Niet alle getallen zijn nodig
Veel kinderen gebruiken automatisch alle getallen die in een vraagstuk staan. Ze denken: als het getal er staat, moet ik het gebruiken. Maar in het echte leven, en ook in toetsen, staan er soms gegevens in een vraagstuk die je niet nodig hebt. Omgekeerd ontbreekt er soms een gegeven, waardoor je de vraag niet kan beantwoorden. Kritisch lezen is daarom een belangrijke vaardigheid: eerst begrijpen wat er gevraagd wordt, dan bepalen welke gegevens je nodig hebt.
Begin bij de vraag
Laat je kind de vraag eerst onderstrepen en in eigen woorden herhalen: "Ik moet weten hoeveel Lien moet betalen." Pas daarna kijkt het naar de gegevens. Welke getallen zijn nodig om die vraag te beantwoorden? Door bij de vraag te beginnen in plaats van bij de getallen, wordt het makkelijker om overbodige gegevens te herkennen.
Overbodige gegevens herkennen
"Lien is 9 jaar. Ze koopt 3 schriften van 2 euro en een pen van 1,50 euro. Hoeveel betaalt ze?" De leeftijd van Lien heeft niets met de prijs te maken: dat is een overbodig gegeven. Antwoord: 3 × 2 + 1,50 = 7,50 euro. Laat je kind de overbodige gegevens doorstrepen en uitleggen waarom ze niet nodig zijn. Overbodige gegevens zijn niet altijd zo duidelijk: soms is het een getal dat bij een andere vraag zou passen.
Ontbrekende gegevens herkennen
"In een zaal staan rijen stoelen. Hoeveel stoelen staan er in de zaal?" Je kan niet antwoorden: je weet niet hoeveel rijen er zijn, noch hoeveel stoelen per rij. Laat je kind benoemen welk gegeven ontbreekt en wat het zou nodig hebben. Een goede vraag aan je kind: "Welke vraag zou je moeten stellen om het te kunnen oplossen?"
Verborgen gegevens
Soms lijkt een gegeven te ontbreken, maar zit het verborgen in de tekst of in algemene kennis. "Een week lang loopt Arne elke dag 2 km. Hoeveel km loopt hij in totaal?" Het aantal dagen staat er niet als getal, maar een week heeft 7 dagen. Andere verborgen gegevens: een uur heeft 60 minuten, een dozijn is 12, een jaar heeft 12 maanden. Bespreek met je kind welke kennis het zelf moet aanvullen.
Een stappenplan
- Lees het vraagstuk helemaal.
- Onderstreep de vraag.
- Omcirkel de gegevens die je nodig hebt.
- Streep overbodige gegevens door.
- Ontbreekt er iets? Schrijf op wat.
- Maak een tekening of schema.
- Reken en schrijf een antwoordzin.
- Controleer: past het antwoord bij de vraag?
Zelf vraagstukken maken
Een krachtige oefening is je kind zelf vraagstukken laten maken met een overbodig gegeven, of er een gegeven uit laten weglaten. "Maak een vraagstuk over de bakker met één getal dat je niet nodig hebt." Om dat te kunnen, moet het goed begrijpen hoe een vraagstuk in elkaar zit. Laat jou daarna het vraagstuk oplossen, en vergis je eens bewust door het overbodige getal te gebruiken: zal je kind het merken?
Drie varianten van één situatie
Neem een situatie: "Een klas van 24 leerlingen gaat naar het zwembad. De bus vertrekt om 9 uur. Een ticket kost 3 euro." Vraag 1: "Hoeveel kosten de tickets?" (24 × 3 = 72 euro; het vertrekuur is overbodig). Vraag 2: "Hoe laat komen ze terug?" (niet te beantwoorden; de duur ontbreekt). Vraag 3: "Hoeveel leerlingen zijn er in de bus?" (24; de prijs en het uur zijn overbodig). Zo zie je hoe dezelfde gegevens nuttig of overbodig kunnen zijn, afhankelijk van de vraag.
Oefeningen
- Tom heeft 12 knikkers en is 8 jaar. Hij krijgt er 5 bij. Hoeveel knikkers heeft hij nu? Welk gegeven is overbodig?
- Een boek kost 15 euro. Hoeveel kosten de boeken die juf koopt? Kan je antwoorden?
- Mia fietst elke dag van de week 3 km. Hoeveel km fietst ze per week?
- Een film van 90 minuten begint om 14 uur. Er zijn 120 stoelen. Hoe laat eindigt de film?
Oplossingen. 1. 17 knikkers; de leeftijd is overbodig. 2. Nee, je weet niet hoeveel boeken juf koopt. 3. 21 km (verborgen gegeven: 7 dagen). 4. 15.30 uur; het aantal stoelen is overbodig.
Veelgemaakte fouten
- Alle getallen gebruiken, ook de overbodige.
- Een antwoord verzinnen als er een gegeven ontbreekt, in plaats van te zeggen dat het niet kan.
- Verborgen gegevens missen, zoals 7 dagen in een week.
Tip voor ouders
Oefen vraagstukken liever kort en vaak dan lang en zelden: tien minuten per dag levert meer op dan een uur in het weekend. Laat je kind hardop vertellen hoe het rekent, want wie zijn strategie kan uitleggen, heeft ze echt begrepen. Gebruik concreet materiaal zolang het nodig is, verbind de oefeningen met situaties uit het dagelijks leven en vier elke kleine vooruitgang. Werk samen met de leerkracht, zodat thuis en op school dezelfde woorden en strategieën gebruikt worden.
Kort samengevat
Begin altijd bij de vraag. Selecteer daarna de gegevens die je nodig hebt, streep overbodige gegevens door, vul verborgen gegevens aan en zeg eerlijk wanneer er iets ontbreekt. Zelf vraagstukken bedenken is een sterke oefening.
Vraagstukken met tabellen en grafieken
Bij vraagstukken met een tabel, een grafiek of een folder staan er vaak veel meer gegevens dan nodig. Een treinregeling bevat tientallen uren, terwijl je er maar twee nodig hebt. Een folder van de supermarkt bevat veel prijzen, terwijl de vraag over één product gaat. Leer je kind om met een markeerstift alleen de nodige gegevens aan te duiden. Dit is een vaardigheid die ook in toetsen van het 4e tot 6e leerjaar vaak gevraagd wordt.
Een spelletje: de vraagstukkendetective
Lees een kort vraagstuk voor. Je kind is detective en moet zo snel mogelijk zeggen: welk getal is overbodig, of welk gegeven ontbreekt? Voor elk juist antwoord krijgt het een punt. Daarna mag het zelf een vraagstuk verzinnen om jou te testen. Dit spel scherpt het kritisch lezen op een speelse manier.
In de klas
Leerkrachten kunnen een vraagstuk zonder vraag geven: alleen de situatie en de getallen. De leerlingen bedenken zelf vragen en zeggen bij elke vraag welke gegevens nodig zijn. Zo ontdekken ze dat dezelfde gegevens bij de ene vraag nuttig en bij de andere overbodig zijn.
Werkbladen en meer lezen
Lees ook wat zijn redactiesommen?, redactiesommen in het 4e leerjaar en een antwoord controleren. Oefen met toetsvragen op toetsen oefenen.
Veelgestelde vragen
Wat is een overbodig gegeven?
Een gegeven in een vraagstuk dat je niet nodig hebt om de vraag te beantwoorden.
Wat doe je als er een gegeven ontbreekt?
Zeggen dat je de vraag niet kan beantwoorden en benoemen welk gegeven je nodig zou hebben.
Wat is een verborgen gegeven?
Een gegeven dat niet als getal in de tekst staat, maar dat je zelf moet weten, zoals 7 dagen in een week.
Hoe leer je kritisch lezen?
Begin bij de vraag, omcirkel nuttige gegevens, streep overbodige door en laat je kind zelf vraagstukken maken.
Waarom zitten er overbodige gegevens in vraagstukken?
Omdat je in het echte leven ook moet kiezen welke informatie belangrijk is.
Komen overbodige gegevens voor in toetsen?
Ja, vaak. Ze testen of een leerling echt begrijpt wat gevraagd wordt.
Hoe help ik mijn kind dat alle getallen gebruikt?
Laat het eerst de vraag onderstrepen en in eigen woorden herhalen, en daarna per getal zeggen of het nodig is.
Is "ik kan het niet oplossen" een goed antwoord?
Ja, als er echt een gegeven ontbreekt en je kind kan zeggen welk.

