Minder moeilijk dan het lijkt
De tafels van 7, 8 en 9 hebben elk tien sommen, samen dertig. Dat lijkt veel. Maar heel wat van die sommen ken je al uit andere tafels. Dankzij de wisseleigenschap is 7 × 2 hetzelfde als 2 × 7, en die ken je uit de tafel van 2. Hetzelfde voor × 1, × 5 en × 10. Als je kind de tafels van 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 10 al kent, blijven er van de tafels van 7, 8 en 9 maar zes echt nieuwe sommen over: 7 × 7, 7 × 8, 7 × 9, 8 × 8, 8 × 9 en 9 × 9. Laat je kind dat zelf ontdekken door in een tafelkaart alle gekende sommen te kleuren.
De tafel van 9: de vingermethode
Leg beide handen met de vingers gespreid op tafel. Voor 9 × 4 buig je de vierde vinger van links. Links van de gebogen vinger staan 3 vingers (de tientallen), rechts 6 (de eenheden): 36. Voor 9 × 7 buig je de zevende vinger: 6 links, 3 rechts, dus 63. Kinderen vinden dit vaak magisch, en het werkt voor 9 × 1 tot 9 × 10.
De tafel van 9: tien keer min één keer
9 × 6 is 10 × 6 min 6: 60 − 6 = 54. 9 × 8 is 80 − 8 = 72. Deze strategie is beter dan de vingermethode, omdat ze uitlegt waarom de tafel werkt en omdat ze ook bij grotere getallen bruikbaar is: 9 × 12 = 120 − 12 = 108.
De tafel van 9: patronen
Kijk naar de uitkomsten: 9, 18, 27, 36, 45, 54, 63, 72, 81, 90. Het tiental gaat telkens één omhoog, de eenheden één omlaag. En de som van de cijfers is altijd 9: 1 + 8, 2 + 7, 3 + 6… Bovendien is het tiental altijd één minder dan het getal waarmee je vermenigvuldigt: 9 × 7 begint met 6. Zo kan je elke uitkomst controleren.
De tafel van 8: drie keer verdubbelen
Vermenigvuldigen met 8 is drie keer verdubbelen: 8 × 7 = 7 verdubbeld (14), nog eens (28), en nog eens (56). Of: de tafel van 8 is het dubbel van de tafel van 4. Wie 4 × 7 = 28 kent, weet dat 8 × 7 = 56. Een rijmpje voor de moeilijkste: "5, 6, 7, 8: 56 is 7 maal 8".
De tafel van 7: afleiden
Voor de tafel van 7 is afleiden de beste aanpak. 7 × 6 = 5 × 6 + 2 × 6 = 30 + 12 = 42. Of 7 × 6 = 6 × 6 + 6 = 36 + 6 = 42. 7 × 8 = 7 × 4 × 2 = 28 × 2 = 56. Zo bouw je de moeilijke sommen op uit sommen die je al kent. Na een tijdje automatiseer je ze en hoef je niet meer af te leiden.
De zes echt moeilijke sommen
- 7 × 7 = 49 (een kwadraat, net onder 50)
- 7 × 8 = 56 (5, 6, 7, 8)
- 7 × 9 = 63 (70 − 7)
- 8 × 8 = 64 (verdubbelen: 8, 16, 32, 64)
- 8 × 9 = 72 (80 − 8)
- 9 × 9 = 81 (90 − 9)
Schrijf ze op een kaartje en oefen ze elke dag een paar minuten, in willekeurige volgorde en in beide richtingen: "7 × 8?" en "56 is welke tafel?".
Ook de deeltafels
Wie de tafels kent, kent ook de deeltafels. 56 : 8 = 7 en 56 : 7 = 8. Oefen ze samen: bij elke vermenigvuldiging horen twee delingen. Zo wordt delen later veel makkelijker, bijvoorbeeld bij cijferend delen en het vereenvoudigen van breuken.
Oefeningen
- 9 × 6
- 8 × 7
- 7 × 7
- 9 × 8
- 8 × 6
- 7 × 9
- 63 : 7
- 72 : 9
- 56 : 8
- 8 × 8
Oplossingen. 1. 54. 2. 56. 3. 49. 4. 72. 5. 48. 6. 63. 7. 9. 8. 8. 9. 7. 10. 64.
Veelgemaakte fouten
- 7 × 8 en 6 × 9 verwarren (56 en 54). Gebruik het rijmpje en de strategie 10 × min 1 × voor de tafel van 9.
- Alleen de tafel opzeggen van 1 tot 10, zonder losse sommen te kunnen beantwoorden. Oefen in willekeurige volgorde.
- Oefenen met tijdsdruk voor de tafels gekend zijn. Snelheid komt pas na inzicht.
Spelletjes
Tafelmemory: kaartjes met sommen en kaartjes met uitkomsten. Tafelbingo: een bingokaart met uitkomsten; jij roept sommen af. Oorlogje: twee kaarten omdraaien en vermenigvuldigen; de grootste uitkomst wint. Kies spellen zonder tijdsdruk voor kinderen die snel gestresseerd raken.
Tip voor ouders
Oefen de maaltafels liever kort en vaak dan lang en zelden: tien minuten per dag levert meer op dan een uur in het weekend. Laat je kind hardop vertellen hoe het rekent, want wie zijn strategie kan uitleggen, heeft ze echt begrepen. Gebruik concreet materiaal zolang het nodig is, verbind de oefeningen met situaties uit het dagelijks leven en vier elke kleine vooruitgang. Werk samen met de leerkracht, zodat thuis en op school dezelfde woorden en strategieën gebruikt worden.
Kort samengevat
Van de tafels van 7, 8 en 9 zijn er maar zes echt nieuwe sommen. Gebruik voor 9 de strategie "tien keer min één keer", voor 8 drie keer verdubbelen en voor 7 afleiden uit gekende sommen. Oefen kort, dagelijks en in willekeurige volgorde.
Een plan van drie weken
Week 1: de tafel van 9 met de strategie "tien keer min één keer" en de patronen. Vijf minuten per dag. Week 2: de tafel van 8 door te verdubbelen, plus herhaling van de tafel van 9. Week 3: de tafel van 7 door af te leiden, plus de zes moeilijke sommen in willekeurige volgorde. Houd een kaart bij met alle sommen en kleur groen wat vlot gaat. Na drie weken zijn meestal alleen nog enkele sommen oranje: die blijf je kort herhalen.
Een tafelkaart als steun
Een tafel van Pythagoras, een rooster met alle uitkomsten, is een handig hulpmiddel. Laat je kind de gekende sommen kleuren: het ziet dan zelf hoeveel het al kent. Kinderen met dyscalculie kunnen de kaart ook als hulpmiddel gebruiken bij moeilijkere opdrachten, zoals delen.
Werkbladen en meer lezen
Oefen met de werkbladen maaltafels en het bijhorende spel. Lees ook maaltafels oefenen, maaltafels bij dyscalculie en veelvouden en delers.
Veelgestelde vragen
Welke maaltafels zijn het moeilijkst?
Voor veel kinderen de tafels van 7, 8 en 9, en vooral 7 × 8, 7 × 9 en 8 × 9.
Hoe onthoud je de tafel van 9?
Met "tien keer min één keer" (9 × 6 = 60 − 6) of met de vingermethode.
Hoe onthoud je de tafel van 8?
Door drie keer te verdubbelen of door de tafel van 4 te verdubbelen.
Hoeveel is 7 × 8?
56. Ezelsbruggetje: 5, 6, 7, 8.
Hoeveel moeilijke sommen blijven er over?
Als je de andere tafels kent, maar zes: 7 × 7, 7 × 8, 7 × 9, 8 × 8, 8 × 9 en 9 × 9.
Werkt de vingermethode voor de tafel van 9 altijd?
Ja, van 9 × 1 tot 9 × 10. Voor grotere getallen gebruik je beter "tien keer min één keer".
Hoe lang duurt het om de tafels te leren?
Met vijf minuten per dag lukken de tafels van 7, 8 en 9 meestal in enkele weken, al verschilt het per kind.

