Waarom hulpmiddelen geen valsspelen zijn
Sommige ouders en leerkrachten vrezen dat een hulpmiddel het kind lui maakt. Bij dyscalculie is het omgekeerde waar. Een kind met dyscalculie heeft moeite om rekenfeiten te onthouden en tussenstappen vast te houden. Een hulpmiddel neemt dat deel over, zodat het kind zich kan concentreren op het begrijpen en het redeneren. Een bril maakt iemand ook niet lui in het lezen: hij maakt lezen mogelijk. Hulpmiddelen zijn bovendien vaak een tussenstap. Naarmate het inzicht groeit, gebruikt het kind ze minder. Andere hulpmiddelen, zoals een rekenmachine bij ingewikkelde berekeningen, kunnen blijvend nodig zijn.
Het rekenrek
Een rekenrek heeft twee of meer rijen van tien kralen, telkens vijf rode en vijf witte. Het kind ziet in één oogopslag hoeveel kralen er geschoven zijn, zonder te tellen. Ideaal voor getallen tot 20, de vriendjes van 10 en de brug over 10. Voor 8 + 5 schuift het kind 8 kralen, vult aan tot 10 met 2 kralen en schuift er nog 3 bij op de tweede rij.
De getallenlijn
Een getallenlijn toont getallen op volgorde, met gelijke afstanden. Ze helpt bij optellen en aftrekken door sprongen te maken, bij het vergelijken van getallen en later bij kommagetallen en breuken. Een lege getallenlijn, waarop het kind zelf sprongen tekent, is een krachtig hulpmiddel om strategieën zichtbaar te maken. Hang een lange getallenlijn op in de kamer of leg er een op tafel.
Het honderdveld
Een honderdveld bevat de getallen van 1 tot 100 in tien rijen van tien. Het kind ziet patronen: alle tientallen staan in dezelfde kolom, een rij omlaag is tien meer. Handig voor optellen en aftrekken tot 100 en later voor procenten: 25 procent zijn 25 vakjes van de 100.
Blokjes en staafjes van tien
Losse blokjes (eenheden), staafjes van tien (tientallen) en platen van honderd maken de plaatswaarde tastbaar. Bij een aftrekking met lenen wisselt het kind een staafje in voor tien blokjes: zo begrijpt het wat "lenen" betekent. Dit materiaal is ook nuttig bij cijferend rekenen in het 3e en 4e leerjaar.
De tafelkaart
Een tafelkaart of tafel van Pythagoras toont alle producten van de maaltafels. Voor een kind dat de tafels niet kan automatiseren, maakt ze het mogelijk om toch te delen, breuken te vereenvoudigen en vraagstukken op te lossen. Gebruik ze ook om patronen te ontdekken: 6 × 4 en 4 × 6 staan op dezelfde plaats in de spiegel. Lees ook maaltafels bij dyscalculie.
De herleidingstabel
Een tabel met kolommen voor de eenheden (km, hm, dam, m, dm, cm, mm) helpt bij herleidingen. Het kind schrijft het getal met één cijfer per kolom en leest het af in de gevraagde eenheid. Een gelamineerde versie met een uitwisbare stift kan het kind telkens opnieuw gebruiken. Meer uitleg: herleiden.
Klok, geld en meetlint
Een klok met beweegbare wijzers, echt of speelgeld en een meetlint maken grootheden concreet. Gebruik ze in echte situaties: de tijd voor het vertrek instellen, betalen in een winkelspel, de lengte van de tafel meten. Lees ook klok leren lezen en betalen en wisselgeld.
Stappenplannen en hulpkaarten
Een kaartje met de stappen voor een vraagstuk, een cijferende deling of het berekenen van een gemiddelde ontlast het geheugen. Maak de kaartjes samen met je kind, met een voorbeeld en kleuren. Bewaar ze in een doosje of een map, zodat het kind ze snel terugvindt.
De rekenmachine
Wanneer het inzicht centraal staat, bijvoorbeeld bij een vraagstuk met procenten, kan een rekenmachine het rekenwerk overnemen. Het kind moet dan nog altijd de juiste bewerking kiezen en het antwoord controleren met een schatting. Bespreek met de school wanneer een rekenmachine mag, zeker bij toetsen.
Apps en digitale spelletjes
Digitale spelletjes zonder tijdsdruk kunnen oefenen afwisselender maken. Kies apps die het kind op zijn eigen tempo laten werken en die duidelijke feedback geven. Op ProfMathia vind je bij elk thema een spel dat aansluit bij de werkbladen. Houd de schermtijd kort en blijf erbij om te praten over de antwoorden.
Welk hulpmiddel bij welk onderwerp?
- Tellen en getallen tot 20: rekenrek, blokjes, vingers, dobbelstenen.
- Getallen tot 100 en 1000: honderdveld, staafjes en platen, getallenlijn.
- Optellen en aftrekken: lege getallenlijn, rekenrek, blokjes voor lenen.
- Maaltafels en delen: tafelkaart, roosters met vakjes, blokjes om te verdelen.
- Breuken: breukstroken, gevouwen papier, cirkels in stukken.
- Kommagetallen: plaatswaardetabel, geld, meetlint.
- Meten en herleiden: herleidingstabel, meetlint, maatbeker, weegschaal.
- Tijd: klok met beweegbare wijzers, tijdlijn, timer.
- Vraagstukken: stappenplan, schema’s, verhoudingstabel.
Zelf hulpmiddelen maken
Veel hulpmiddelen kan je gratis zelf maken. Een getallenlijn op een lange strook papier, een klok uit karton met een splitpen, breukstroken in verschillende kleuren, een tafelkaart in je eigen kleuren, een herleidingstabel die je lamineert of in een plastic hoesje steekt. Maak ze samen met je kind: dat is meteen een rekenoefening. Bovendien gebruikt een kind een hulpmiddel dat het zelf heeft gemaakt vaak liever en met meer begrip. Bewaar alles in een doos of map, zodat het bij het huiswerk altijd klaarligt.
Afspraken met de school
Hulpmiddelen werken het best als ze zowel thuis als op school gebruikt worden. Bespreek met de leerkracht en de zorgcoördinator welke hulpmiddelen in de klas en bij toetsen mogen. Laat dit vastleggen in een handelingsplan of een overzicht van redelijke aanpassingen, zodat ook de volgende leerkracht ervan weet. Vraag welk materiaal de klas gebruikt, zodat je thuis hetzelfde rekenrek of dezelfde getallenlijn kan gebruiken. Dezelfde hulpmiddelen op beide plaatsen geven het kind houvast en voorkomen verwarring.
Een voorbeeld: de tafelkaart van Emma
Emma, 10 jaar, kon de maaltafels niet onthouden en liep vast bij delen. Haar leerkracht gaf haar een tafelkaart. In het begin keek ze bij elke opgave op de kaart. Na enkele weken merkte ze dat ze sommige producten al wist, zoals 5 × 6 en 10 × 7. Ze kleurde die vakjes groen. Aan het einde van het schooljaar was meer dan de helft van de kaart groen. Ze gebruikte de kaart nog bij de moeilijkste tafels, maar kon nu wel volgen bij breuken en delen. De kaart had haar niet lui gemaakt, maar haar de kans gegeven om mee te leren met de klas.
Hulpmiddelen en zelfstandigheid
Leer je kind zelf te kiezen welk hulpmiddel het nodig heeft. Zo groeit het naar zelfstandigheid en leert het verwoorden wat helpt, ook later in het secundair.
Kort samengevat
Een goed gekozen hulpmiddel maakt rekenen mogelijk. Gebruik het zo lang als nodig, thuis en op school, en bouw het pas af wanneer het inzicht er is.
Hulpmiddelen afbouwen
Begin met het hulpmiddel volledig beschikbaar. Wanneer het kind de vaardigheid begrijpt, laat je het eerst proberen zonder hulpmiddel, met het hulpmiddel binnen handbereik als controle. Daarna gebruikt het kind het hulpmiddel alleen nog als het vastloopt. Forceer het afbouwen niet: sommige kinderen blijven een hulpmiddel nodig hebben, en dat is in orde.
Veelgestelde vragen
Welke hulpmiddelen helpen bij dyscalculie?
Een rekenrek, getallenlijn, honderdveld, blokjes, tafelkaart, herleidingstabel, stappenplannen en soms een rekenmachine.
Maakt een hulpmiddel mijn kind lui?
Nee. Het neemt het onthouden over, zodat het kind kan nadenken en begrijpen. Veel hulpmiddelen worden geleidelijk overbodig.
Mogen hulpmiddelen bij toetsen?
Dat hangt af van de afspraken met de school rond redelijke aanpassingen. Bespreek het tijdig.
Waar vind ik deze hulpmiddelen?
Veel kan je zelf maken met papier en karton. Rekenrekken en blokjes zijn te koop in speelgoed- en schoolwinkels.

