Waarom tijd anders rekent
Bij gewone getallen tel je per 10 en 100. Tijd werkt anders: 1 uur = 60 minuten en 1 minuut = 60 seconden. Daarom kun je 20.20 − 18.45 niet zomaar uitrekenen als een gewone aftrekking: dan kom je 1,75 uit, wat geen tijd is. Een vaste aanpak voorkomt die fout. Tijdsduur komt aan bod in het 4e leerjaar, na het klok lezen.
De methode: via het volle uur
Neem de film van 18.45 uur tot 20.20 uur.
- Van 18.45 tot het volle uur 19.00: 15 minuten.
- Van 19.00 tot 20.00: 1 uur.
- Van 20.00 tot 20.20: 20 minuten.
- Samen: 1 uur en 35 minuten.
Teken de stappen als sprongen op een tijdlijn. Zo zie je meteen of je niets vergeten bent.
Een begin- of eindtijd zoeken
Soms ken je de duur en zoek je het tijdstip. "De training duurt 1 uur 15 minuten en start om 16.50 uur. Wanneer eindigt ze?" Spring eerst naar het volle uur: 16.50 + 10 minuten = 17.00. Er blijven nog 1 uur en 5 minuten: 17.00 + 1 uur 5 minuten = 18.05 uur.
Terugrekenen werkt op dezelfde manier: "De les eindigt om 10.20 uur na 50 minuten. Wanneer begon ze?" 10.20 − 20 minuten = 10.00, nog 30 minuten terug: 9.30 uur.
Uren en minuten omzetten
- 90 minuten = 60 + 30 = 1 uur 30 minuten (anderhalf uur).
- 2 uur 15 minuten = 120 + 15 = 135 minuten.
- Een kwartier = 15 minuten, een halfuur = 30 minuten.
Let op met kommagetallen: 1,5 uur is 1 uur 30 minuten, niet 1 uur 50 minuten.
Over middernacht rekenen
Van 22.30 uur tot 6.15 uur? Reken eerst tot middernacht: van 22.30 tot 24.00 is 1 uur 30 minuten. Daarna van 0.00 tot 6.15: 6 uur 15 minuten. Samen: 7 uur 45 minuten. Handig om uit te rekenen hoelang je kind slaapt.
Veelgemaakte fouten
- Uren en minuten aftrekken als gewone getallen: 20.20 − 18.45 = 1,75.
- Bij 60 minuten niet naar een uur overgaan: "1 uur 70 minuten" schrijven.
- 1,5 uur lezen als 1 uur 50 minuten.
Oefeningen met oplossingen
- De school begint om 8.30 uur en eindigt om 15.25 uur. Hoelang duurt de schooldag?
- Een film duurt 105 minuten. Hoeveel uur en minuten is dat?
- De bus vertrekt om 7.48 uur en komt aan om 8.17 uur. Hoelang duurt de rit?
- Lina start om 14.35 uur met haar huiswerk en werkt 50 minuten. Wanneer is ze klaar?
- De trein komt om 18.05 uur aan na een rit van 2 uur en 20 minuten. Wanneer vertrok hij?
Oplossingen. 1. 30 min tot 9.00, 6 uur tot 15.00, plus 25 min: 6 uur 55 minuten. 2. 1 uur 45 minuten. 3. 12 minuten tot 8.00, plus 17: 29 minuten. 4. 15.25 uur. 5. 18.05 − 2 uur = 16.05, min 20 minuten = 15.45 uur.
De tijdlijn als hulpmiddel
Een tijdlijn maakt tijdsduur zichtbaar. Teken een horizontale lijn en zet het begintijdstip links en het eindtijdstip rechts. Teken daartussen sprongen naar volle uren, en schrijf boven elke sprong hoelang die duurt. Tel ten slotte alle sprongen op. Voor kinderen die moeite hebben met het rekenen met 60 minuten, is dit de meest betrouwbare methode. Op een gewone getallenlijn tellen ze immers per 100, op een tijdlijn per 60.
Tijdsduur in seconden en dagen
Naast uren en minuten komen ook andere tijdseenheden aan bod:
- 1 minuut = 60 seconden
- 1 dag = 24 uur
- 1 week = 7 dagen
- 1 jaar = 12 maanden, ongeveer 365 dagen
Een sportwedstrijd meet je in seconden, een vakantie in dagen of weken. "Hoeveel dagen nog tot mijn verjaardag?" is een uitstekende oefening met de kalender. Laat je kind daarbij tellen per week en per maand in plaats van per dag.
De leerlijn per leerjaar
- 1e leerjaar: dagen en maanden, gisteren, vandaag en morgen.
- 2e leerjaar: klok lezen per uur, half uur en kwartier.
- 3e leerjaar: klok lezen tot op de minuut, analoog en digitaal.
- 4e leerjaar: tijdsduur berekenen, begin- en eindtijd zoeken.
- 5e en 6e leerjaar: tijd herleiden, rekenen met dienstregelingen en snelheid.
Tips voor ouders en leerkrachten
Voor ouders: laat je kind berekenen hoelang een autorit, een film of een voetbaltraining duurt. Een busdienstregeling of de begintijden van tv-programma’s zijn prima oefenmateriaal.
Voor leerkrachten: werk met echte dienstregelingen van trein of bus. Laat leerlingen een uitstap plannen: wanneer moeten we vertrekken om om 10 uur in het museum te zijn? Zulke opdrachten tonen waarom tijdsduur nuttig is, en oefenen tegelijk tabellen lezen.
Analoge en digitale tijd
Op een digitale klok lees je 14.35, op een analoge klok staat de kleine wijzer net na de 2 en de grote op de 7. Voor tijdsduur is de digitale notatie vaak makkelijker, omdat je de getallen meteen ziet. Maar let op: 14.35 is geen kommagetal. Je mag niet rekenen alsof er 100 minuten in een uur zitten. Leer je kind de 24-uursnotatie ook met woorden te lezen: 14.35 uur is vijf over half drie in de namiddag. Zo blijft het verband met de analoge klok bestaan.
Een vraagstuk met een dienstregeling
"De trein naar Gent vertrekt om 9.12 uur, 10.12 uur en 11.12 uur. De rit duurt 47 minuten. Je moet om 11.00 uur in Gent zijn. Welke trein neem je?"
- Trein van 10.12 uur: aankomst 10.12 + 47 minuten = 10.59 uur. Net op tijd.
- Trein van 9.12 uur: aankomst 9.59 uur. Veel te vroeg, maar veilig.
- Trein van 11.12 uur: te laat.
Antwoord: de trein van 10.12 uur, of voor de zekerheid die van 9.12 uur. Zulke opgaven tonen dat tijdsduur ook keuzes helpt maken, en niet alleen een rekentechniek is.
Tijd schatten
Hoelang duurt tandenpoetsen? Een speelfilm? Een wandeling naar school? Laat je kind eerst schatten en dan met een stopwatch meten. Kinderen hebben vaak weinig gevoel voor de lengte van een minuut. Door te schatten en te meten, groeit dat gevoel, en dat maakt rekenen met tijd begrijpelijker. Een zandloper of keukenwekker is daarbij een handig hulpmiddel.
Werkbladen, spel en DYS-versie
Oefen met de werkbladen tijdsduur (les, drie niveaus, oplossingen) en het spel tijdsduur. De DYS-versie geeft een tijdlijn als steun bij elke opgave. Nog niet zeker met de klok? Begin met klok lezen.
Veelgestelde vragen
Hoe bereken je een tijdsduur?
Reken via het volle uur: van het begintijdstip naar het volle uur, dan de volle uren, dan de minuten tot het eindtijdstip, en tel alles op.
Hoeveel minuten is anderhalf uur?
90 minuten: 60 minuten plus 30 minuten.
In welk leerjaar leer je tijdsduur berekenen?
Meestal in het 4e leerjaar, nadat kinderen de klok kunnen lezen.
Hoeveel seconden zitten er in een uur?
3 600 seconden: 60 minuten van elk 60 seconden.
Hoe reken je tijd over middernacht?
Reken eerst tot 24.00 uur, en tel daarna de tijd vanaf 0.00 uur erbij.
Waarom mag je tijd niet aftrekken zoals een kommagetal?
Omdat een uur 60 minuten telt en geen 100. 14.35 betekent 14 uur en 35 minuten, niet 14,35 uur.

