Waarom getallen in woorden leren schrijven?
Een getal in woorden schrijven dwingt je om de opbouw ervan goed te begrijpen: 275 is twee honderdtallen, zeven tientallen en vijf eenheden, dus “tweehonderdvijfenzeventig”. Het is dus evenzeer een oefening in getalbegrip als in spelling. Getallen in woorden komen vanaf het 2e leerjaar aan bod en keren terug bij getallendictees, overschrijvingen, contracten en toetsen. De regels zijn niet talrijk: eens begrepen, gelden ze voor alle getallen.
De basiswoorden
Alle getallen schrijf je met een twintigtal woorden: nul, een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien, elf, twaalf, dertien, veertien, twintig, dertig, veertig, vijftig, zestig, zeventig, tachtig, negentig, honderd, duizend, miljoen, miljard. Let op de spelling van dertien en dertig (met der), veertien en veertig (met veer) en tachtig (niet “achtig”). De meeste fouten komen van daar.
Eerst de eenheden, dan de tientallen
In het Nederlands zeg je eerst de eenheden en dan de tientallen: 25 is “vijfentwintig”, letterlijk vijf en twintig. Toch schrijf je eerst de 2 en dan de 5. Die omkering is voor veel kinderen verwarrend, zeker voor kinderen met dyscalculie, die 52 en 25 makkelijk door elkaar halen. Laat je kind het getal hardop zeggen en met een vinger de cijfers aanwijzen in de juiste volgorde. Lees ook kenmerken van dyscalculie.
Alles aan elkaar tot duizend
Getallen tot en met duizend schrijf je in één woord: eenentwintig, achtenveertig, honderdzes, tweehonderdvijfenzeventig, negenhonderdnegenennegentig. “Honderd” en “duizend” schrijf je zonder “een” ervoor: honderdtwintig, niet “eenhonderdtwintig”. Dat lijkt lange woorden op te leveren, maar het is de officiële regel.
Na duizend: een spatie
Na “duizend” komt een spatie: 1 275 is “duizend tweehonderdvijfenzeventig”, 3 450 is “drieduizend vierhonderdvijftig”. “Miljoen” en “miljard” schrijf je los: twee miljoen, drie miljard vijfhonderd miljoen. Zo blijven grote getallen leesbaar. Lees ook grote getallen.
Het trema
Als “en” volgt op een woord dat op een e eindigt, krijgt de e van “en” een trema om de klank te scheiden: tweeëntwintig, drieëntwintig, tweeënveertig, drieënnegentig. Bij andere getallen is er geen trema: vierentwintig, vijfendertig. Een handig ezelsbruggetje: alleen na twee en drie.
De aanpak voor een groot getal
Om 3 285 in woorden te schrijven: 1) verdeel in klassen: 3 | 285; 2) schrijf elke klasse: drie | tweehonderdvijfentachtig; 3) voeg de naam van de klasse toe: drieduizend tweehonderdvijfentachtig; 4) controleer spaties en trema’s. Een positietabel helpt om een lege plaats niet te vergeten: 3 045 = drieduizend vijfenveertig.
Oefeningen 2e en 3e leerjaar
- Schrijf in woorden: 16, 24, 31, 58.
- Schrijf in woorden: 22, 23, 42, 93.
- Schrijf in cijfers: zevenenveertig, tweeënzeventig, negenennegentig.
Oplossingen. 1. zestien, vierentwintig, eenendertig, achtenvijftig. 2. tweeëntwintig, drieëntwintig, tweeënveertig, drieënnegentig. 3. 47, 72, 99.
Oefeningen 4e leerjaar
- Schrijf in woorden: 100, 205, 280, 483.
- Schrijf in woorden: 323, 752, 999.
- Verbeter: “een honderd twintig”, “tweeentwintig”, “drie honderd”.
Oplossingen. 1. honderd, tweehonderdvijf, tweehonderdtachtig, vierhonderddrieëntachtig. 2. driehonderddrieëntwintig, zevenhonderdtweeënvijftig, negenhonderdnegenennegentig. 3. honderdtwintig, tweeëntwintig, driehonderd.
Oefeningen 5e en 6e leerjaar
- Schrijf in woorden: 1 200, 2 080, 3 285.
- Schrijf in woorden: 80 000, 200 000, 2 000 000.
- Schrijf in cijfers: zevenduizend zeventig, een miljoen tweehonderdduizend.
Oplossingen. 1. duizend tweehonderd, tweeduizend tachtig, drieduizend tweehonderdvijfentachtig. 2. tachtigduizend, tweehonderdduizend, twee miljoen. 3. 7 070, 1 200 000.
Veelgemaakte fouten
- De eenheden en tientallen omwisselen bij het schrijven in cijfers (vijfentwintig → 52).
- Het trema vergeten in tweeëntwintig of drieënveertig.
- “Eenhonderd” of “eenduizend” schrijven.
- Spaties zetten vóór duizend, of ze vergeten erna.
- Een lege plaats vergeten (3 045 als “drieduizend vierhonderdvijf”).
Rangtelwoorden: eerste, tweede, derde
Naast hoofdtelwoorden (een, twee, drie) zijn er rangtelwoorden die een volgorde aangeven: eerste, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde, zevende, achtste, negende, tiende. Vanaf twintig eindigen ze op -ste: twintigste, eenentwintigste, honderdste, duizendste. Let op de uitzonderingen eerste, derde en achtste. In cijfers schrijf je 1e, 2e, 3e of 1ste, 2de, 3de. Rangtelwoorden kom je dagelijks tegen: het 5e leerjaar, de 3e verdieping, de 21e eeuw.
Breuken en kommagetallen in woorden
Breuken schrijf je in woorden als “een half”, “een derde”, “drie vierde” (in Vlaanderen) of “driekwart”. Kommagetallen lees je met het woord komma: 2,5 is “twee komma vijf”, 0,75 is “nul komma vijfenzeventig”. Bij geld zeg je meestal “twee euro vijftig” in plaats van “twee komma vijftig euro”. Wie deze gewoontes kent, leest prijzen en metingen vlot.
Cijfers of woorden in een tekst?
In lopende tekst schrijf je kleine getallen meestal in woorden (“drie appels”, “twaalf leerlingen”) en grote of precieze getallen in cijfers (“1 275 inwoners”, “3,5 km”). Bij bedragen, maten, tijden en data gebruik je cijfers. Die afspraken helpen een tekst leesbaar te houden. In wiskundeoefeningen vraagt de leerkracht soms uitdrukkelijk om het getal in woorden te schrijven: dan gelden de regels van dit artikel.
Een getallendictee thuis
Zeg vijf getallen hardop, van makkelijk naar moeilijk (17, 42, 108, 375, 2 060), en laat je kind ze eerst in cijfers en daarna in woorden schrijven. Verbeter samen met de regels uit dit artikel: aan elkaar tot duizend, spatie na duizend, trema na twee en drie. Draai daarna de rollen om: je kind dicteert en jij schrijft, met af en toe een bewuste fout om te zoeken. Kinderen vinden het heerlijk om een volwassene te verbeteren.
Getallen in woorden in het dagelijks leven
Bij een overschrijving, een contract of een officieel document wordt een bedrag soms ook voluit in woorden gevraagd, om vergissingen en fraude te voorkomen. Ook op uitnodigingen en in verhalen schrijven we getallen vaak voluit. Getallen in woorden zijn dus geen schoolse oefening zonder nut: ze horen bij het lezen en schrijven van alledaagse teksten.
Wat kunnen ouders doen?
Laat je kind huisnummers, prijzen en scores voorlezen en zeg er bewust bij welk cijfer eerst komt bij getallen als vijfentwintig. Speel bingo met getallen die je voluit zegt. Heeft je kind veel moeite met de omkering van eenheden en tientallen, lees dan ook getallen in woorden bij dyscalculie.
Uitdaging voor sterke rekenaars
- Schrijf in woorden: 80 080.
- Schrijf in woorden: 1 991 en 2 026.
- Juist of fout: “tweeduizend zes en twintig” is correct.
Oplossingen. 1. tachtigduizend tachtig. 2. duizend negenhonderdeenennegentig (of negentienhonderdeenennegentig voor een jaartal); tweeduizend zesentwintig. 3. Fout: tweeduizend zesentwintig, het deel na duizend schrijf je aan elkaar.
Jaartallen lees je vaak anders: 1991 wordt meestal “negentienhonderdeenennegentig”.
Data in woorden schrijven
Een datum schrijf je voluit als “een november tweeduizend zesentwintig”, of met een rangtelwoord: “de eerste november”. De maand schrijf je met een kleine letter. Jaartallen lees je vaak in honderdtallen: 1985 is “negentienhonderdvijfentachtig”, maar 2026 is “tweeduizend zesentwintig”. Een leuke oefening: schrijf samen de verjaardagen van de hele familie voluit op een kalender.
Meer lezen
Lees ook grote getallen, getallen splitsen en Romeinse cijfers.
Veelgestelde vragen
Schrijf je getallen aan elkaar of los?
Tot en met duizend aan elkaar (tweehonderdvijfentwintig); na duizend volgt een spatie (duizend tweehonderd).
Wanneer schrijf je een trema?
Na twee en drie: tweeëntwintig, drieëndertig.
Schrijf je eenhonderd of honderd?
Honderd: honderdtwintig, zonder “een” ervoor.
Hoe schrijf je miljoen?
Los: twee miljoen, drie miljoen vijfhonderdduizend.
Waarom verwarren kinderen 25 en 52?
Omdat je in het Nederlands eerst de eenheden zegt (vijf-en-twintig) maar eerst het tiental schrijft.
Hoe schrijf je 21e voluit?
Eenentwintigste. Rangtelwoorden vanaf twintig eindigen op -ste.
Hoe lees je 2,5?
Twee komma vijf; bij geld zeg je meestal twee euro vijftig.

