardigheid die op school vaak te weinig aandacht krijgt.

Welk spel voor welke leeftijd?

  • 5 tot 7 jaar: doorgeven per 1 of 2, raad mijn getal tot 20, tien in één keer, dobbelsteenrace tot 30.
  • 7 tot 9 jaar: zoem, boodschappenspel met hele euro’s, nummerplaten, kaartoorlog met optellen.
  • 9 tot 12 jaar: het juiste getal, zoem met twee tafels, boodschappenspel met cent, kaartoorlog met vermenigvuldigen, schatten.

Tips om het leuk te houden

  • Pas de moeilijkheid aan, zodat iedereen kan meedoen: jongere kinderen tellen op, oudere vermenigvuldigen.
  • Speel kort: liever tien minuten met plezier dan een uur met tegenzin.
  • Maak fouten zelf ook, en lach erom.
  • Laat je kind de regels mee bepalen en nieuwe varianten bedenken.
  • Vermijd tijdsdruk voor kinderen die snel gestresseerd raken.

Wat leren kinderen ervan?

Deze spelletjes oefenen tellen, splitsen, optellen en aftrekken, de maaltafels, getalbegrip, schatten en logisch denken. Maar ze doen meer: ze tonen dat rekenen leuk kan zijn, geven zelfvertrouwen en zorgen voor gezellige momenten samen. Een kind dat thuis graag met getallen speelt, gaat ook met meer plezier naar de rekenles.

Kort samengevat

Rekenspelletjes zonder materiaal zijn een eenvoudige en leuke manier om hoofdrekenen te oefenen met het hele gezin. Speel kort en vaak, pas de moeilijkheid aan per kind en laat het plezier voorop staan.

Een spelavond met rekenen

Plan eens een spelavond waarop het hele gezin om beurten een rekenspel kiest. Begin met een rustig spel zoals raad mijn getal, ga verder met een kaartoorlog en eindig met de dobbelsteenrace. Houd punten bij op een groot blad: dat is meteen extra rekenwerk. Laat je kind de punten optellen en de winnaar bepalen. Wie wint, mag het spel van de volgende keer kiezen. Zo’n vaste spelavond, bijvoorbeeld op vrijdag, wordt al snel een geliefd ritueel. En terwijl iedereen plezier heeft, oefent je kind hoofdrekenen, getalbegrip en logisch denken.

Rekenen tijdens dagelijkse momenten

Veel rekenspelletjes passen in dagelijkse momenten. Bij het opdienen: "Hoeveel aardappelen liggen er als iedereen er drie krijgt?" Bij het opruimen: "Hoeveel blokken liggen er nog als je er vijf per keer opruimt?" Bij het wachten aan de kassa: "Hoeveel denk je dat we moeten betalen?" Zulke vragen maken van gewone momenten kleine rekenspelletjes, zonder extra tijd of materiaal.

Spelletjes voor onderweg

Lange autoritten of treinreizen zijn ideaal voor rekenspelletjes. Tel de kilometers tot de volgende stad op de borden, schat hoe lang het nog duurt, of speel raad mijn getal. Zo vliegt de tijd voorbij en oefent je kind ongemerkt.

Meer spelletjes

Op ProfMathia vind je ook gratis online rekenspelletjes per leerjaar en thema. Lees ook gezelschapsspellen om te leren rekenen en hoofdrekenen oefenen.

Veelgestelde vragen

Welke rekenspelletjes kan je zonder materiaal spelen?

Doorgeven, zoem, raad mijn getal, het boodschappenspel en nummerplaten optellen.

Vanaf welke leeftijd kan je rekenspelletjes spelen?

Al vanaf 5 jaar, met eenvoudige spelletjes zoals tellen in sprongen en raad mijn getal tot 20.

Helpen rekenspelletjes echt?

Ja, ze oefenen hoofdrekenen kort en vaak, en vergroten het plezier en het zelfvertrouwen.

Hoe laat je kinderen van verschillende leeftijden samen spelen?

Geef ieder een opdracht op zijn niveau: de jongste telt op, de oudste vermenigvuldigt.

Hoe lang speel je best?

Kort: vijf tot vijftien minuten, zodat het plezier behouden blijft.