Naar de inhoud
FRNL
Home›Artikels›De vriendjes van 10 met een kind met dyscalculie

Wiskunde begrijpen · Praktische gids

De vriendjes van 10 met een kind met dyscalculie

Een kind met dyscalculie telt vaak op zijn vingers om te vinden wat 7 nodig heeft om 10 te worden. Toch zijn de vriendjes van 10 de toegangspoort tot hoofdrekenen. Met een visuele aanpak en veel materiaal kunnen ze echte automatismen worden.

Tekstgrootte
Ook in het FransLire en français
Mathia, de mascotte van ProfMathia

Begrijpen. Proberen. Uitleggen.

Bijgewerkt op 1 november 2026 · 6 minuten lezen

Waarom het moeilijk is

Voor een kind met dyscalculie is 10 niet altijd een geheel dat je in twee delen kunt splitsen. Het ziet vaak losse voorwerpen die het één voor één moet tellen, zonder structuur. De vriendjes van 10 vragen net dat je “ziet” dat 7 en 3 de twee stukken van 10 zijn. Het geheugen voor rekenfeiten is ook vaak kwetsbaar: een vriendje dat maandag geleerd werd, kan donderdag vergeten zijn. Je hebt dus veel materiaal en herhaling nodig, zonder tijdsdruk.

Signalen om op te letten

  • Je kind hertelt alles op zijn vingers.
  • Het verwart het vriendje met het dubbel (7 → 7).
  • Het kent 7 + 3 maar niet 3 + 7.
  • Het telt één te veel of te weinig.
  • Het vergeet van de ene dag op de andere.

Stap 1: 10 bouwen met twee kleuren

Begin met staven van 10 blokjes in twee kleuren: 7 rode en 3 blauwe, 6 rode en 4 blauwe… Je kind vergelijkt de staven: ze zijn allemaal even lang, maar de kleuren zijn anders verdeeld. Zo ontdekt het concreet dat je 10 op verschillende manieren kunt splitsen. Leg alle staven onder elkaar: je ziet een “trap” van kleuren die de regelmaat toont.

Stap 2: het tienveld

Het tienveld, twee rijen van vijf vakjes, is het belangrijkste hulpmiddel. Je kind legt fiches en zegt hoeveel vakjes leeg blijven. Dankzij de structuur per 5 herkent het hoeveelheden zonder te tellen: 7 is een volle rij en 2. Het ziet dus dat er 3 vakjes overblijven. Herhaal met alle hoeveelheden, door elkaar, tot het antwoord komt zonder de lege vakjes te tellen.

Stap 3: gestructureerde vingers

Vingers blijven een goed hulpmiddel, als je ze gestructureerd gebruikt: 7 is een volle hand en 2 vingers, zonder ze één voor één te tellen. De vingers die niet opgestoken zijn, geven het vriendje. Vraag stap voor stap om de handen voor te stellen zonder te kijken, en daarna om te antwoorden zonder ze te gebruiken. Vingers te vroeg verbieden zorgt voor angst: je bouwt ze geleidelijk af.

Stap 4: een visuele geheugenkaart

Een geheugenkaart toont de zes paren, elk met een tienveld in twee kleuren. Je kind houdt ze in zijn pennenzak en mag ze vrij raadplegen. Verrassend genoeg helpt mogen kijken om te onthouden: door telkens te controleren, heeft het de kaart na een tijd niet meer nodig. Je kunt elk paar ook aan een vast beeld of een vaste kleur koppelen. Lees ook aangepaste werkbladen voor dys.

Stap 5: in kleine groepjes leren

Leer de zes paren niet allemaal tegelijk. Begin met 5 en 5 (het dubbel, vaak gekend) en 9 en 1 (het dichtst bij 10), daarna 8 en 2, dan 7 en 3, en dan 6 en 4. Voeg pas een nieuw paar toe als de vorige zeker zitten. Laat het paar altijd in beide richtingen zeggen: “7 en 3, 3 en 7”.

Stap 6: heel korte spelletjes

Memory van de vriendjes van 10 met in het begin maar 4 of 6 kaarten, het bekerspel (je verstopt fiches van het tienveld onder een beker, je kind raadt hoeveel er verstopt zijn), oorlog met 10 zonder chronometer. Drie tot vijf minuten zijn genoeg. Stop liever wanneer je kind slaagt dan wanneer het moe is. Lees ook rekenspelletjes bij dyscalculie.

Naar de brug over 10

Zitten de vriendjes goed, dan gebruik je ze voor de brug over 10, altijd met het tienveld: voor 8 + 5 vul je eerst het veld met 8 fiches, je legt er 2 bij om het vol te maken en de 3 overige fiches gaan in een tweede tienveld. Je kind ziet 10 en 3, dus 13. Die stap vraagt tijd en mag niet overhaast worden. Lees ook optellen tot 20 bij dyscalculie.

Aangepaste oefeningen

  1. Met het tienveld: 6 fiches. Hoeveel lege vakjes?
  2. Met de staven: 8 rode blokjes. Hoeveel blauwe om 10 te maken?
  3. Zeg het paar in beide richtingen: 9 en …; … en 9.

Oplossingen. 1. 4. 2. 2. 3. 9 en 1; 1 en 9.

Controleer altijd met het materiaal, ook als het antwoord juist is.

Werkbladen aanpassen

  • Tienvelden getekend naast elke som.
  • In het begin één of twee paren per blad.
  • Grote letters, weinig oefeningen per pagina.
  • Geheugenkaart met de paren toegelaten.
  • Geen chronometer.

Een routine van vijf minuten per dag

Eén minuut om de gekende paren te herhalen met de geheugenkaart; twee minuten bekerspel met het tienveld; één minuut voor het nieuwe paar met de staven; één minuut om alle gekende paren hardop te zeggen. Dagelijkse regelmaat telt veel meer dan de duur.

Aanpassingen in de klas

Je kind mag zijn geheugenkaart met vriendjes houden, een tienveld en fiches gebruiken, en hoeft niet mee te doen aan oefeningen op tijd. Je beoordeelt begrip en strategie, niet snelheid. Die aanpassingen kunnen zo lang als nodig blijven. Lees ook aanpassingen bij toetsen.

Wat kunnen ouders doen?

Thuis zijn eierdozen van 10, kegels en de vingers van twee handen allemaal hulpmiddelen. Een klein raadspelletje bij het slapengaan (“Ik steek 6 vingers op, hoeveel zijn er niet opgestoken?”) volstaat om de vriendjes te onderhouden. Wees geduldig: vergeten is normaal bij dyscalculie, en herhaling loont uiteindelijk.

Wanneer hulp vragen?

Lukt het na enkele weken regelmatig werken nog altijd niet om de vriendjes te onthouden, zelfs met materiaal, bespreek het dan met de leerkracht of logopedist. Een onderzoek kan de moeilijkheden in kaart brengen en het werk richting geven. Lees ook hoofdrekenen bij dyscalculie.

De vriendjes van 10 in het dagelijks leven

De vriendjes worden pas stevig als ze echt dienen. Bij het vieruurtje verdeel je 10 koekjes over twee bordjes op alle mogelijke manieren; bij het opruimen van de potloden controleer je hoeveel er ontbreken om een pakje van 10 te maken. Die kleine, herhaalde situaties geven betekenis aan wat je kind leert, en tonen dat rekenen buiten de klas nuttig is.

Vergeten mag

Een vriendje dat vandaag gekend is, kan morgen vergeten zijn: bij dyscalculie is dat normaal. Ga gewoon terug naar het tienveld of de staven, zonder verwijt, en begin opnieuw. Een kort “we kijken even op de kaart” houdt de sfeer positief. Juist die geduldige herhaling zorgt ervoor dat de paren na een tijd blijven hangen.

Samen spelen met broers en zussen

Een broer of zus kan een fijne speelpartner zijn voor memory of het bekerspel. Zo wordt oefenen een gezinsmoment in plaats van een extra huiswerktaak.

Samengevat

Staven in twee kleuren, het tienveld, gestructureerde vingers, een geheugenkaart, paar per paar leren en heel korte spelletjes: zo worden de vriendjes van 10 haalbaar voor een kind met dyscalculie, en gaat de deur naar hoofdrekenen open.

Veelgestelde vragen

Waarom onthoudt mijn kind met dyscalculie de vriendjes van 10 niet?

Omdat dyscalculie vaak het geheugen voor rekenfeiten en het zien van 10 als geheel raakt. Je hebt veel materiaal en herhaling nodig.

Welk materiaal gebruik je?

Het tienveld, blokjes in twee kleuren en gestructureerd gebruik van de vingers.

Moet je de vingers verbieden?

Nee, bouw ze geleidelijk af wanneer je kind de hoeveelheden kan voorstellen.

Mag het een geheugenkaart houden?

Ja: de kaart raadplegen helpt om te onthouden en vermindert angst.

Hoeveel tijd per dag?

Vijf minuten per dag is genoeg, met veel regelmaat.