Een talstelsel van meer dan 2000 jaar oud
De Romeinen gebruikten geen cijfers zoals wij, maar letters. Hun talstelsel werd in heel het Romeinse Rijk gebruikt en bleef in Europa nog eeuwenlang in gebruik. Pas in de middeleeuwen raakten onze Arabische cijfers, met de nul, hier ingeburgerd. Toch kom je Romeinse cijfers nog vaak tegen: op wijzerklokken, op gevels van gebouwen met het bouwjaar, in de namen van koningen en pausen (Leopold II, Filip I), bij de nummering van hoofdstukken en eeuwen, en op de aftiteling van films. Het is dus nuttig om ze te kunnen lezen.
De zeven symbolen
- I = 1
- V = 5
- X = 10
- L = 50
- C = 100
- D = 500
- M = 1000
Een ezelsbruggetje voor de volgorde I, V, X, L, C, D, M: "Ik Vang Xavier Liever Correct Dan Mis". Laat je kind er zelf een bedenken: dat onthoudt het nog beter.
Regel 1: optellen
Staan de symbolen van groot naar klein, dan tel je ze op. VI = 5 + 1 = 6. XV = 10 + 5 = 15. LXX = 50 + 10 + 10 = 70. MDC = 1000 + 500 + 100 = 1600.
Regel 2: maximaal drie keer hetzelfde
Hetzelfde symbool mag hoogstens drie keer na elkaar staan. III = 3, XXX = 30, CCC = 300. Voor 4 schrijf je dus niet IIII, maar IV. De symbolen V, L en D worden nooit herhaald: 10 is X en niet VV.
Regel 3: aftrekken
Staat een kleiner symbool vóór een groter, dan trek je het af. IV = 5 − 1 = 4. IX = 10 − 1 = 9. XL = 50 − 10 = 40. XC = 100 − 10 = 90. CD = 500 − 100 = 400. CM = 1000 − 100 = 900. Alleen I, X en C mogen zo vooraan staan, en alleen vóór de twee eerstvolgende grotere symbolen: I voor V en X, X voor L en C, C voor D en M. 99 schrijf je dus niet als IC, maar als XCIX (90 + 9).
Tabel van 1 tot 20
1 I – 2 II – 3 III – 4 IV – 5 V – 6 VI – 7 VII – 8 VIII – 9 IX – 10 X – 11 XI – 12 XII – 13 XIII – 14 XIV – 15 XV – 16 XVI – 17 XVII – 18 XVIII – 19 XIX – 20 XX.
De tientallen: 10 X – 20 XX – 30 XXX – 40 XL – 50 L – 60 LX – 70 LXX – 80 LXXX – 90 XC – 100 C.
Een groot getal schrijven: per positie
Splits het getal in duizendtallen, honderdtallen, tientallen en eenheden, en schrijf elk deel apart. 1 987 = 1000 + 900 + 80 + 7 = M + CM + LXXX + VII = MCMLXXXVII. 2026 = 2000 + 20 + 6 = MM + XX + VI = MMXXVI. 444 = 400 + 40 + 4 = CD + XL + IV = CDXLIV. Zo maak je geen fouten, ook niet bij moeilijke getallen.
Een Romeins getal lezen
Lees van links naar rechts. Is het volgende symbool groter, dan trek je het huidige af; anders tel je het op. MCMXC: M = 1000; C staat voor M, dus CM = 900; X staat voor C, dus XC = 90. Samen 1990. Een andere aanpak: zoek eerst de aftrekparen (IV, IX, XL, XC, CD, CM), omcirkel ze, en tel daarna alles op.
Romeinse cijfers op de klok
Op veel wijzerklokken staan Romeinse cijfers van I tot XII. Opvallend: op sommige klokken staat IIII in plaats van IV. Dat is een oude traditie van klokkenmakers, onder meer omdat het mooier in evenwicht is met de VIII aan de andere kant. Laat je kind zelf een klok met Romeinse cijfers maken: zo oefent het meteen ook klok lezen.
Oefeningen
- XIV
- XXIX
- XL
- LXXVIII
- XCIX
- Schrijf 16.
- Schrijf 49.
- Schrijf 2026.
- CDXLIV
- MCMXC
Oplossingen. 1. 14. 2. 29. 3. 40. 4. 78. 5. 99. 6. XVI. 7. XLIX (niet IL). 8. MMXXVI. 9. 444. 10. 1990.
Veelgemaakte fouten
- Vier keer hetzelfde symbool: IIII of XXXX in plaats van IV en XL.
- Verkeerde aftrekparen: IL voor 49 of VX voor 5. Alleen I, X en C mogen voor een groter symbool staan.
- Alles optellen en de aftrekregel vergeten: IX lezen als 11.
Waarom de Romeinen moeilijk rekenden
Het Romeinse talstelsel heeft geen nul en werkt niet met posities zoals het onze. Daardoor is cijferend rekenen bijna onmogelijk: probeer maar eens XLVII × XXIII onder elkaar te zetten! De Romeinen gebruikten daarom een telraam (abacus) om te rekenen. Dit vergelijken helpt kinderen om de kracht van ons eigen talstelsel, met plaatswaarde en nul, beter te begrijpen.
Een speurtocht naar Romeinse cijfers
Ga samen op zoek naar Romeinse cijfers in je buurt: op een kerk, een oud gebouw, een klok, een standbeeld of in een boek. Laat je kind ze fotograferen en omzetten. In een museum of een historische stad vind je er nog veel meer.
Tip voor ouders
Oefen Romeinse cijfers liever tien minuten per dag dan een uur in het weekend. Laat je kind hardop uitleggen hoe het werkt: wie kan uitleggen, heeft het echt begrepen. Gebruik concreet materiaal zolang het nodig is, vier elke kleine vooruitgang en werk samen met de leerkracht, zodat thuis en op school dezelfde woorden en dezelfde aanpak gebruikt worden. Eindig elke oefensessie met iets wat lukt, zodat je kind met een goed gevoel afsluit en de volgende keer graag opnieuw begint.
Romeinse cijfers in de geschiedenisles
Ook in de wereldoriëntatie kom je Romeinse cijfers tegen. Eeuwen worden vaak in Romeinse cijfers geschreven: de XIXe eeuw is de negentiende eeuw, van 1801 tot 1900. Koningen hebben een Romeins rangnummer: Leopold I was de eerste koning van België, Albert II de zesde. Bij een bezoek aan een kasteel, een kathedraal of een Romeinse site, zoals in Tongeren, de oudste stad van België, kan je samen op zoek gaan naar Romeinse inscripties. Zo komen wiskunde en geschiedenis mooi samen.
Een spel: Romeins memory
Maak kaartjes met gewone getallen en kaartjes met hetzelfde getal in Romeinse cijfers: 4 en IV, 9 en IX, 14 en XIV, 40 en XL, 90 en XC, 2026 en MMXXVI. Speel memory: wie twee kaartjes met dezelfde waarde omdraait, mag ze houden. Begin met getallen tot 20 en maak het spel moeilijker naarmate je kind de regels beter kent. Als variant kan je kind zelf een geheime boodschap met Romeinse getallen schrijven, bijvoorbeeld een datum of een leeftijd, die jij moet ontcijferen.
Kort samengevat
Zeven symbolen (I, V, X, L, C, D, M) en drie regels: van groot naar klein optellen, hoogstens drie keer hetzelfde symbool, en een kleiner symbool voor een groter aftrekken. Schrijf grote getallen per positie: duizendtallen, honderdtallen, tientallen en eenheden. Zo lees en schrijf je elk Romeins getal zonder fouten, van de klok in de keuken tot het bouwjaar op een oude gevel.
Werkbladen en meer lezen
Oefen de plaatswaarde met de werkbladen getallen tot 1000. Lees ook klok leren lezen en grote getallen.
Veelgestelde vragen
Wat zijn de zeven Romeinse cijfers?
I = 1, V = 5, X = 10, L = 50, C = 100, D = 500 en M = 1000.
Hoe schrijf je 4 in Romeinse cijfers?
IV: een kleiner symbool voor een groter wordt afgetrokken (5 − 1).
Hoe schrijf je 2026 in Romeinse cijfers?
MMXXVI: 2000 + 20 + 6.
Waarom staat er IIII op sommige klokken?
Dat is een oude traditie van klokkenmakers. Volgens de gewone regels schrijf je IV.
Hoe schrijf je 99 in Romeinse cijfers?
XCIX: 90 (XC) plus 9 (IX). IC is niet toegelaten, want I mag alleen voor V en X staan.
Hadden de Romeinen een nul?
Nee. Hun talstelsel had geen nul en geen plaatswaarde, waardoor cijferend rekenen erg moeilijk was. Ze gebruikten een telraam.

