Naar de inhoud
FRNL
Home›Artikels›Getallen in woorden schrijven bij dyscalculie

Wiskunde begrijpen · Praktische gids

Getallen in woorden schrijven bij dyscalculie

Voor een kind met dyscalculie of dyslexie is “vijfentwintig” schrijven of lezen een echte uitdaging. Een aangepaste aanpak, visuele steun en stapsgewijze oefeningen.

Tekstgrootte
Ook in het FransLire en français
Mathia, de mascotte van ProfMathia

Begrijpen. Proberen. Uitleggen.

Bijgewerkt op 1 november 2026 · 6 minuten lezen

Waarom het zo moeilijk is bij dyscalculie

Een getal in woorden schrijven betekent overschakelen tussen drie codes: het gehoorde getal (“tweehonderdvijfenzeventig”), het getal in cijfers (275) en het getal in letters. Onderzoekers spreken van transcoderen. Een kind met dyscalculie heeft vaak moeite om die drie codes te verbinden; een kind met dyslexie struikelt eerder over de spelling, de lange woorden en het trema. Beide moeilijkheden komen vaak samen voor. Het is geen luiheid of gebrek aan aandacht: het kind heeft gewoon meer steun en meer tijd nodig.

De grote valkuil van het Nederlands: de omkering

In het Nederlands zeg je eerst de eenheden en dan de tientallen: vijfentwintig is “vijf en twintig”. Toch schrijf je eerst de 2 en dan de 5. Voor kinderen met dyscalculie is die omkering een bron van fouten: ze schrijven 52 als ze vijfentwintig horen, of lezen 25 als “tweeënvijftig”. Dit is een van de meest gemelde moeilijkheden bij Nederlandstalige kinderen met dyscalculie. Het helpt om de omkering expliciet te benoemen in plaats van ze te verzwijgen.

Signalen om op te letten

  • Je kind keert eenheden en tientallen geregeld om (25 ↔ 52).
  • Het schrijft 2005 voor tweehonderdvijf (het schrijft wat het hoort: 200 en 5).
  • Het vergeet een nul in het midden (3 045 wordt 345).
  • Het verwart dertien en dertig, of veertien en veertig.
  • Het doet er heel lang over om één getal te schrijven.

Blijven verschillende signalen bestaan, bespreek dat dan met de leerkracht of een logopedist. Lees ook kenmerken van dyscalculie.

Steun 1: kleuren per plaats

Geef elke plaats een vaste kleur: bijvoorbeeld blauw voor de eenheden, rood voor de tientallen, groen voor de honderdtallen. Bij vijfentwintig schrijft je kind eerst de rode 2 en dan de blauwe 5, ook al hoort het de vijf eerst. Laat het hardop zeggen: “Ik hoor eerst de vijf, maar ik schrijf eerst het rode tiental.” Die vaste routine maakt de omkering voorspelbaar.

Steun 2: de positiekaarten

Maak kaartjes met tientallen (20, 30, 40…) en kaartjes met eenheden (1 tot 9). Voor 25 leg je het kaartje 5 bovenop de 0 van 20: zo zie je 25 verschijnen. Deze “pijlkaarten” tonen fysiek dat het getal uit een tiental en een eenheid bestaat en dat de cijfers een vaste plaats hebben. Ze werken ook voor honderdtallen.

Steun 3: een woordenkaart

Maak een kaart met de basiswoorden groot geschreven, met het cijfer ernaast: een 1, twee 2… dertien 13, veertien 14, twintig 20, dertig 30, veertig 40… tachtig 80, honderd 100, duizend 1 000. Zet de trema-woorden apart: tweeën, drieën. Je kind schrijft de woorden over in plaats van ze uit het geheugen op te halen. Laat die kaart zo lang als nodig toe, op school en thuis.

Steun 4: lange woorden opsplitsen

Tweehonderdvijfenzeventig is één lang woord: voor een kind met dyslexie is dat een muur van letters. Laat het woord eerst in stukjes schrijven met een schuine streep: twee/honderd/vijf/en/zeventig, en pas daarna aan elkaar. Bij het lezen kan het de stukjes met een potlood aanduiden. Zo blijft het overzicht behouden.

Het stappenplan

  1. Zeg het getal hardop.
  2. Zet het in de positietabel, met de kleuren.
  3. Schrijf per stuk, met de woordenkaart.
  4. Controleer de omkering: staat het tiental eerst in cijfers?
  5. Controleer trema en spatie na duizend.
  6. Lees het geheel nog eens voor, met de vinger.

Hang het stappenplan met pictogrammen boven de werktafel.

Oefeningen met steun

  1. Verbind: 13, 30, 14, 40 – dertien, dertig, veertien, veertig.
  2. Schrijf in cijfers, met de kleuren: vijfentwintig, tweeënvijftig, achtendertig.
  3. Zet in de tabel en schrijf in woorden: 205, 250, 280.
  4. Zoek de fout: 52 voor vijfentwintig, 345 voor drieduizend vijfenveertig.

Oplossingen. 1. 13 dertien, 30 dertig, 14 veertien, 40 veertig. 2. 25, 52, 38. 3. tweehonderdvijf, tweehonderdvijftig, tweehonderdtachtig. 4. 25; 3 045.

Geef maar drie of vier getallen per keer, met veel ruimte op het blad.

Het werkblad aanpassen

  • Een goed leesbaar, groot lettertype en ruime regelafstand.
  • Eén soort oefening per blad.
  • Getallen met spaties: 3 045 in plaats van 3045.
  • Een vakje per cijfer of per woorddeel.
  • Korte opdrachten met één opgelost voorbeeld.

Bekijk ook de aangepaste werkbladen voor dys.

Aanpassingen in de klas

Mogelijke redelijke aanpassingen: de woordenkaart en positietabel toelaten, getalbegrip (3 045 begrijpen) apart beoordelen van spelling, minder opgaven geven, meer tijd bij getallendictees en spellingfouten in getallen niet laten meetellen bij een wiskundetoets. Zulke maatregelen kunnen in het handelingsplan of het zorgplan van de leerling worden opgenomen. Lees ook aanpassingen bij toetsen.

Wat kunnen ouders doen?

Kies thuis voor korte, concrete momenten: een prijs voorlezen, een huisnummer benoemen, een bingo met getallen spelen. Verbeter niet alles: kies één ding om aan te werken (bijvoorbeeld de omkering bij tientallen) en prijs elke vooruitgang. Getallen in woorden mogen geen bron van stress worden.

Digitale hulpmiddelen

Met voorleessoftware hoort je kind wat het geschreven heeft en merkt het een fout op (“tweeduizend vijf” in plaats van “tweehonderdvijf”). De spellingcontrole wijst ontbrekende trema’s aan. Sommige apps tonen een getal in woorden: die kunnen dienen om te controleren, op voorwaarde dat je kind het eerst zelf probeert. Zulke hulpmiddelen vervangen het leren niet, maar maken je kind zelfstandiger.

Een vaste oefensessie van tien minuten

Twee minuten de basiswoorden herhalen met de woordenkaart; drie minuten twee getallen schrijven met de gekleurde positietabel; drie minuten een dictee van twee getallen; twee minuten nalezen en complimenten geven. Kort, regelmatig en altijd op dezelfde manier opgebouwd: zo’n sessie geeft een kind met dyscalculie houvast en werkt veel beter dan een lange inhaalsessie.

Hardop tellen in tientallen

Sommige logopedisten laten kinderen in een tussenfase het getal “in de schrijfvolgorde” zeggen: “twintig-vijf” voor 25, om het schrijven te ondersteunen. Daarna zegt het kind het correcte “vijfentwintig”. Bespreek met de logopedist of deze tussenstap past bij jouw kind.

Vooruitgang zichtbaar maken

Houd de successen bij: een boekje waarin je kind de getallen kleeft die het zelfstandig kan schrijven, of een groeiladder aan de muur. Voor een kind met dyscalculie of dyslexie dat vaak faalt, is concreet zien dat het vooruitgaat erg motiverend. Prijs de inzet en de aanpak, niet alleen een foutloos resultaat.

Kaartspelletjes met getallen

Maak kaartjes met getallen in cijfers en andere met dezelfde getallen in woorden. Speel memory: “tweeënzeventig” en 72 vormen een paar. Begin met zes paren en voeg er geleidelijk meer toe. Zo oefent je kind het lezen van getalwoorden zonder druk, en vooral zonder rood potlood.

Meer lezen

Lees ook de regels voor getallen in woorden, getalbegrip bij dyscalculie en dyslexie en rekenen.

Veelgestelde vragen

Waarom schrijft mijn kind 52 als het vijfentwintig hoort?

Omdat je in het Nederlands eerst de eenheden zegt maar eerst het tiental schrijft. Kleuren per plaats en positiekaarten helpen.

Mag een kind met dyscalculie een woordenkaart gebruiken?

Ja, dat is een gangbare redelijke aanpassing: zo werkt het aan getalbegrip zonder het geheugen te overbelasten.

Hoeveel oefeningen per keer?

Drie of vier getallen volstaan, liever goed gelukt dan een lange lijst.

Wat zijn positiekaarten?

Kaartjes met tientallen en eenheden die je op elkaar legt, zodat je ziet hoe een getal is opgebouwd.

Wanneer naar een logopedist?

Als de omkeringen en transcodeerfouten blijven ondanks de steun, kan een onderzoek de moeilijkheden in kaart brengen.

Helpen digitale hulpmiddelen?

Ja: voorleessoftware en spellingcontrole laten je kind zelf nagaan wat het geschreven heeft.