FRNL
Home›Artikels›Maaltafels oefenen: zo leert je kind ze vlot en blijvend
3e leerjaar · 4 min lezen

Maaltafels oefenen: zo leert je kind ze vlot en blijvend

De maaltafels zijn de basis van bijna alle wiskunde in de lagere school. Wie ze vlot kent, kan sneller delen, cijferen, met breuken rekenen en vraagstukken oplossen. Toch is het voor veel kinderen een hele opgave om ze van buiten te leren. Met de juiste volgorde, een paar trucjes en elke dag een paar minuten oefenen lukt het wel. In dit artikel lees je hoe je de maaltafels het best oefent, thuis en online.

Eerst begrijpen, dan van buiten leren

Een maaltafel is herhaald optellen. 4 × 3 betekent 4 groepjes van 3: 3 + 3 + 3 + 3 = 12. Laat je kind groepjes maken met blokjes, knopen of snoepjes voor het de tafel opzegt. Een kind dat begrijpt wat 4 × 3 betekent, kan een vergeten uitkomst zelf terugvinden. Ook de wisseleigenschap helpt: 4 × 3 = 3 × 4. Zo halveer je bijna het werk.

De beste volgorde

  1. Tafels van 1, 2, 5 en 10: de makkelijkste. × 2 is het dubbel, × 10 is een 0 erachter, × 5 eindigt op 0 of 5.
  2. Tafels van 3 en 4: × 4 is twee keer het dubbel.
  3. Tafel van 9: met een handig trucje (zie verder).
  4. Tafels van 6, 7 en 8: de moeilijkste, maar veel uitkomsten ken je dan al uit andere tafels.

Trucjes per tafel

  • × 2: verdubbelen. 2 × 8 = 8 + 8 = 16.
  • × 4: twee keer verdubbelen. 4 × 7 = 14, en dat nog eens: 28.
  • × 5: de helft van × 10. 5 × 8 = 80 : 2 = 40.
  • × 9: × 10 min één keer het getal. 9 × 7 = 70 − 7 = 63. En de cijfers van de uitkomst tellen samen op tot 9: 6 + 3 = 9.
  • × 6: × 5 plus één keer het getal. 6 × 7 = 35 + 7 = 42.
  • × 8: drie keer verdubbelen. 8 × 6: 12, 24, 48.

Een weekplanning

  • Maandag: een nieuwe tafel leren met blokjes en opzeggen in volgorde.
  • Dinsdag: de tafel door elkaar vragen, zonder volgorde.
  • Woensdag: het online spel maaltafels.
  • Donderdag: de nieuwe tafel mengen met tafels die al gekend zijn.
  • Vrijdag: de quiz maaltafels of « tegen de klok ».

Vijf tot tien minuten per dag is genoeg. Belangrijk is dat je elke dag oefent, ook als het maar kort is.

Probeer het zelf

Reken uit en klik om het antwoord te zien.

1. 7 × 8 = ?

56. Trucje: 5, 6, 7, 8 → 56 = 7 × 8.

2. 9 × 6 = ?

54. 10 × 6 = 60, min 6 = 54.

3. 6 × 7 = ?

42. 5 × 7 = 35, plus 7 = 42.

4. 48 : 8 = ?

6, want 6 × 8 = 48. Delen is de maaltafel omgekeerd.

Oefenen op papier

Het werkblad de maaltafels (3e leerjaar) bevat een les met de volledige tafel van vermenigvuldiging, drie niveaus oefeningen en de oplossingen in PDF. Hang de tafel van vermenigvuldiging ook op een zichtbare plaats, bijvoorbeeld op de koelkast.

Veelgemaakte fouten en hoe je ze voorkomt

  • Alleen in volgorde opzeggen: veel kinderen kennen « 1 × 7, 2 × 7, 3 × 7… » maar weten 6 × 7 niet zonder van voren te beginnen. Vraag daarom ook door elkaar.
  • Te veel tegelijk: leer één nieuwe tafel per week.
  • Te lang oefenen: na tien minuten neemt de concentratie af.
  • Stress: tijdsdruk is pas zinvol als de tafel al gekend is.

Wat als het niet lukt?

Sommige kinderen hebben veel moeite om de maaltafels te onthouden, ook na maanden oefenen. Dat kan wijzen op dyscalculie. Geef dan een tafelkaart als hulpmiddel, zodat je kind toch verder kan met cijferen en vraagstukken, en praat erover met de leerkracht. Aangepaste werkbladen vind je bij maaltafels in de DYS-versie.

Maaltafels oefenen met spelletjes aan tafel

  • Dobbelstenen: gooi twee dobbelstenen en vermenigvuldig de ogen. Wie het eerst 100 punten heeft, wint.
  • Kaartspel: trek twee kaarten van 1 tot 10. Wie het eerst de uitkomst roept, krijgt de kaarten.
  • Tafelbingo: maak een bingokaart met uitkomsten (12, 24, 36…). Roep sommen af; wie de uitkomst heeft, kruist ze aan.
  • Onderweg: in de auto of op de fiets een tafel door elkaar vragen. Eén vraag per verkeerslicht!

Hoe weet je dat een tafel gekend is?

Een tafel is echt gekend als je kind elke som door elkaar binnen drie seconden kan beantwoorden, zonder te tellen. Houd een lijstje bij met de tafels die zo vlot gaan. Herhaal de tafels die nog traag gaan vaker, en de tafels die goed zitten af en toe, zodat ze niet vergeten worden. Na een vakantie is een korte opfrissing altijd nuttig.

De maaltafels in de rest van de leerstof

Zodra de tafels gekend zijn, komen ze overal terug: bij delen, cijferend vermenigvuldigen, breuken en procenten. Blijf ze daarom ook in het 4e, 5e en 6e leerjaar af en toe herhalen, bijvoorbeeld met een snelle quiz aan de ontbijttafel.

Veelgestelde vragen

In welke volgorde leer je de maaltafels?

Begin met de tafels van 1, 2, 5 en 10, daarna 3 en 4, en ten slotte 6, 7, 8 en 9. Elke nieuwe tafel bouwt verder op wat je al kent.

Hoe lang duurt het om de maaltafels te leren?

De meeste kinderen hebben enkele maanden nodig. Vijf tot tien minuten per dag oefenen werkt veel beter dan één keer per week lang.

Welke maaltafel is het moeilijkst?

Voor veel kinderen de tafels van 7 en 8. Een paar sommen zoals 7 × 8 en 6 × 7 moeten extra vaak herhaald worden.

In welk leerjaar leer je de maaltafels?

De eerste tafels (2, 5 en 10) in het 2e leerjaar, alle tafels in het 3e leerjaar. In het 4e leerjaar moeten ze vlot gekend zijn.