Naar de inhoud
FRNL
Home›Artikels›Dyslexie en rekenen: hulp bij opdrachten en vraagstukken

Wiskunde begrijpen · Praktische gids

Dyslexie en rekenen: hulp bij opdrachten en vraagstukken

Een kind met dyslexie kan goed rekenen en toch fouten maken omdat het de opdracht verkeerd leest. Zo haal je het lezen uit de weg van het rekenen.

Tekstgrootte
Ook in het FransLire en français
Mathia, de mascotte van ProfMathia

Begrijpen. Proberen. Uitleggen.

Bijgewerkt op 31 oktober 2026 · 6 minuten lezen

Waarom dyslexie ook rekenen raakt

Dyslexie is een leerstoornis in lezen en spellen, maar in de wiskundeles moet er ook veel gelezen worden: opdrachten, vraagstukken, tabellen en grafieken. Een kind met dyslexie besteedt zoveel energie aan het ontcijferen van de tekst dat er minder overblijft om na te denken over het rekenwerk. Daardoor lijkt het soms zwakker in wiskunde dan het in werkelijkheid is.

Waar het vaak misloopt

  • Lange opdrachten met meerdere stappen in één zin.
  • Signaalwoorden zoals "verschil", "samen" of "per stuk" die over het hoofd gezien worden.
  • Cijfers omdraaien bij het overschrijven: 36 wordt 63.
  • Volle bladen met kleine letters, waardoor het kind de regel kwijtraakt.
  • Tijdsdruk, omdat lezen trager gaat.

Opdrachten toegankelijk maken

  1. Lees de opdracht samen of laat ze voorlezen. Rekenen staat centraal, niet lezen.
  2. Knip lange opdrachten op in korte zinnen, met één stap per regel.
  3. Markeer de vraag en de getallen met een kleur.
  4. Gebruik een groter, rustig lettertype en meer witruimte.
  5. Laat het kind de opdracht in eigen woorden herhalen voor het begint.

Vraagstukken stap voor stap

Bij redactiesommen helpt een vast stappenplan: lezen (of laten voorlezen), de vraag onderstrepen, de nodige gegevens omcirkelen, een tekening of schema maken, rekenen en het antwoord in een zin schrijven. Een kaartje met die stappen op de bank geeft houvast.

Hulpmiddelen en afspraken met de school

Veel scholen voorzien voor leerlingen met dyslexie redelijke aanpassingen, zoals voorleessoftware, extra tijd, een vergrote kopie of minder opgaven per blad. Bespreek met de leerkracht en de zorgcoördinator wat in de klas kan en wat bij toetsen mag. Over toetsen lees je meer in aanpassingen bij toetsen.

Een vraagstuk toegankelijk gemaakt: een voorbeeld

Origineel vraagstuk: "Op een schooluitstap rijden 3 bussen met elk 48 leerlingen en 4 begeleiders. Bij aankomst gaan 25 leerlingen eerst naar het museum en de anderen naar het park. Hoeveel leerlingen gaan naar het park?"

Aangepaste versie, met één stap per regel:

  • Er rijden 3 bussen.
  • In elke bus zitten 48 leerlingen.
  • 25 leerlingen gaan naar het museum.
  • Vraag: hoeveel leerlingen gaan naar het park?

De begeleiders zijn weggelaten: die informatie is niet nodig. Het rekenwerk blijft hetzelfde (3 × 48 = 144, 144 − 25 = 119), maar het kind hoeft niet door een lange zin te worstelen. Zo meet je wat het kind kan rekenen, niet hoe goed het leest.

Signaalwoorden herkennen

Woorden zoals "samen", "verschil", "per stuk", "elk", "meer dan" en "verdelen" geven aan welke bewerking nodig is. Kinderen met dyslexie lezen ze soms over. Een kaart met de belangrijkste signaalwoorden en de bijhorende bewerking kan helpen:

  • samen, in totaal, erbij: optellen
  • verschil, minder, over: aftrekken
  • elk, per stuk, keer: vermenigvuldigen
  • verdelen, eerlijk delen, per persoon: delen

Let wel: signaalwoorden zijn een hulp, geen garantie. Laat het kind altijd nagaan of de bewerking logisch is bij de situatie.

Cijfers en symbolen correct overnemen

Bij dyslexie worden cijfers soms omgedraaid of verwisseld: 52 wordt 25, of een plus wordt een maal. Een paar eenvoudige maatregelen helpen: getallen hardop laten voorlezen voor het rekenen, met een vinger of liniaal de regel volgen, en sommen niet laten overschrijven maar rechtstreeks op het blad laten oplossen. Bij het overnemen van het bord helpt een kopie op de bank.

Tips voor ouders

Lees bij het huiswerk de opdracht samen met je kind, of laat het de opdracht voorlezen en uitleggen. Zo merk je meteen of het probleem bij het lezen of bij het rekenen ligt. Werk in korte blokken en las pauzes in: lezen kost een kind met dyslexie veel energie. Vertel de leerkracht welke aanpassingen thuis goed werken, zodat ook de school ze kan gebruiken.

Tips voor leerkrachten

Geef bij vraagstukken de keuze tussen zelf lezen en voorgelezen worden. Bied een kopie met een groter lettertype en meer witruimte aan. Beoordeel bij een rekentoets de rekenvaardigheid, niet de leesvaardigheid: een fout die duidelijk uit een leesfout voortkomt, kan apart besproken worden. Voorleessoftware op een laptop of tablet laat leerlingen zelfstandig werken zonder dat ze op de leerkracht moeten wachten.

Een herkenbare situatie

Stel: een leerling van het 4e leerjaar haalt goede punten voor hoofdrekenen en cijferen, maar valt telkens terug bij vraagstukken. Bij nader inzien blijkt dat hij de opdrachten half leest en dan gokt welke bewerking nodig is. Wanneer de leerkracht de vraagstukken voorleest, lost hij ze bijna allemaal correct op. Het probleem lag dus niet bij het rekenen, maar bij het lezen. Zulke situaties zijn typisch bij dyslexie, en ze tonen waarom het belangrijk is om leesvaardigheid en rekenvaardigheid apart te bekijken.

Wiskundetaal leren

Wiskunde heeft zijn eigen woordenschat: "som", "product", "verschil", "quotiënt", "evenredig", "omtrek". Voor kinderen met dyslexie is het lezen van die woorden extra moeilijk, en soms verwarren ze woorden die op elkaar lijken. Maak een woordenlijst met de belangrijkste wiskundewoorden, telkens met een voorbeeld en een tekening. Herhaal de woorden mondeling: wie ze kan uitspreken en uitleggen, herkent ze ook sneller bij het lezen.

Per leerjaar: waar let je op?

  • 1e en 2e leerjaar: korte opdrachten, veel beelden. Lees opdrachten altijd voor.
  • 3e en 4e leerjaar: de eerste echte vraagstukken. Leer het stappenplan aan en gebruik signaalwoorden.
  • 5e en 6e leerjaar: langere vraagstukken met meerdere stappen en tabellen. Voorleessoftware en het opknippen van opdrachten worden belangrijker.

Bij de overgang naar het secundair onderwijs is het nuttig om de afspraken over aanpassingen door te geven aan de nieuwe school.

Dyslexie en dyscalculie samen

Bij sommige kinderen komen dyslexie en dyscalculie samen voor. Dan zijn er zowel moeilijkheden met lezen als met het rekenen zelf. Een grondig onderzoek kan duidelijk maken welke ondersteuning nodig is. In dat geval zijn aanpassingen voor beide domeinen nodig: voorlezen van opdrachten én hulpmiddelen zoals een tafelkaart of getallenlijn. Lees meer in dyscalculie herkennen.

Checklist voor een toegankelijk rekenblad

  • Is het lettertype groot genoeg en zonder schreven?
  • Staat er één opdracht per regel?
  • Is de vraag duidelijk gemarkeerd?
  • Is er genoeg witruimte tussen de opgaven?
  • Kan de opdracht voorgelezen worden?

Wat je vandaag al kunt doen

  1. Lees bij het volgende huiswerk de vraagstukken voor en kijk of het resultaat verandert.
  2. Maak een kaart met de vier belangrijkste signaalwoorden.
  3. Vraag de leerkracht of opdrachten vergroot of voorgelezen kunnen worden.

Aangepaste werkbladen

Op ProfMathia vind je 240 aangepaste werkbladen voor het 1e tot 6e leerjaar, met een leesbaar lettertype, korte opdrachten en minder opgaven per blad. Elk thema heeft ook een spel zonder tijdsdruk. Gaat het om het rekenen zelf, lees dan ook dyscalculie herkennen: dyslexie en dyscalculie komen soms samen voor.

Veelgestelde vragen

Heeft dyslexie invloed op rekenen?

Ja, vooral op opdrachten en vraagstukken. Het kind moet veel lezen, waardoor er minder energie overblijft voor het rekenwerk.

Hoe help je een kind met dyslexie bij vraagstukken?

Lees de opdracht voor, knip ze op in korte zinnen, markeer vraag en getallen en werk met een vast stappenplan.

Is dyslexie hetzelfde als dyscalculie?

Nee. Dyslexie gaat over lezen en spellen, dyscalculie over rekenen. Ze kunnen wel samen voorkomen.

Welke signaalwoorden horen bij welke bewerking?

Samen en in totaal wijzen op optellen, verschil en over op aftrekken, elk en per stuk op vermenigvuldigen, verdelen op delen.

Mag mijn kind een voorleesprogramma gebruiken bij wiskunde?

Vaak wel, als redelijke aanpassing. Bespreek het met de school, ook voor toetsen.

Kan een kind met dyslexie goed zijn in wiskunde?

Zeker. Veel kinderen met dyslexie zijn sterk in rekenen en logisch denken, zolang het lezen geen drempel vormt.