FRNL
Home›Artikels›Breuken oefeningen voor het 5e en 6e leerjaar, met oplossingen
6e leerjaar · 4 min lezen

Breuken oefeningen voor het 5e en 6e leerjaar, met oplossingen

Breuken zijn een van de belangrijkste onderwerpen van het 5e en 6e leerjaar. Ze komen terug bij meten, procenten, evenredigheid en in bijna elke toets, ook in de Vlaamse toetsen. Hier vind je een reeks oefeningen met breuken, van makkelijk naar moeilijk, met alle oplossingen. Ideaal om thuis of in de klas te oefenen.

Herhaling: wat moet je weten?

  • De noemer (onderaan) zegt in hoeveel gelijke delen je verdeelt; de teller (bovenaan) zegt hoeveel delen je neemt.
  • Breuken zijn gelijkwaardig als je de teller en de noemer met hetzelfde getal vermenigvuldigt of deelt: 2/3 = 4/6 = 8/12.
  • Breuk van een getal: deel door de noemer en vermenigvuldig met de teller. 3/4 van 20 = 20 : 4 × 3 = 15.
  • 1/2 = 0,5 = 50 %; 1/4 = 0,25 = 25 %; 3/4 = 0,75 = 75 %.

Oefeningen niveau 1: begrijpen

  1. Schrijf als breuk: drie vijfde; zeven tiende; een kwart.
  2. Omcirkel de grootste breuk: 3/8 of 5/8; 1/3 of 1/6.
  3. Vul aan: 1/2 = ?/10; 2/5 = ?/10; 3/4 = ?/8.
  4. Reken uit: 1/4 van 16; 1/3 van 21; 1/5 van 45.

Oefeningen niveau 2: oefenen

  1. Vereenvoudig: 6/9; 10/15; 12/16; 20/50.
  2. Rangschik van klein naar groot: 3/4 - 2/3 - 5/6.
  3. Reken uit: 2/3 van 24; 3/5 van 40; 5/8 van 32.
  4. Reken uit: 2/9 + 5/9; 7/10 − 3/10; 1/4 + 1/2.
  5. Schrijf als kommagetal: 3/10; 1/4; 7/100; 3/5.

Oefeningen niveau 3: vraagstukken

  1. In een klas van 28 leerlingen is 3/7 een jongen. Hoeveel meisjes zijn er?
  2. Lea las 2/5 van een boek van 150 bladzijden. Hoeveel bladzijden moet ze nog lezen?
  3. Een tuin van 60 m²: 1/3 is gras, 1/4 is moestuin, de rest bloemen. Hoeveel m² bloemen?
  4. Sam eet 1/4 van een pizza, Tom 3/8. Wie eet het meest? Welk deel blijft over?
  5. Een tank van 40 liter is voor 3/4 vol. Hoeveel liter moet er nog bij om hem te vullen?

Oplossingen

  1. 3/5 · 7/10 · 1/4
  2. 5/8 · 1/3
  3. 5 · 4 · 6
  4. 4 · 7 · 9
  5. 2/3 · 2/3 · 3/4 · 2/5
  6. 2/3 (= 8/12) - 3/4 (= 9/12) - 5/6 (= 10/12)
  7. 16 · 24 · 20
  8. 7/9 · 4/10 = 2/5 · 2/4 + 1/4 = 3/4
  9. 0,3 · 0,25 · 0,07 · 0,6
  10. 28 : 7 × 3 = 12 jongens; 28 − 12 = 16 meisjes
  11. 150 : 5 × 2 = 60 gelezen; 150 − 60 = 90 bladzijden
  12. gras 20 m², moestuin 15 m²; 60 − 35 = 25 m² bloemen
  13. 1/4 = 2/8: Tom eet het meest. Er blijft 8/8 − 2/8 − 3/8 = 3/8 over
  14. 3/4 van 40 = 30 l; er moet nog 10 l bij

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat 1/6 groter is dan 1/3 omdat 6 groter is dan 3: hoe groter de noemer, hoe kleiner de stukken.
  • Noemers optellen: 1/4 + 1/4 = 2/4, niet 2/8.
  • Niet op de echte vraag antwoorden: in vraag 10 worden de meisjes gevraagd, niet de jongens.
  • Niet vereenvoudigen: geef de uitkomst zo eenvoudig mogelijk.

Tips om breuken te oefenen

  • Teken eerst: een strook, een cirkel of een rechthoek in gelijke delen. Dat maakt elke oefening duidelijker.
  • Gebruik eten: een pizza of een reep chocolade is de beste uitleg voor breuken.
  • Schat de uitkomst: is 3/4 van 40 meer of minder dan de helft? Meer, dus meer dan 20.
  • Kort en vaak: drie keer per week tien minuten werkt beter dan één lange sessie.

Werkbladen om af te drukken

Lees ook breuken eenvoudig uitgelegd en breuken vermenigvuldigen. Voor de toetsen van het 6e leerjaar is er een oefentoets Vlaamse toetsen.

Breuken in het dagelijks leven

Breuken zijn niet alleen iets voor op school. Je gebruikt ze elke dag: een halve liter melk, een kwartier wachten, driekwart van een pizza, een korting van een vijfde. Door breuken te koppelen aan echte situaties, begrijpen kinderen veel beter wat een teller en een noemer betekenen.

Drie manieren om een breuk voor te stellen

  • Als deel van een geheel: een taart in 8 gelijke stukken, je neemt er 3. Dat is 3/8.
  • Als deel van een hoeveelheid: 2/3 van 24 knikkers is 16 knikkers.
  • Als getal op de getallenlijn: 3/4 ligt tussen 0 en 1, op driekwart van de weg.

Wissel deze voorstellingen af. Een kind dat breuken alleen als taartstukken kent, heeft het moeilijk met breuken op een getallenlijn of met breuken groter dan 1.

Breuken vergelijken: drie strategieën

  • Zelfde noemer: vergelijk de tellers. 5/8 is groter dan 3/8.
  • Zelfde teller: hoe groter de noemer, hoe kleiner de breuk. 1/3 is groter dan 1/5.
  • Verschillende noemers: maak de noemers gelijk. 2/3 en 3/4 worden 8/12 en 9/12, dus 3/4 is groter.

Breuken, kommagetallen en procenten

In het 6e leerjaar leggen leerlingen het verband tussen breuken, kommagetallen en procenten. 1/2 = 0,5 = 50 %. 1/4 = 0,25 = 25 %. 3/4 = 0,75 = 75 %. 1/10 = 0,1 = 10 %. Wie deze vaste paren kent, kan veel sneller rekenen. Een handige oefening: maak een memoryspel met kaartjes waarop telkens dezelfde waarde in drie vormen staat.

Een stappenplan voor vraagstukken

  • Lees het vraagstuk twee keer en duid aan wat gevraagd wordt.
  • Zoek het geheel: waarvan neem je een deel?
  • Teken een strook en verdeel ze in gelijke delen.
  • Reken: deel door de noemer, vermenigvuldig met de teller.
  • Controleer: is je antwoord kleiner dan het geheel als de breuk kleiner is dan 1?

Een oefenplan van twee weken

Oefen elke dag tien minuten. Week 1: breuken herkennen, vergelijken en gelijkwaardige breuken zoeken. Week 2: een breuk van een hoeveelheid berekenen, breuken optellen met dezelfde noemer, en het verband met kommagetallen en procenten. Sluit elke dag af met één vraagstuk uit het dagelijks leven, zoals een recept of een korting in de winkel.

Op profmathia.be vind je ook de werkbladen over gelijkwaardige breuken en het thema eenvoudige breuken om de basis te herhalen.

Veelgestelde vragen

Welke breuken leer je in het 5e en 6e leerjaar?

Breuken vergelijken en vereenvoudigen, gelijkwaardige breuken, de breuk van een getal, breuken optellen en aftrekken en het verband met kommagetallen en procenten.

Hoe vereenvoudig je een breuk?

Deel de teller en de noemer door hetzelfde getal: 12/18 = 2/3 (delen door 6).

Hoe vergelijk je twee breuken?

Maak de noemers gelijk en vergelijk de tellers: 2/3 = 8/12 en 3/4 = 9/12, dus 3/4 is groter.

Waar vind ik werkbladen breuken met oplossingen?

Op deze site hebben de thema’s eenvoudige breuken (4e leerjaar) en gelijkwaardige breuken (5e leerjaar) elk een les, 3 niveaus oefeningen en oplossingen in PDF.