Waarom prijzen vergelijken lastig is
In de winkel staan producten in verschillende verpakkingen: een fles van 1,5 liter naast een pak van 6 flesjes van 33 cl, een zak van 500 g naast een van 2 kg. De prijs alleen zegt niet welk product het voordeligst is, want de hoeveelheden verschillen. Om eerlijk te vergelijken moet je terugrekenen naar dezelfde hoeveelheid: de prijs per kilo of per liter. Dat is een heel praktische toepassing van evenredigheid, die kinderen meteen kunnen gebruiken als ze mee boodschappen doen.
Dezelfde hoeveelheid vergelijken
De eenvoudigste situatie: beide hoeveelheden laten zich makkelijk omzetten. Een zak van 500 g kost 1,20 euro; een zak van 1 kg kost 2,10 euro. Twee kleine zakken van 500 g zijn samen 1 kg en kosten 2,40 euro. De grote zak is dus 30 cent goedkoper per kilo.
Terugrekenen naar de prijs per kilo of liter
Als de hoeveelheden niet zo mooi passen, reken je beide prijzen om naar de prijs voor 1 kg of 1 liter. Een fles van 1,5 liter kost 1,80 euro: per liter is dat 1,80 : 1,5 = 1,20 euro. Een fles van 2 liter kost 2,20 euro: per liter 1,10 euro. De grote fles is per liter goedkoper. Bij grammen: 750 g kost 3 euro. Eerst per 250 g: 1 euro. Dus per kilo (4 × 250 g): 4 euro.
Met een verhoudingstabel
Een verhoudingstabel maakt het rekenwerk overzichtelijk. Bovenaan de hoeveelheid, onderaan de prijs. 750 g – 3 euro. Deel beide door 3: 250 g – 1 euro. Vermenigvuldig met 4: 1 000 g – 4 euro. Elke stap wordt zichtbaar, wat fouten voorkomt. Lees meer in evenredigheid.
De eenheidsprijs op het prijskaartje
In de winkel staat op het prijskaartje meestal ook de prijs per kilo of per liter, vaak in kleinere letters. Dat is de eenheidsprijs. Leer je kind om daarnaar te kijken: zo kan het in één oogopslag vergelijken. Het is ook een goede oefening om de eenheidsprijs zelf na te rekenen en te controleren of hij klopt.
Acties doorzien
"3 voor de prijs van 2" of "het tweede aan halve prijs": zulke acties vragen om rekenwerk. Een pak koekjes kost 2 euro. Bij "3 voor de prijs van 2" betaal je 4 euro voor 3 pakken, dus 1,33 euro per pak. Bij "het tweede aan halve prijs" betaal je 3 euro voor 2 pakken, dus 1,50 euro per pak. De eerste actie is voordeliger, maar alleen als je echt drie pakken nodig hebt. Een mooi gesprek over slim kopen.
Niet alleen de prijs telt
Het voordeligste pak per kilo is niet altijd de beste keuze. Als je de helft weggooit omdat het bederft, betaal je uiteindelijk meer. Ook de kwaliteit, de verpakking en de opslagruimte spelen mee. Bespreek met je kind wanneer een groot pak verstandig is (rijst, pasta) en wanneer niet (verse groenten voor één persoon).
Een uitgewerkt voorbeeld
Yoghurt: een pot van 500 g kost 1,25 euro; vier potjes van 125 g kosten 1,40 euro. Vier potjes van 125 g zijn samen ook 500 g. De grote pot is dus 15 cent goedkoper. Per kilo: 2,50 euro tegenover 2,80 euro. De kleine potjes zijn wel handiger om mee te nemen naar school. Wat is je keuze?
Oefeningen
- 500 g kost 2 euro, 1 kg kost 3,60 euro. Welk is goedkoper per kilo?
- Een fles van 1,5 l kost 1,50 euro. Wat is de prijs per liter?
- 250 g kaas kost 3,50 euro. Wat is de prijs per kilo?
- Een pak van 6 flesjes van 0,25 l kost 3 euro. Wat is de prijs per liter?
- Actie: 3 pakken voor de prijs van 2, één pak kost 1,80 euro. Wat betaal je per pak?
Oplossingen. 1. De zak van 1 kg (3,60 euro tegenover 4 euro). 2. 1 euro. 3. 14 euro. 4. 6 × 0,25 = 1,5 l, dus 2 euro per liter. 5. 3,60 : 3 = 1,20 euro.
Veelgemaakte fouten
- Alleen de prijzen vergelijken zonder naar de hoeveelheid te kijken.
- Gram en kilogram door elkaar gebruiken bij het terugrekenen.
- Delen door de verkeerde grootheid: hoeveelheid gedeeld door prijs in plaats van prijs gedeeld door hoeveelheid.
Oefenen in de winkel
Geef je kind tijdens het boodschappen de opdracht om voor één product het voordeligste pak te vinden. Laat het de eenheidsprijzen vergelijken of zelf uitrekenen. Zo wordt rekenen een echte, nuttige vaardigheid, en leert je kind meteen kritisch kijken naar acties.
Tip voor ouders
Oefen prijzen vergelijken liever kort en vaak dan lang en zelden: tien minuten per dag levert meer op dan een uur in het weekend. Laat je kind hardop vertellen wat het doet, gebruik echt materiaal zolang het nodig is en verbind de oefeningen met situaties uit het dagelijks leven. Werk samen met de leerkracht, zodat thuis en op school dezelfde woorden en dezelfde aanpak gebruikt worden, en eindig elke oefensessie met iets wat lukt.
Prijs per stuk vergelijken
Niet alles wordt per kilo of per liter verkocht. Bij eieren, batterijen of schriften vergelijk je de prijs per stuk. Een doos van 6 eieren kost 2,10 euro: 35 cent per ei. Een doos van 10 eieren kost 3,20 euro: 32 cent per ei. De grote doos is voordeliger per ei. Ook bij luiers, wasmiddel (prijs per wasbeurt) of koffiecapsules werkt het zo. Het principe blijft hetzelfde: breng beide aanbiedingen terug naar dezelfde eenheid.
Een vraagstuk met drie aanbiedingen
Appelsap: A kost 1,20 euro voor 1 liter, B kost 2,10 euro voor 2 liter, C kost 0,90 euro voor 0,75 liter. Per liter: A = 1,20 euro, B = 1,05 euro, C = 0,90 : 0,75 = 1,20 euro. B is het voordeligst. Laat je kind de drie prijzen in een tabel zetten en ordenen van goedkoop naar duur. Hoeveel bespaar je met B als je 4 liter koopt in plaats van A? 4 × 0,15 = 0,60 euro.
Kort samengevat
Vergelijk prijzen altijd voor dezelfde hoeveelheid: per kilo, per liter of per stuk. Reken terug naar de eenheid, gebruik een verhoudingstabel en kijk ook of je de hoeveelheid echt nodig hebt.
Werkbladen en meer lezen
Oefen met de werkbladen evenredigheid en bewerkingen met kommagetallen. Lees ook evenredigheid en betalen en wisselgeld.
Veelgestelde vragen
Hoe vergelijk je prijzen van verschillende verpakkingen?
Reken beide prijzen om naar de prijs voor dezelfde hoeveelheid, meestal per kilo of per liter.
Wat is de eenheidsprijs?
De prijs per kilo, per liter of per stuk, die vaak ook op het prijskaartje staat.
Is een groot pak altijd goedkoper?
Niet altijd. Reken het na, en denk ook aan bederf en wat je echt nodig hebt.
Hoe bereken je de prijs per kilo van 250 g?
Vermenigvuldig de prijs met 4, want 4 × 250 g = 1 kg.
Welke wiskunde zit hierachter?
Evenredigheid: hoeveelheid en prijs veranderen in dezelfde verhouding.
Hoe bereken je de prijs per liter van 33 cl?
Een liter is ongeveer drie keer 33 cl. Precies: deel de prijs door 0,33.
Waarom staan er twee prijzen op het prijskaartje?
De grote prijs is wat je betaalt, de kleine prijs is de eenheidsprijs om te vergelijken.

