Naar de inhoud
FRNL
Home›Artikels›Priemgetallen met een kind met dyscalculie

Wiskunde begrijpen · Praktische gids

Priemgetallen met een kind met dyscalculie

Voor priemgetallen moet je de tafels en delers goed kennen, en dat is moeilijk bij dyscalculie. Met concrete materialen en de juiste hulpmiddelen wordt het begrip toch bereikbaar.

Tekstgrootte
Ook in het FransLire en français
Mathia, de mascotte van ProfMathia

Begrijpen. Proberen. Uitleggen.

Bijgewerkt op 1 november 2026 · 6 minuten lezen

Waarom dit moeilijk is bij dyscalculie

Om te weten of een getal een priemgetal is, moet je zijn delers zoeken en dus steunen op de maal- en deeltafels. Voor veel kinderen met dyscalculie blijven die tafels wankel, zelfs in het 6e leerjaar. Daar komt de abstracte woordenschat bij (deler, veelvoud, factor, priemgetal, samengesteld) en de noodzaak om verschillende dingen tegelijk te onthouden: dat is zwaar. Toch is het begrip zelf eenvoudig en kan het begrepen worden als je het loskoppelt van het rekenwerk. Dat is het doel van deze aanpak.

Beginnen met het concrete: rechthoeken met fiches

Geef je kind een aantal fiches en vraag om ze in volledige rechthoeken te leggen. Met 6 fiches: 1 × 6 en 2 × 3. Met 5 fiches: alleen één rij van 5, geen andere rechthoek. Dan kun je zeggen: een priemgetal is een aantal fiches dat je alleen in één rij kunt leggen. Dat beeld, met de handen opgebouwd, blijft veel beter hangen dan de definitie “twee delers”. Neem foto’s van de rechthoeken en kleef ze in het schrift.

Weinig woorden, met beelden

Beperk je in het begin tot drie woorden, elk met een beeld: deler (een mogelijk aantal rijen), priemgetal (maar één rij mogelijk), samengesteld getal (meerdere rechthoeken mogelijk). Hang een geheugenkaart op met die woorden, een tekening en een voorbeeld. Het woord “veelvoud” komt later, als het begrip deler goed zit.

Het honderdveld in kleuren

De zeef van Eratosthenes is ideaal voor een kind met dyscalculie: visueel, stapsgewijs en zonder hoofdrekenen. Op een ruim honderdveld kleurt je kind de veelvouden van 2 blauw (het telt per 2), die van 3 groen, die van 5 geel en die van 7 rood. De vakjes die wit blijven (behalve 1) zijn priemgetallen. Het afgewerkte honderdveld wordt een naslagwerk voor in de map.

Een spiekbriefje met deelbaarheidsregels

Maak een kaartje met slechts drie regels, elk met een tekening: : 2 – het getal eindigt op 0, 2, 4, 6 of 8; : 5 – het eindigt op 0 of 5; : 3 – de som van de cijfers zit in de tafel van 3 (met de tafel van 3 ernaast). Je kind gebruikt het om een getal te testen zonder alles uit te rekenen. Lees ook deelbaarheidsregels.

Tafelkaart en rekenmachine

Een tafelkaart of rekenmachine toelaten is geen valsspelen: zo kan je kind werken aan het begrip (priemgetal of niet?) zonder vast te lopen op het rekenen. Het tikt 51 : 3 in en ziet 17: 51 is dus geen priemgetal. Wat telt, is dat het weet welke vraag het moet stellen en wat het met het resultaat doet. Zulke hulpmiddelen kunnen in de redelijke aanpassingen van de leerling staan. Lees ook hulpmiddelen bij dyscalculie.

Ontbinden met een boom

Bij ontbinden in priemfactoren is een boom overzichtelijker dan een rij bewerkingen. Schrijf 60 bovenaan, dan twee takken: 2 en 30; onder 30: 2 en 15; onder 15: 3 en 5. Omcirkel elk priemgetal in kleur: het “sluit” zijn tak af. Je kind ziet dat 60 = 2 × 2 × 3 × 5 door de omcirkelde blaadjes te lezen. Gebruik ruitjespapier en laat veel ruimte.

Aangepaste oefeningen

  1. Met fiches: leg 8, daarna 11 fiches in rechthoeken. Welk getal is een priemgetal?
  2. Welke priemgetallen liggen in je honderdveld tussen 20 en 30?
  3. Met het spiekbriefje: is 45 deelbaar door 5? Is het een priemgetal?
  4. Vul de boom aan: 24 → 2 en 12 → 2 en 6 → … en …

Oplossingen. 1. 8: 1 × 8 en 2 × 4; 11: maar één rij, 11 is een priemgetal. 2. 23 en 29. 3. Ja (eindigt op 5), dus geen priemgetal. 4. 2 en 3: 24 = 2 × 2 × 2 × 3.

Geef weinig opgaven, met materiaal en hulpmiddelen binnen handbereik.

Werkbladen en toetsen aanpassen

  • Eén vraag per regel, met ruimte om fiches te tekenen.
  • Te testen getallen in het begin beperkt tot 50.
  • Het spiekbriefje met deelbaarheidsregels op het blad.
  • Het honderdveld toegelaten.
  • Begripsvragen (“Waarom is 9 geen priemgetal?”) in plaats van lijsten om te onthouden.

Wat kunnen ouders doen?

Thuis staat het concrete centraal: leg koekjes, blokjes of muntstukken in rechthoeken en vraag of het aantal een priemgetal is. Vertel het verhaal van de cicaden die om de 13 of 17 jaar bovenkomen: priemgetallen worden zo een curiositeit in plaats van een karwei. Houd het kort en positief.

Een vaste oefensessie van tien minuten

Twee minuten de definitie herhalen met de geheugenkaart en een foto van rechthoeken; vier minuten met fiches werken op twee getallen; twee minuten die getallen opzoeken in het gekleurde honderdveld; twee minuten zeggen wat je geleerd hebt. De opbouw blijft altijd dezelfde: dat geeft je kind houvast en houdt zijn aandacht vrij voor het begrip.

Verbinden met wat al gekend is

Toon dat priemgetallen geen los begrip zijn: ze sluiten aan bij de tafels (een priemgetal is de uitkomst van geen enkele vermenigvuldiging behalve 1 × zichzelf), bij even en oneven getallen (2 is het enige even priemgetal) en bij breuken (je vereenvoudigt met priemfactoren). Elk verband versterkt het begrip en geeft betekenis. Lees ook breuken bij dyscalculie.

Samenwerken met school

Spreek met de leerkracht af welke hulpmiddelen toegelaten zijn (honderdveld, spiekbriefje, rekenmachine) en gebruik dezelfde thuis. Een heen-en-weerschriftje waarin je noteert wat gekend is, voorkomt misverstanden en laat je in hetzelfde tempo vooruitgaan. Wordt je kind begeleid door een logopedist, betrek die dan bij deze keuzes.

Een boekje met successen

Laat je kind elk priemgetal dat het zelf vond, inkleuren in een eigen honderdveld. Zo groeit er zichtbaar een verzameling successen, wat het vertrouwen versterkt.

Wanneer ga je verder?

Als je kind in eigen woorden kan uitleggen waarom 9 geen priemgetal is en waarom 7 dat wel is, is het klaar voor het ontbinden in priemfactoren. Houd het materiaal en de hulpmiddelen binnen handbereik: je bouwt ze geleidelijk af, nooit in één keer. Ook in het secundair kan het honderdveld nog dienen als naslag.

Priemgetallen in het dagelijks leven

Zoek samen priemgetallen op huisnummers, kalenders of nummerplaten. Een kort spelletje onderweg (“Is 23 een priemgetal?”) houdt het luchtig.

Spelletjes zonder rekenwerk

Een memory waarin je een getal koppelt aan de foto van zijn rechthoeken, of een sorteerspel “priemgetal / geen priemgetal” met kaartjes en het honderdveld, laten je kind herhalen zonder druk. Houd het kort: vijf minuten is genoeg, liefst op een vast moment van de dag, zodat het een gewoonte wordt.

Tot slot

Priemgetallen zijn geen eindpunt maar een opstap. Met geduld, concreet materiaal en de juiste hulpmiddelen begrijpt ook een kind met dyscalculie waarom 7 bijzonder is.

Meer lezen

Lees ook priemgetallen: de aanpak, maaltafels bij dyscalculie en dyscalculie in het 6e leerjaar.

Veelgestelde vragen

Kan een kind met dyscalculie priemgetallen begrijpen?

Ja, als je vertrekt van het concrete (rechthoeken met fiches) en het begrip loskoppelt van het rekenen met hulpmiddelen.

Mag de rekenmachine gebruikt worden?

Ze kan deel uitmaken van de redelijke aanpassingen: zo concentreert je kind zich op het redeneren.

Moet de lijst van buiten geleerd worden?

Nee: het gekleurde honderdveld dient als naslag, en begrijpen telt meer dan onthouden.

Wat is de beste startactiviteit?

Fiches in rechthoeken leggen: een priemgetal vormt maar één rij.

Hoe help je bij het ontbinden?

Met een boom op ruitjespapier, waarbij je de priemgetallen in kleur omcirkelt.

Hoe organiseer je een oefensessie thuis?

Tien minuten, altijd met dezelfde opbouw: herhalen, materiaal, honderdveld, verwoorden.