Naar de inhoud
FRNL
Home›Artikels›Veelhoeken met een kind met dyspraxie

Wiskunde begrijpen · Praktische gids

Veelhoeken met een kind met dyspraxie

Nauwkeurige veelhoeken tekenen, zijden en diagonalen tellen, moeilijke namen onthouden: meetkunde kan een kind met dyspraxie snel ontmoedigen. Zo help je het begrijpen zonder vast te lopen op het tekenen.

Tekstgrootte
Ook in het FransLire en français
Mathia, de mascotte van ProfMathia

Begrijpen. Proberen. Uitleggen.

Bijgewerkt op 1 november 2026 · 6 minuten lezen

Waarom veelhoeken moeilijk zijn bij dyspraxie

Dyspraxie raakt de coördinatie van bewegingen en vaak ook de visueel-ruimtelijke waarneming. Een regelmatige zeshoek tekenen, de hoekpunten terugvinden, de zijden tellen zonder er een te vergeten of dubbel te tellen, diagonalen tekenen die elkaar kruisen: dat vraagt een zeer vermoeiende controle over hand en blik. Je kind kan perfect begrijpen wat een veelhoek is, maar falen zodra het moet tekenen. Zoals bij alle meetkunde is het belangrijkste begrip en tekenwerk los te koppelen. Lees ook dyspraxie en meetkunde.

Signalen om op te letten

  • Je kind telt de zijden van een figuur verkeerd (het vergeet er een of telt dezelfde opnieuw).
  • Zijn tekeningen sluiten niet of zijn erg onnauwkeurig.
  • Het verwart gelijkaardige figuren (vijfhoek en zeshoek).
  • Het slaagt mondeling maar faalt op papier.
  • Het wordt erg snel moe tijdens meetkunde.

Eerst voelen, dan kijken

Bied vormen aan uit dik karton, hout of schuim: driehoek, vierkant, vijfhoek, zeshoek, achthoek, en ook een cirkel. Met de ogen dicht volgt je kind de rand met zijn vinger en telt het de “hoekjes”. De tastzin vervangt het zoeken met de ogen, wat vaak moeilijk is. De cirkel, zonder hoekjes, maakt meteen duidelijk waarom dat geen veelhoek is.

Zijden tellen zonder fouten

Om de zijden van een getekende figuur te tellen, plakt je kind een sticker of zet het een gekleurde stip op de eerste zijde en vinkt het elke zijde af, altijd in dezelfde richting. Het stopt wanneer het terug bij de sticker is. Die eenvoudige techniek voorkomt dat het een zijde vergeet of dubbel telt.

Het geobord en elastiekjes

Met een geobord (een plankje met nageltjes of pinnetjes) bouw je veelhoeken met elastiekjes, zonder lat of potlood. Je kind spant een elastiekje rond 5 nageltjes: het heeft een vijfhoek gemaakt. Met elastiekjes in een andere kleur maakt het de diagonalen. Er bestaan ook digitale geoborden op tablet, die nog makkelijker te bedienen zijn.

Geïllustreerde naamkaarten

Maak voor elke veelhoek een kaart met de tekening, het aantal zijden groot geschreven en de naam. In het Nederlands is dat gelukkig eenvoudig: het getal zit in de naam (vijfhoek, zeshoek, achthoek). Je kind bewaart de kaarten in zijn map en mag ze vrij raadplegen. Het doel is begrijpen, niet opzeggen.

Sorteren in plaats van tekenen

Sorteeractiviteiten zijn ideaal: uitgeknipte vormen indelen in “veelhoek / geen veelhoek”, daarna volgens aantal zijden, daarna “regelmatig / niet regelmatig”. Je kind redeneert over eigenschappen zonder iets te tekenen. Je kunt ook “wie ben ik?” spelen: “Ik ben een veelhoek met 6 gelijke zijden, wie ben ik?”

Aangepaste oefeningen

  1. Tel met je ogen dicht de hoekjes van deze vorm. Is het een veelhoek?
  2. Sorteer deze vormen: veelhoek / geen veelhoek.
  3. Maak op het geobord een vijfhoek en daarna een zeshoek.
  4. Wie ben ik? “Ik heb 8 gelijke zijden en sta op stopborden.”

Oplossingen. 1. Afhankelijk van de vorm; de cirkel heeft geen hoekjes, dus geen veelhoek. 4. De achthoek.

Geen tekenwerk uit de vrije hand: alleen materiaal, sorteren en herkennen.

Werkbladen en toetsen aanpassen

  • Grote figuren met goed contrast, om te herkennen in plaats van te tekenen.
  • Meerkeuze- of verbindvragen.
  • Naamkaarten toegelaten.
  • Figuren al getekend om zijden en diagonalen te tellen.
  • Geen punten voor nauwkeurig tekenen.

Bekijk ook de aangepaste werkbladen voor dys.

Aanpassingen in de klas

Mogelijke aanpassingen: een geobord of meetkundesoftware gebruiken in plaats van tekeninstrumenten, kant-en-klare figuren geven, mondeling of via herkenning beoordelen, extra tijd geven, en noodzakelijke tekeningen door een klasgenoot laten maken. De ergotherapeut kan de school adviseren over het meest geschikte materiaal.

Wat kunnen ouders doen?

Ga tijdens een wandeling op zoek naar veelhoeken (verkeersborden, tegels, ramen) en tel samen de zijden. Speel met bouwblokken of magnetische vormen. Prijs je kind voor wat het herkent en uitlegt: zijn kunnen in meetkunde is veel meer dan hoe nauwkeurig het tekent.

Een vaste oefensessie van tien minuten

Twee minuten drie vormen voelen en benoemen; drie minuten sorteren of “wie ben ik?” spelen; drie minuten bouwen op het geobord; twee minuten hardop beschrijven wat je deed. Altijd dezelfde opbouw, altijd kort: je kind weet wat het kan verwachten, durft eraan te beginnen en houdt zijn energie over om te begrijpen in plaats van zich te organiseren.

Samenwerken met school

Spreek met de leerkracht af welke hulpmiddelen gebruikt worden (kaarten, tabellen, materiaal, rekenmachine), zodat je kind in de klas en thuis dezelfde houvast vindt. Een heen-en-weerschriftje waarin je successen en moeilijkheden noteert, helpt om de vooruitgang samen op te volgen. Wordt je kind begeleid door een logopedist of ergotherapeut, betrek die dan bij die keuzes.

Een boekje met successen

Noteer of kleef elk succes in een boekje. Voor een kind dat vaak faalt bij wiskunde, geeft zien dat het vooruitgaat weer vertrouwen. Lees het samen door vóór elke oefensessie: het herinnert aan alles wat al gekend is.

Spelletjes voor meetkunde

De voelzak (een veelhoek herkennen op de tast), een memory met vorm en naam, het raadspel “wie ben ik?” of vlakvullingen bouwen met magnetische vormen oefenen het herkennen van veelhoeken zonder nauwkeurig tekenwerk. Enkele minuten per dag volstaan.

Wanneer hulp vragen?

Blijven de moeilijkheden ondanks de aanpassingen en regelmatige oefenmomenten, bespreek dat dan met de leerkracht, het CLB of een logopedist. Een onderzoek kan de oorsprong van de moeilijkheden verduidelijken (getalbegrip, werkgeheugen, visueel-ruimtelijke waarneming) en de nuttigste hulp aanwijzen. Hoe vroeger de ondersteuning, hoe doeltreffender.

Samengevat

Voelen, sorteren, bouwen op een geobord en naamkaarten gebruiken: zo leert een kind met dyspraxie veelhoeken herkennen zonder vast te lopen op het tekenen.

Nog aangepaste oefeningen

  1. Voel deze vorm met je ogen dicht. Hoeveel hoekjes? Hoe heet hij?
  2. Sorteer: regelmatig / niet regelmatig (vierkant, rechthoek, gelijkzijdige driehoek, ruit).
  3. Bouw op het geobord een vierhoek en trek de 2 diagonalen met een ander elastiekje.

Oplossingen. 1. Afhankelijk van de vorm. 2. Regelmatig: vierkant, gelijkzijdige driehoek; niet regelmatig: rechthoek, ruit.

Geen tekenwerk: alleen voelen, sorteren en bouwen.

Wist je dat?

Met veel gratis meetkundeprogramma’s maak je in een paar klikken een regelmatige veelhoek, door gewoon het aantal zijden op te geven. Een waardevol hulpmiddel voor een leerling met dyspraxie, die zo de eigenschappen kan ontdekken zonder iets met de hand te tekenen.

Tot slot

Waardeer wat je kind begrijpt en uitlegt: in meetkunde telt redeneren evenveel als tekenen. Een kind met dyspraxie dat veelhoeken herkent en beschrijft, heeft het belangrijkste al verworven.

Digitaal ondersteunen

Op een tablet laten meetkunde-apps toe om vormen te verschuiven, hun zijden te tellen en ze met één vinger in te kleuren. Een leerling met dyspraxie kan zo verzorgd werk maken en tonen wat het weet, zonder dat onhandige bewegingen zijn begrip verbergen.

Meer lezen

Lees ook veelhoeken: de aanpak, bouwplaten bij dyspraxie en dyspraxie en meetkunde.

Veelgestelde vragen

Kan een kind met dyspraxie slagen in meetkunde?

Ja, als je begrip en tekenwerk loskoppelt: materiaal, sorteren en herkennen laten je aan de begrippen werken.

Wat is een geobord?

Een plankje met nageltjes waarop je veelhoeken bouwt met elastiekjes, zonder lat of potlood.

Hoe tel je zijden zonder fouten?

Markeer de eerste zijde met een sticker en vink elke zijde af in dezelfde richting.

Moet je alle namen kennen?

De geïllustreerde naamkaarten mogen beschikbaar blijven: begrijpen is belangrijker dan opzeggen.

Wie kan helpen?

De leerkracht, de ergotherapeut en de ouders, met afspraken over het gebruikte materiaal.