Naar de inhoud
FRNL
Home›Artikels›Optellen en aftrekken tot 100: oefeningen voor het 2e leerjaar

Wiskunde begrijpen · Praktische gids

Optellen en aftrekken tot 100: oefeningen voor het 2e leerjaar

In het 2e leerjaar leren kinderen optellen en aftrekken tot 100. Met tientallen en eenheden, het honderdveld en slimme strategieën lukt het vlot.

Ook in het FransLire en français
Mathia, de mascotte van ProfMathia

Begrijpen. Proberen. Uitleggen.

Bijgewerkt op 31 oktober 2026 · 6 minuten lezen

De basis: tientallen en eenheden

Wie wil optellen en aftrekken tot 100, moet weten hoe getallen tot 100 opgebouwd zijn. 47 bestaat uit 4 tientallen en 7 eenheden. Gebruik staafjes van tien en losse blokjes, of muntjes van 10 en 1 euro. Laat je kind getallen leggen en splitsen. Pas als dit vlot gaat, begin je met bewerkingen. Ook de splitsingen tot 10 en de brug over het tiental tot 20 moeten goed zitten. Lees eventueel eerst optellen en aftrekken tot 20.

Zonder brug over het tiental

Bij 34 + 25 tel je de tientallen en de eenheden apart op: 30 + 20 = 50 en 4 + 5 = 9, samen 59. Of je rijgt: 34 + 20 = 54, 54 + 5 = 59. Bij aftrekken hetzelfde: 78 − 35 = 78 − 30 − 5 = 43. Zolang de eenheden niet over een tiental gaan, is dit eenvoudig.

Met brug over het tiental

Bij 47 + 6 gaan de eenheden over het tiental. Vul eerst aan tot 50: 47 + 3 = 50, dan nog 3: 53. Bij 38 + 25: 38 + 20 = 58, 58 + 2 = 60, 60 + 3 = 63. Bij aftrekken: 52 − 7 = 52 − 2 − 5 = 45. 63 − 28 = 63 − 20 − 3 − 5 = 35. Een getallenlijn met sprongen maakt dit zichtbaar.

Slimme strategieën

  • Plus en min 10: het tiental verandert, de eenheid blijft: 46 + 10 = 56.
  • Plus en min 9: plus 10, min 1: 46 + 9 = 55.
  • Plus 19, 29…: plus 20, min 1: 46 + 19 = 65.
  • Aanvullen: 72 − 68: van 68 naar 72 is 4.
  • Dubbels: 35 + 35 = 70, dus 35 + 36 = 71.

Het honderdveld

Een honderdveld toont de getallen van 1 tot 100 in tien rijen van tien. Een rij omlaag is tien meer, een vakje naar rechts is één meer. Bij 34 + 25 ga je twee rijen omlaag (54) en vijf vakjes naar rechts (59). Het honderdveld helpt kinderen om de structuur van de getallen te zien.

Cijferend optellen

In de loop van het 2e of 3e leerjaar leren kinderen ook cijferend optellen: de getallen onder elkaar zetten, eenheden onder eenheden, en rechts beginnen. Hoofdrekenen blijft daarbij belangrijk om te schatten en te controleren. Lees meer in cijferend optellen en aftrekken.

Oefeningen zonder brug

  1. 23 + 45
  2. 51 + 36
  3. 87 − 24
  4. 96 − 53
  5. 40 + 37
  6. 68 − 30

Oplossingen. 1. 68. 2. 87. 3. 63. 4. 43. 5. 77. 6. 38.

Oefeningen met brug

  1. 47 + 6
  2. 38 + 25
  3. 56 + 27
  4. 52 − 7
  5. 63 − 28
  6. 81 − 45
  7. 46 + 9
  8. 74 − 19

Oplossingen. 1. 53. 2. 63. 3. 83. 4. 45. 5. 35. 6. 36. 7. 55. 8. 55.

Vraagstukjes

  1. Lisa heeft 35 stickers. Ze krijgt er 28 bij. Hoeveel heeft ze nu?
  2. In een bus zitten 52 mensen. Er stappen 17 mensen uit. Hoeveel blijven er?
  3. Een boek kost 18 euro en een spel 25 euro. Hoeveel samen?
  4. Tom is 9 jaar, zijn papa is 41. Wat is het verschil?

Oplossingen. 1. 63. 2. 35. 3. 43 euro. 4. 32 jaar.

Veelgemaakte fouten

  • Tientallen en eenheden verwarren: 34 + 25 = 84. Gebruik staafjes en blokjes.
  • Bij aftrekken het kleinste van het grootste aftrekken: 52 − 7 = 55. Gebruik de getallenlijn.
  • Bij plus 9 verkeerd compenseren: 46 + 9 = 57. Wie te veel optelt, moet terug.

Spelletjes

Honderdveldrace: gooi een dobbelsteen en ga zoveel vakjes vooruit, of bij een zes een rij omlaag. Winkeltje: prijzen tot 50 euro optellen en wisselgeld berekenen. Doelgetal 100: om beurten een getal tussen 1 en 10 optellen; wie 100 haalt, wint. Online: het spel getallen tot 100.

Tips voor ouders

Oefen kort en vaak, met geld, punten in een spel of de bladzijden van een boek. Vraag hoe je kind rekende en toon dat er meerdere goede manieren zijn. Gebruik materiaal zolang het nodig is.

Kort samengevat

Optellen en aftrekken tot 100 begint bij tientallen en eenheden. Leer eerst zonder brug, dan met brug over het tiental, gebruik strategieën zoals plus 10 en plus 9, en het honderdveld als steun.

Een plan van vier weken

Week 1: getallen tot 100 leggen, splitsen en ordenen met staafjes en het honderdveld. Week 2: optellen en aftrekken zonder brug, plus en min 10. Week 3: optellen en aftrekken met brug over het tiental, met de getallenlijn. Week 4: plus en min 9, aanvullen en gemengde oefeningen en vraagstukjes. Elke dag tien minuten, met een spelletje als afsluiter.

De getallenlijn met sprongen

Een lege getallenlijn, waarop je kind zelf sprongen tekent, maakt de strategieën zichtbaar. Bij 38 + 25 tekent het een sprong van 20 (naar 58), een sprong van 2 (naar 60) en een sprong van 3 (naar 63). Bij 63 − 28 tekent het sprongen terug: 20 (naar 43), 3 (naar 40) en 5 (naar 35). Zo ziet het precies wat het doet, en kan het fouten zelf terugvinden.

Schatten en controleren

Leer je kind om voor het rekenen te schatten: 38 + 25 is ongeveer 40 + 25 = 65. En achteraf te controleren met de omgekeerde bewerking: 63 − 25 moet 38 geven. Zo merkt het zelf of een antwoord kan kloppen.

Optellen en aftrekken in het dagelijks leven

Laat je kind rekenen met echte situaties: de prijs van twee artikelen optellen, het wisselgeld berekenen, uitrekenen hoeveel bladzijden er nog te lezen zijn of hoeveel punten het nog nodig heeft om te winnen. Ook tijdens een autorit: hoeveel kilometer nog tot de bestemming? Zulke vragen geven betekenis aan het rekenwerk en oefenen tegelijk.

Wanneer is het vlot genoeg?

Een kind beheerst optellen en aftrekken tot 100 als het de meeste sommen zonder materiaal kan oplossen, de strategie kan uitleggen en zijn antwoorden controleert. Snelheid is minder belangrijk dan begrip en betrouwbaarheid. Blijft het moeilijk, bespreek dan met de leerkracht en ga terug naar de basis tot 20.

Kinderen die moeite hebben

Heeft je kind moeite met optellen en aftrekken tot 100, controleer dan eerst de basis: de splitsingen tot 10 en de brug over het tiental tot 20. Werk langer met staafjes en blokjes en met het honderdveld. Kies werkbladen met weinig oefeningen en een duidelijke opbouw. Aangepaste werkbladen vind je op getallen tot 100 DYS.

Een doelgetal-spel

Om beurten tel je een getal van 1 tot 10 op bij het totaal, beginnend bij 0. Wie precies 100 haalt, wint. Het spel oefent optellen tot 100 en vraagt ook wat strategie: welk getal moet je zeggen om zeker te winnen?

Werkbladen en meer lezen

Oefen met de werkbladen getallen tot 100 en plus 9 en min 9. Lees ook hoofdrekenen in het 2e leerjaar.

Veelgestelde vragen

Hoe tel je op tot 100?

Splits in tientallen en eenheden of rijg: 38 + 25 = 38 + 20 + 5.

Wat is de brug over het tiental?

Eerst aanvullen tot het volgende tiental en dan de rest: 47 + 6 = 47 + 3 + 3.

Hoe trek je af met brug?

Eerst terug naar het tiental en dan de rest: 52 − 7 = 52 − 2 − 5.

Wat is een honderdveld?

Een rooster met de getallen van 1 tot 100 in tien rijen van tien.

Hoe controleer je een aftrekking?

Tel de uitkomst op bij het afgetrokken getal: je moet het eerste getal terugkrijgen.

Wat als mijn kind nog op de vingers telt?

Werk met staafjes van tien en het honderdveld, en oefen eerst de splitsingen en de brug over 10 tot 20.