Wat oefenen kinderen in het 5e en 6e leerjaar?
In het 5e en 6e leerjaar wordt rekenen abstracter en complexer. In het 5e leerjaar staan kommagetallen, gelijkwaardige breuken, oppervlakte, hoeken, het gemiddelde, schatten, spiegelsymmetrie en venndiagrammen op het programma. In het 6e leerjaar komen procenten, evenredigheid, bewerkingen met kommagetallen, herleidingen en volume, de cirkel, de oppervlakte van een driehoek en tabellen en grafieken aan bod. Daarnaast bereiden leerlingen zich voor op de eindtoets en de overstap naar het secundair. Spelletjes helpen om deze vaardigheden vlot en zeker te maken.
De online spelletjes van ProfMathia
Voor het 5e leerjaar: kommagetallen, gelijkwaardige breuken, oppervlakte, hoeken, het gemiddelde, schatten, spiegelsymmetrie en venndiagrammen. Voor het 6e leerjaar: procenten, evenredigheid, bewerkingen met kommagetallen, herleidingen en volume, de cirkel, oppervlakte van een driehoek, getallen splitsen en tabellen en grafieken.
Voorbeeldvragen uit de spelletjes
- Welk getal is groter: 0,7 of 0,65?
- Vereenvoudig 6/9.
- Wat is de oppervlakte van een rechthoek van 7 m bij 4 m?
- Wat is het gemiddelde van 8, 10 en 12?
- Hoeveel is 20 % van 75?
- 3 kg kost 7,50 euro. Hoeveel kost 5 kg?
- Hoeveel dm³ is 2 liter?
- Wat is de oppervlakte van een driehoek met basis 10 cm en hoogte 4 cm?
Oplossingen. 1. 0,7. 2. 2/3. 3. 28 m². 4. 10. 5. 15. 6. 12,50 euro. 7. 2 dm³. 8. 20 cm².
Een routine van tien minuten
Tien tot vijftien minuten per dag: een korte opwarming met hoofdrekenen, een spel over het thema van de week, en een kort vraagstuk uit het dagelijks leven. In het 6e leerjaar kan je af en toe ook een oude eindtoets gebruiken, waarbij het spel dient als opwarming.
Tips om meer uit elk spel te halen
- Schat eerst, reken dan: zo leert je kind fouten zelf opmerken.
- Bespreek strategieën: er zijn vaak meerdere manieren om een procent of breuk te berekenen.
- Verbind met het dagelijks leven: kortingen, recepten, kaarten.
- Volg de vooruitgang per thema, zeker in aanloop naar de eindtoets.
- Laat oudere kinderen zelfstandig spelen, maar bespreek achteraf wat moeilijk was.
Spelletjes zonder scherm
Voor deze leeftijd zijn strategiespellen, kaartspellen met punten, spellen met geld en logische puzzels ideaal. Een kortingenspel met folders, drie-op-een-rij met breuken, kommagetallen en procenten, of een zelfgemaakte quiz zijn ook leuk. Lees meer in rekenquiz en rekenraadsels.
Spelletjes als voorbereiding op de eindtoets
In het 6e leerjaar kunnen spelletjes een nuttige aanvulling zijn op de voorbereiding van de eindtoets. Ze maken vaardigheden zoals procenten, herleidingen en evenredigheid vlot, waardoor je kind tijdens de toets meer tijd heeft voor de vraagstukken. Gebruik ze als korte opwarming of als herhaling van een thema dat nog wankel is. Lees meer in eindtoets wiskunde 6e leerjaar.
Uitdaging voor sterke rekenaars
Sterke rekenaars kunnen een spel van een hoger niveau kiezen, of zelf een spel of quiz ontwerpen voor klasgenoten. Ook rekenraadsels en logische puzzels bieden uitdaging. Zo blijven ook zij gemotiveerd.
Wat oefent elk spel? (5e leerjaar)
- Kommagetallen: lezen, vergelijken, ordenen en optellen.
- Gelijkwaardige breuken: breuken vereenvoudigen en gelijknamig maken.
- Oppervlakte: de oppervlakte van rechthoeken en samengestelde figuren.
- Hoeken: hoeken meten en benoemen.
- Het gemiddelde: het gemiddelde van een reeks berekenen.
- Schatten: uitkomsten benaderen en afronden.
- Spiegelsymmetrie: symmetrieassen herkennen en figuren spiegelen.
- Venndiagrammen: gegevens ordenen in verzamelingen.
Wat oefent elk spel? (6e leerjaar)
- Procenten: een percentage van een getal, kortingen en omzettingen.
- Evenredigheid: verhoudingstabellen en de prijs per eenheid.
- Bewerkingen met kommagetallen: de vier bewerkingen.
- Herleidingen en volume: eenheden omzetten, het volume van een balk.
- De cirkel: straal, diameter en omtrek.
- Oppervlakte van een driehoek: basis maal hoogte gedeeld door 2.
- Getallen splitsen: grote getallen en de plaatswaarde.
- Tabellen en grafieken: gegevens lezen, vergelijken en interpreteren.
Hoe kies je het juiste spel?
In het 5e en 6e leerjaar kan je kind vaak zelf kiezen welk spel het speelt. Moedig aan om ook de moeilijke thema’s te spelen, niet alleen de favorieten. Een goede aanpak: na een toets of rapport samen kijken welke thema’s nog wankel zijn, en die met een spel herhalen. Combineer met de werkbladen van hetzelfde thema voor een grondige herhaling.
Van spel naar vraagstuk
Spelletjes oefenen vooral vaardigheden. In het 6e leerjaar is het belangrijk om die vaardigheden ook toe te passen in vraagstukken. Na een spel over procenten kan je een kort vraagstuk geven: "Een fiets kost 300 euro met 20 % korting. Hoeveel betaal je?" Zo maakt je kind de brug van oefenen naar toepassen, precies wat op een eindtoets gevraagd wordt.
Een week als voorbeeld (6e leerjaar)
Maandag: het spel procenten en een kortingsvraagstuk met een folder. Dinsdag: het spel evenredigheid en een recept aanpassen. Woensdag: rust of een strategiespel. Donderdag: het spel herleidingen en volume, met een maatbeker in de keuken. Vrijdag: het spel tabellen en grafieken en een grafiek van het weer van de week. Zo combineer je spel, toepassing en herhaling, precies zoals op een eindtoets.
Kort samengevat
In het 5e en 6e leerjaar helpen spelletjes om kommagetallen, breuken, procenten en herleidingen vlot te maken. Combineer ze met vraagstukken en werkbladen, en gebruik ze als korte opwarming voor de eindtoets.
Een week als voorbeeld (5e leerjaar)
Maandag: het spel kommagetallen en prijzen vergelijken in een folder. Dinsdag: het spel gelijkwaardige breuken. Woensdag: een strategiespel of logische puzzel. Donderdag: het spel oppervlakte en de oppervlakte van een kamer berekenen. Vrijdag: het spel het gemiddelde en het gemiddelde van de temperaturen van de week. Zo worden spel en toepassing telkens met elkaar verbonden.
Spelletjes in de klas
Leerkrachten van het 5e en 6e leerjaar kunnen de spelletjes inzetten tijdens hoekenwerk, als differentiatie of op het digibord. Een spel als klassikale opwarming, gevolgd door een vraagstuk in duo’s, is een effectieve start van de wiskundeles. Leerlingen die snel klaar zijn, kunnen een spel van een hoger niveau kiezen.
Samen spelen met ouders
Ook oudere kinderen spelen graag samen met een ouder, zeker als die het ook moeilijk mag vinden. Speel een spel over procenten of breuken en daag elkaar uit: wie heeft de meeste juiste antwoorden? Bespreek daarna de moeilijkste vragen. Kinderen zien zo dat ook volwassenen moeten nadenken, en dat fouten maken normaal is.
Meer spelen en lezen
Bekijk alle rekenspelletjes en de werkbladen per leerjaar op oefeningen. Lees ook gratis rekenspelletjes online en rekenspelletjes voor het gezin.
Veelgestelde vragen
Welke rekenspelletjes zijn geschikt voor het 5e leerjaar?
Spelletjes over kommagetallen, breuken, oppervlakte, hoeken, het gemiddelde en schatten.
Welke rekenspelletjes zijn geschikt voor het 6e leerjaar?
Spelletjes over procenten, evenredigheid, kommagetallen, herleidingen, volume, de cirkel en grafieken.
Helpen spelletjes bij de eindtoets?
Ja, als aanvulling: ze maken vaardigheden vlot, zodat er meer tijd is voor vraagstukken.
Mag mijn kind zelfstandig spelen?
In het 5e en 6e leerjaar meestal wel, met een korte bespreking achteraf.
Hoe combineer je spelletjes met vraagstukken?
Speel eerst een spel over een thema en los daarna een kort vraagstuk over hetzelfde thema op.
Kan mijn kind zelf kiezen?
Ja, maar moedig ook de moeilijke thema’s aan, niet alleen de favorieten.
Zijn spelletjes nog zinvol in het 6e leerjaar?
Ja, om vaardigheden vlot te maken en als opwarming, naast vraagstukken en oefentoetsen.
Welke spelletjes zonder scherm passen bij deze leeftijd?
Strategiespellen, kaartspellen met punten, spellen met geld en logische puzzels.
Kunnen leerkrachten de spelletjes gebruiken?
Ja, bijvoorbeeld als opwarmer op het digibord of tijdens hoekenwerk.

